Filmpje pakken? Keuze genoeg

Het aantal grote bioscopen in Nederland groeit in hoog tempo. Vorige week werd een complex in Utrecht geopend. Ondanks dat we vaker naar de film gaan, dreigt er een overschot aan zalen.

Wat doen al die nieuwe bioscopen ineens in Nederland? Multiplexen met acht tot zestien zalen openen de deuren of staan in de steigers. Amsterdam, Eindhoven, Hoorn en Hilversum hebben gloednieuwe complexen. Breda, Dordrecht, Maastricht en Arnhem volgen straks. In Utrecht komen er zelfs twee: vrijdag werd De Sterrenkijker geopend, volgend jaar volgt de tweede bij de Jaarbeurs.

De slag om Nederland is begonnen, nu grote Britse en Belgische bioscoopconcerns met diepe zakken zich op een markt begeven die gedomineerd wordt door het Franse Pathé - 40 procent marktaandeel, semimonopolist in de Randstad. Die hegemonie komt onder druk te staan nu de Britse bioscoopgigant Vue eind augustus voor 85 miljoen euro JT Bioscopen overnam. JT heeft nu 21 complexen in twintig middelgrote steden. En er is het Belgische Kinepolis, in de jaren negentig nog met succes door Pathé uit de Randstad geweerd. Die partij kocht vorig jaar de Wolff-groep - negen bioscoopcomplexen - en onlangs Utopolis (vijf complexen).

Vanwaar die interesse voor Nederland? Hoewel de consument tegenwoordig elke denkbare film aan huis gestreamd krijgt, groeit in ons land het bioscoopbezoek. Het aantal verkochte bioscoopkaartjes nam in tien jaar ruwweg met een derde toe tot 30,8 miljoen tickets, de recette verdubbelde tot 250 miljoen euro. Was de gemiddelde Nederlander begin deze eeuw nog een notoire thuisblijver met nauwelijks één bioscoopbezoek per jaar, inmiddels naderen we met ruim 1,8 maal per inwoner per jaar de omringende landen: België 1,9 maal, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk 2,5, Frankrijk 3,5. Daar zit dus nog rek in, al vlakt de groei sinds 2011 af.

Utrecht, het Albanië van Europa

Als bioscoopland vertoont Nederland enkele grote witte vlekken. Met name Utrecht, „op bioscoopgebied het Albanië van Europa”, aldus Ron Sterk, directeur van JT Bioscopen. De stad waar het Nederlands Film Festival morgen van start gaat, stond bekend om zijn ouderwetse, benauwde bioscopen – het bezoek bleef achter op andere grote steden. Dat verandert nu snel: behalve De Sterrenkijker (1.800 stoelen) opent volgend jaar een megabioscoop met 3.300 stoelen naast het Centraal Station. En er zijn plannen voor De Kade, een arthousecomplex met bijna 800 stoelen. In één klap verdrievoudigt zo het aantal bioscoopstoelen.

Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zijn sinds de jaren negentig in handen van Pathé, die indertijd rivaal Kinepolis buiten de deur hield. Die had plannen in Diemen en Capelle aan de IJssel, maar megabioscopen aan de snelweg zouden het stadscentrum leegtrekken, was indertijd de redenering. Zo kon Pathé uitgroeien tot semimonopolist in de Randstad.

Directeur Laughe Nielsen van Pathé vindt de Randstad qua bioscopen verzadigd: groei zit er volgens hem alleen in de provincies. Zijn concern breidt uit in Zwolle en doet in Leeuwarden momenteel een haalbaarheidsonderzoek. „In Amsterdam gaan mensen al vier, zes keer per jaar naar de bioscoop, daar groei je alleen ten koste van elkaar. In Rotterdam is nog wel wat ruimte.” In het beeld van de monopolist die zijn bastion verdedigt, herkent Nielsen zich niet. „Maar we kijken nu wel: wat doen we? Doen we dat goed?”

