David Middendorp danst met drones

Live dance en videoprojecties in Blue Technology foto Gerrit Schreurs

„Yeah!!”, klinkt het opgelucht uit de coulissen, een halve seconde na afloop van Newton’s Duet. Want helemáál gerust was choreograaf David Middendorp (1976) er niet op dat alles zou werken in zijn eerste dans voor mens en drone. Maar alles gaat goed. De kleine drones zoemen als zomerse muggen rond de twee mannen die zich op de vloer, synchroon of gespiegeld, in allerlei houdingen plooien, langzaam werkend naar verticale positie. Als Middendorp zijn droontjes uitrust met camera’s, kan Newton’s Duet uitgroeien tot een echt spannend schouwspel.

Middendorp is al jaren bezig met technologische toepassingen. In Blue Journey (2008), ook opgenomen in het nieuwe programma Blue Technology, laat hij live dans en synchroon geprojecteerde videoanimaties samensmelten tot onmogelijke visuele realiteiten: dansers die letterlijk ‘uitwaaieren’, schaduwen die plots opstijgen en wegzweven, reusachtige handen die het toneel ontvolken. Vorig jaar speelde hij zich daarmee in de kijker bij America’s Got Talent. In het nieuwe Face Machine likken reusachtig geprojecteerde hoofden wellustig de tot miniproporties verkleinde lichaampjes van dansers elders op de vloer: een secure mix van verschillende camerastandpunten, live opgenomen en geprojecteerd. Ook Flyland 2 (een theaterversie van een Oerol-choreografie) toont een combinatie van live dans en videoprojectie, waardoor een stelletje door wolken en over grazige landschappen zweeft.

Blue Technology is sympathiek en toegankelijk, zeker voor een jong publiek. Met technologie en een beperkt choreografisch talent komt Middendorp tot fraaie visuele effecten. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat veel daarvan, ondanks alle state-of-the-artsnufjes, niet spectaculairder overkomen dan filmkomiek Harold Lloyd die al in 1923 in doodsnood aan de wijzer van een klok leek te bungelen. En zoals de Franse Compagnie Montalvo-Hervieu in 1997 live dans en videoanimaties combineerde in Paradis, blijft vooralsnog onovertroffen.

    • Francine van der Wiel