Opvallend veel moslims helpen vluchtelingen

De islam kent een traditie van hulpverlening. Nederlandse moslims zetten zich in voor vluchtelingen. Punten voor het paradijs.

Foto David van Dam

„Breng me een koran”, zei een man die uit Soedan was gevlucht en nog steeds zijn vieze kleren droeg. Hij was net aangekomen in een tentenkamp in Calais en vroeg niet om iets schoons, niet om eten, maar om het heilige boek. Zouhaira Kartit vindt het verzoek heel logisch. „Sommige mensen hebben yoga nodig om tot rust te komen, wij het geloof.”

Sinds begin september verzamelt Kartit in Den Haag spullen voor vluchtelingen die zijn aangekomen in Europa. Samen met andere vrijwilligers is ze meerdere keren naar vluchtelingenkampen in Calais, Duinkerke en Brussel gereden. Ze hebben dekens, kinderwagens, broodjes kaas en douchegel bezorgd, maar ook hoofddoeken, gebedskleedjes en korans.

Burgers proberen vluchtelingen te helpen, sinds ze deze lente in groten getale naar Europa kwamen. Opvallend veel Nederlandse moslims –organisaties en particulieren – zijn in actie gekomen, al zijn ze vaak minder zichtbaar dan de autochtone vrijwilligers. Binnen de moslimgemeenschap is een brede traditie van hulpverlening. Acties voor slachtoffers van oorlogsgeweld in Syrië en Palestina zijn het bekendst. Maar de lijst van islamitische liefdadigheidsorganisaties en projecten is lang. 

Naast structurele hulp zijn er veel specifieke acties, zoals bijvoorbeeld de jaarlijkse schooltasseninzameling, waarbij met schoolspullen gevulde rugzakjes worden opgehaald. Enthousiaste Marokkaans-Nederlandse jongeren hebben er een wedstrijd tussen steden van gemaakt, waarbij ze elkaar proberen te overtreffen met het aantal tasjes. Jaarlijks gaan er duizenden tasjes naar arme gebieden in Marokko.

Ook Turkse jongerenorganisaties zijn heel actief. Moskeeën van Delft tot IJmuiden starten acties, of roepen tijdens het vrijdagmiddaggebed gelovigen op te doneren.

Ruimhartig geven

De afgelopen maanden richt de hulp zich vooral vluchtelingen die in Europa arriveren. Neem Rachida Ben Moussa. Zij zet zich al vijftien jaar in voor goede doelen, naast haar baan als docent inburgering. Ze heeft ervaring met geld en spullen inzamelen. En ze heeft een enorm netwerk dat ze eenvoudig kan mobiliseren, onder meer via Facebook. Mensen geven ruimhartig omdat ze vertrouwen dat via Rachida Ben Moussa de spullen goed terechtkomen.

Op dit moment zamelt ze goederen in voor vluchtelingen die in een sporthal in Duitsland bivakkeren. Ze werkt samen met een Nederlandse vrouw die er in de buurt woont. Haar huis staat boordevol (nieuwe) kleding, luiers, babydoekjes, toiletartikelen. Ze sluit vaak aan bij een bestaand project, omdat ze weet hoe lastig het is om de juiste spullen op de goede plek te krijgen: „Inzamelen is één ding. Het ingewikkelde werk begint daarna: vervoeren en uitdelen onder mensen die het het meest nodig hebben.”

De voornaamste zorg: de goederen afleveren bij mensen die ze het hardst nodig hebben. Foto David van Dam

Als moslima heeft Ben Moussa een voordeel, merkt ze. Vluchtelingen met een islamitische achtergrond spreken vaak Arabisch, zodat ze met haar kunnen praten. Ze kent de cultuur en de gewoonten beter dan autochtone Nederlanders. „Ik merk dat mensen een zucht van verlichting slaken als ze mij zien. Het voelt vertrouwd.”

Uit zichzelf zal ze nooit zeggen dat ze dit allemaal doet omdat ze moslim is. „Mijn religieuze overtuiging is persoonlijk. Maar als het me gevraagd wordt, zal ik niet ontkennen dat ik geïnspireerd wordt door mijn religie. Ik geloof dat ik als moslim anderen moet helpen als ik daartoe in staat ben. Doe ik dat niet, dan moet ik daar verantwoording over afleggen. Zo hebben mijn ouders mij ook opgevoed.”