Directeur Sterk van JT ziet wel degelijk ruimte voor nieuwe zalen in de Randstad. „Mensen willen wat te kiezen hebben, en sommige complexen van Pathé zijn toch al zeventien jaar oud. In Eindhoven zagen we dat ons nieuwe complex deels ten koste ging van Pathé, maar ook nieuw publiek trok.” Want, zo denkt hij, JT biedt iets extra. „Pathé is een geweldige exploitant, heel goed in laden en lossen van publiek. Wij bieden echt een avondje uit.”

Vliegen naar Disneyland

Wellicht wordt de Randstad een vechtmarkt waarin concerns het onderspit delven. Maar het is ook mogelijk het bezoekersaantal te vergroten. Voor nieuwe concepten kom je al snel bij Gerben Kuijper terecht, de flamboyante 61-jarige oprichter en directeur van CineMec. Afgelopen vrijdag was de officiële opening van De Sterrenkijker, een rode kubus gelegen bovenop de tunnel van de A2 bij Utrecht, naast nieuwbouwwijk Leidsche Rijn. CineMec is eigendom van Pathé. De naam is gekozen „vanwege de sterren op het doek en omdat we een openluchtbioscoop op het dak hebben, onder de sterren”, zegt Kuipers. Hij ziet zijn bioscoop als „een vuurtoren die van alle kanten te zien is, ” zijn foyer „als de aankomst- en vertrekhal van Schiphol”, zijn zalen „als vliegtuigen naar Disneyland, New York of een congres over hartbewaking.”

Kuipers begon in 1999 in Ede met een complex in de geluidswal langs de A12. Dat liep goed tot hij zich verslikte in de bouw van een dure parkeergarage. Hij verkocht CineMec-aandelen aan Pathé en verwierf zo de financiële armslag om de formule uit te proberen in Utrecht. Daarnaast opent CineMec in november een nóg grotere bioscoop in De Waalsprong bij Nijmegen.

Het idee achter CineMec: een bioscoop is meer dan een zaal om films te kijken. Overdag zijn de zalen en de foyer te huur als congrescentrum. Er is ruimte tussen de eerste rij en het doek voor sprekers, presentaties of zelfs een compleet orkest. Popcorn, de melkkoe bij de traditionele bioscoop, is taboe vanwege de zoete lucht en de troep. Kuipers: „Congresbezoekers willen niet eerst hun stoel schoonvegen.”

Kuipers ziet de nieuwe bioscoop als een ‘infotainmentcenter’. „We vragen wat meer voor een kaartje, maar bieden ook meer.” Zoals opera, ballet en theater uit Londen of New York, via de satelliet live op het grote doek gebracht. Daarnaast kocht CineMec laserprojectoren en een Dolby Atmos-systeem: nu het summum in beeld- en geluidtechniek. Zo blijft de bioscoop je first love om te ontsnappen uit de dagelijkse werkelijkheid, aldus Kuipers: „Thuis tv kijken is toch een second love. Dan zet je de film stil om je kinderen een pak rammel te geven of de was te doen en kijk je weer verder.”

Kampioen lege stoelen

Utrecht wordt met al zijn twee, wellicht drie nieuwe zalencomplexen een soort proeftuin: hoeveel rek zit er echt in de bioscoopmarkt? Kuipers over zijn rivaal aan het Jaarbeursplein, die in 2016 opengaat: „Je kunt je afvragen of je in deze tijd nog een multiplex met vijftien zalen moet bouwen in het hart van een grote stad. Utrecht heeft straks net zoveel bioscoopstoelen als Amsterdam.”

Alleen telt Utrecht 335.000 inwoners, en Amsterdam 800.000. Is Utrecht straks kampioen lege stoelen? Dat risico is reëel, toch lijkt de bouwkoorts niet af te nemen. De voorbereiding voor een nieuwe bioscoopcomplex vergt zoveel tijd en energie dat het moeilijk is om plannen halverwege af te blazen. „Vier jaar praten, één jaar bouwen”, aldus Kuipers.

En dan is er nog dat andere probleempje, zegt Kuipers: „Utrecht is volgens mij vergeten het adres van de bioscoop aan TomTom door te geven. Nu hoor je op A2, midden in de tunnel, ‘bestemming bereikt’.”

    • Marc Hijink
    • Coen van Zwol