De schok

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Het jaar was 1990. Het tijdstip 4 uur ’s nachts. De plaats Princeton. Ik herinner me ambulances met gillende sirenes, het aan- en afrijden van politieauto’s, een rondcirkelende traumahelikopter. Ik woonde naast het treinstation. Door het raam keek ik naar de warboel van knipperlichten in een besneeuwde nacht.

Pas de volgende dag werd me duidelijk wat er gebeurd was. Een aantal tweedejaarsstudenten was na een feest aan het ronddollen. In een overmoedige bui klommen ze op het treintje, bijgenaamd de Dinky, dat mensen vanaf het hoofdstation in een minuut of vijf naar de campus brengt. De student die als eerste bovenop het dak was, droeg een metalen horloge, waardoorheen de hoogspanning van de bovenleiding zich ontlaadde. Elfduizend volt ging door zijn lichaam. Elfduizend volt! Dat getal vergat ik nooit. De student lag op sterven.

In de weken daarna werden rondom de Dinky extra veiligheidsmaatregelen getroffen. Daarna verhuisde ik en hoorde ik niets meer over het voorval. Maar het gruwelijke verhaal liet me nooit los. Ik dacht vaak aan die arme student die zo’n hoge prijs had betaald voor een moment van jeugdige onbezonnenheid.

Tot ik onlangs een interview las met de titel Een schok die tot inzicht leidde. Bij het lezen van de eerste regel sloeg mijn hart over: „Allemaal hebben we een reden om wakker te worden in deze wereld. Voor mij was daar elfduizend volt voor nodig.”

Zo kwam ik 25 jaar na dato op het spoor van BJ Miller, de onfortuinlijke student. Hij was niet doodgegaan. Integendeel. Op de bijbehorende foto staat een levenslustige, knappe, pas getrouwde veertiger. Die nacht had hem drie ledematen gekost, maar hij had zich daardoor niet uit het veld laten slaan. „Ik besloot me niet over de situatie heen te zetten”, zegt hij, „maar om ermee te spelen en me erdoor te laten voeden.” Nog geen twee jaar later speelde hij in het US open volleybalteam tijdens de Paralympische Spelen in Barcelona.

Hij veranderde zijn studie in kunstgeschiedenis; kunst bood hem troost. „Kunstenaars geven vorm aan wat het betekent om mens te zijn, met alle bijbehorende zwartheid.” Geïnspireerd door de architectuur van Chicago, veranderde zijn houding ten opzichte van zijn protheses. Bedekte hij eerst alles onder schuimplastic en sokken, daarna liet hij de koolstofvezel voor zich spreken. Zoals de structuur van een gebouw een eigen verhaal vertelt. Tegelijkertijd met zijn klasgenoten haalde hij zijn diploma en ging vervolgens medicijnen studeren.

BJ Miller is nu directeur van het Zen Hospice in San Francisco. Een plek waar mensen zich voorbereiden op hun sterven. Sinds hij zelf de dood in de ogen keek, veranderde de manier waarop hij in het leven staat. Dood en leven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. „Ik ben niet bang voor de dood”, zegt hij. „Ik ben bang voor een niet ten volle geleefd leven. Van belang is zo te leven dat je je voorbereidt op een goed levenseinde.”

Hij voelt zich thuis bij mensen in de laatste en meest kwetsbare fase van hun leven. Hij vindt het een uitdaging hen zo goed mogelijk te begeleiden met de dingen die ertoe doen: geur, aanraking, eten, kunst, liefde, vriendschap. In zijn eigen woorden: „Iedere dag voel ik dat ik een voorsprong heb als ik patiënten en hun familie ontmoet, want ik heb in dat bed gelegen.” Zo bezien bracht de elektrische schok van elfduizend volt BJ Miller tot leven.