De klant is koning, maar hij weet niet wat hij wil

De inwoners van Zoetermeer willen kunnen winkelen bij de hipste ketens én geen eenheidsworst. Dat ene speciale winkeltje kan „net de Spaanse peper” voor een winkelcentrum zijn.

Sinds de komst van Primark in het stadshart Zoetermeer zijn de bezoekersaantallen fors gestegen.

Stadshart Zoeterméér trok ieder jaar minder bezoekers. Hippe ketens wilden zich niet in het winkelcentrum vestigen vanwege de „sobere” en gedateerde uitstraling, stond in het Structuurplan Upgrade Stadshart van september 2013.

Intussen is het nodige veranderd. Op 23 oktober 2013 opende de Ierse prijsvechter Primark een vestiging in Zoetermeer. Sindsdien zijn de bezoekersaantallen van het Stadshart, waar 10 miljoen mensen per jaar kwamen, flink gestegen. In de eerste zeven maanden kwamen er 15 tot 20 procent meer klanten. In 2014 waren er 8 procent meer bezoekers dan het jaar ervoor.

Los van het feit dat Primark ook slachtoffers maakt – de Esprit-winkel er pal tegenover is klanten kwijtgeraakt – heeft de komst van de prijsvechter Zoetermeer onmiskenbaar een boost gegeven. Een grote trekker was kennelijk waar het Stadshart behoefte aan had. Maar nu Den Haag sinds vorig jaar ook een Primark heeft, moet het Stadshart op zoek naar een nieuwe klapper om zich te onderscheiden.

Huurverlaging afdwingen

Afgelopen zomer plaatste het winkelcentrum een oproep op Facebook: welke winkels mist u nog? Er kwamen bijna duizend reacties, die een aardig inkijkje geven in de grilligheid van de consument. De wensen lopen nogal uiteen. En de consumenten hinken op twee gedachten. Aan de ene kant vragen ze om grote namen: Forever 21, Abercrombie & Fitch, Hollister, River Island, Michael Kors, Bershka, Zara, Mango, Pull & Bear, Topshop, de Bijenkorf. Ook Starbucks, Dille & Kamille, Flying Tiger en zelfs Walmart (de Amerikaanse supermarktketen die geen filialen in Nederland heeft) worden genoemd.

Aan de andere kant is er een roep om meer onderscheidende, kleine winkeltjes. Zoals René de Knegt zegt: „Ik mis kleine ondernemingen! [...] Zoetermeer heeft een opfrisbeurt nodig. Er zijn al genoeg grote winkelketens! Het wordt tijd dat de binnenstad wat persoonlijker wordt!” Ook Arthur van Hek klaagt dat er „alleen maar grote ketens” in het Stadshart zitten. „Jammer en ongezellig”, vindt hij. Ingrid van der Zwan is tegen de „eenheidsworst” en pleit voor „meer kleine zaakjes met aparte mode”. En Sylvia van der Bijl suggereert: „Met de grond gelijkmaken en opnieuw opbouwen en er dan een gezéllig Stadshart van maken.”

Vastgoedbazen vertellen dat zij graag meer variatie in het winkelaanbod willen bieden, maar dat de huurwetgeving dat in de weg staat. Winkeliers mogen volgens de wet één keer in de vijf jaar om huurprijsaanpassing vragen. De rechter kijkt dan naar de huren die omliggende winkels betalen. Betaalt de winkelier meer dan zijn buren, dan kan hij huurverlaging afdwingen.

Deze spelregels maken het vrijwel „onmogelijk” om dat ene speciale winkeltje aan te trekken, zegt Ellen Nijenhof van vastgoedadviesbureau CBRE. „Terwijl dat nu net de Spaanse peper is waarmee een winkelcentrum zich kan onderscheiden.” CBRE beheert het deel van het Stadshart dat in handen is van BV Beleggingsmaatschappij Stadscentrum Zoetermeer en waar een aantal panden leegstaat. Een kleine winkelier kan niet evenveel huur ophoesten als de grote ketens, zegt Nijenhof, maar het vastgoedbedrijf kan het niet riskeren een gereduceerd tarief te bieden. „Op het moment dat de ondernemers eromheen de kans hebben, stappen zij naar de rechter om óók een lagere huur te eisen.”

Geen goede verbinding

En zo krijg je dus een winkelcentrum met bijna uitsluitend ketens die je ook in andere winkelstraten ziet. Hema, C&A, V&D, Blokker, Rituals, Media Markt. De enkele kleine zelfstandige in het Stadshart worstelt met de tijdgeest waarin winkels worden geacht zeven dagen per week open te zijn. Juwelier Bas van Koningsbruggen en zijn vrouw (beiden dertigers), die de zaak jaren geleden overnamen van zijn ouders, wíllen niet elke zondag open. Zij hebben jonge kinderen en vinden het al erg genoeg dat ze hen één weekend per maand bij opa en oma moeten onderbrengen.

In de verderop gelegen historische kern van Zoetermeer, de Dorpsstraat, zitten juist bijna alleen maar kleine ondernemers. Een visboer, een ambachtelijke bakker, een chocolaterie, een christelijke boekhandel, kledingboetieks. Je zou tegen al die klanten die op Facebook vragen om kleine winkeltjes willen zeggen: ga naar de Dorpsstraat.

Maar een goede verbinding tussen de twee winkelgebieden – er ligt een plas tussen waar mensen omheen moeten – laat op zich wachten. Bovendien zijn de verhoudingen tussen het Stadshart en de winkeliers in de Dorpsstraat niet dusdanig dat ze samenwerken en elkaar versterken, en de gemeente lijkt dit ook niet actief te bevorderen. Een gemiste kans.