Op YouTube is een lezing over vrijwilligerswerk te horen van de islamitische spreker Nourdeen Wildeman. Hij legt de bezoekers van de Essalam-moskee in Rotterdam uit dat sadaqah (vrijwillige liefdadigheid) en zakaat (verplichte aalmoes) belangrijke begrippen zijn binnen de islam. Vanwege de zakaat, een van de vijf zuilen (religieuze verplichtingen) van de islam, zijn moslim goede donateurs. Vrijwilligerswerk is een vorm van sadaqah; in alle bronnen van de islam wordt de moslim aangemoedigd dit te doen. Het maakt niet uit of moslims of niet-moslims worden geholpen, zegt Nourdeen Wildeman. „Een gunstig bijeffect van hulp aan niet-moslims is dat het vaak negatieve beeld van de islam en moslims dat veel mensen in Nederland hebben, wordt genuanceerd.”

Wildeman is actief betrokken bij allerlei hulpacties. Hij gaat vaak naar het buitenland om ter plekke te helpen. „Ik zie dat persoonlijk als mijn jihad”, zegt hij, zich bewust van de enorme gevoeligheid van die term. „Jihad in de zin van streven naar het goede op een goede manier.”

Vanaf een bootje de zee in

De Haagse vrijwilligers verzamelen de spullen in een leegstaand pand in de Haagse Boekhorststraat, waarin vroeger een tapijtwinkel zat. Een hechte groep vrijwilligers is dagelijks bezig gedoneerde spullen in ontvangst te nemen en te sorteren. Nu hebben ze een korte pauze, vier jonge vrouwen zitten in een kring op vuilniszakken met kleding.

De voormalige tapijtwinkel in Den Haag, waar de goederen worden ingezameld. Foto David van Dam

Via Facebook ontdekten Zouhaira Kartit (33), Kamalia Talhaoui (29), Yasmine El-Adlouni (27) en Nouzha Boulaoual (25) een paar weken geleden dat ze allemaal vluchtelingen wilden helpen. Een groot deel van de vrijwilligers organiseert zich via Facebook. Kartit beheert de pagina ‘Elke vluchteling een welkomsttas’ en haar vriendin Talhaoui ‘Steun de vluchtelingen’. Boulaoual zoekt via Facebook in haar eigen vriendenkring naar spullen. El-Adlouni helpt met sorteren en deed mee aan de actie ‘Vluchteling voor een nacht’. Vrijdagavond sprong ze met een groep vanaf een bootje de zee in, bij Scheveningen. Vanaf daar liep ze naar Rotterdam, ongeveer zes uur verderop. Ze wilden laten zien en voelen wat veel vluchtelingen doormaken als ze naar Europa komen.

Waarom doen deze vier vrouwen dit? Waarom gebruiken ze de vrije tijd die overblijft naast werk en zorg voor kleine kinderen niet om uit te rusten, maar om uit bergen stof geschikte kleding te plukken? Ze vinden het moeilijk uit te leggen. Dat doe je gewoon. Het is een gevoel dat zijn oorsprong heeft in het geloof.

Boulahoual vertelt een verhaal dat ze als kind vaak van haar vader te horen kreeg, ze moeten alle vier lachen omdat het zo herkenbaar is.

Voor het huis van profeet Mohammed lag iedere dag een berg troep: de buurman zette er zijn huisvuil neer, om hem te pesten. Iedere dag bracht profeet Mohammed het weg. Toen het er op een dag niet meer lag, maakte de profeet zich zorgen en klopte hij bij zijn buurman aan. Die bleek stervende. Profeet Mohammed verzorgde hem tot zijn dood.

De moraal: als iemand hulp nodig heeft, moet je altijd helpen. Boulahoual: „Dat wordt er bij moslims van jongs af aan ingestampt.” Je moet tijdens je leven goede dingen doen voor anderen, dan mag je naar het paradijs. Het ingewikkelde is: je mag die goede dingen niet doen omdat je naar het paradijs wil, je moet onbaatzuchtig zijn. Talhaoui: „Dit vrijwilligerswerk is een soort examenonderdeel waar we extra punten mee kunnen krijgen.”

Alle vrouwen hebben vluchtelingenkampen bezocht. Ze vinden het belangrijk te helpen, en de moslims die er verblijven hun geloof te helpen herinneren. „Als je veel ellende hebt meegemaakt, kun je negatief gaan denken. Als Allah bestaat, waarom brengt hij me dan in deze positie? Wij helpen mensen die zich zo voelen herinneren dat alles in het leven een beproeving is die je moet doorstaan.”

Nouzha Boulaoual wil snel weer naar Brussel. Haar man is kapper, en hij wil de mensen in het kamp gaan knippen. Zouhaira Kartit, Kamalia Talhaoui en Yasmine El-Adlouni willen binnenkort hulp aanbieden in Griekenland, waar nog meer behoefte aan hulp zou zijn dan in kampen zoals die in Calais, Brussel en Duinkerke.

Hoe ze daar komt en wat ze er gaat doen, weet ze nog niet. Maakt ook niet uit. Kartit: „Zoals wij zeggen: insha’Allah komen we er wel. Als God het wil.”