Er zijn meer werkenden en minder managers, echt?

Het aantal werkenden stijgt, terwijl het aantal managers daalt. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Nederland telde halverwege dit jaar 490.000 managers. Dat is 8 procent minder dan een jaar eerder, toen mochten 531.000 werkenden de functietitel ‘manager’ op hun visitekaartje zetten. De daling is opvallend omdat het aantal mensen met een baan juist toenam.

Bij Nederlandse bedrijven en organisaties is één op de zeventien werknemers nu leidinggevende. Vorig jaar was dat nog één op de vijftien. Bij verzekeringsbedrijven en in de financiële dienstverlening werd het hardst gesnoeid in managementlagen.

Vooral het aantal mannelijke leidinggevenden is flink afgenomen. De positie van vrouwen is licht verbeterd: hun aandeel in het totale aantal managementfuncties steeg van 24 naar 26 procent. In absolute aantallen daalde het aantal vrouwelijke managers licht: van 130.000 in het tweede kwartaal van 2014 naar 128.000 een jaar later. Het aantal mannelijke managers daalde in die periode forser: van de 400.000 mannelijke managers waren er een jaar later nog 361.000 over.

Als mensen die voltijd in dienst zijn met elkaar worden vergeleken, is het man-vrouw-verschil kleiner. Mensen die een volledige werkweek hebben, zowel mannen als vrouwen, zijn vaker manager dan mensen die deeltijd in dienst zijn.

Vorige week zei Emile Roemer (SP) tijdens de eerste dag van de Algemene Beschouwingen dat de hardst groeiende beroepsgroep in Nederland die van zorgmanager is. De politicus baseerde zich op een onderzoek van het Centraal Planbureau Baanpolarisatie in Nederland. Dit rapport, dat afgelopen juli verscheen, beschreef de gevolgen van robotisering voor de Nederlandse arbeidsmarkt.

De conclusie van het onderzoek was dat vooral banen in het midden van de arbeidsmarkt verdwijnen door inzet van robots. Medewerkers in de drukkerij en kunstnijverheid worden het vaakst overbodig. (NRC)