Bedrijven besteden ‘gedoe’ graag uit

De internationale actie tegen belastingontwijking zal de grote trustkantoren niet hard treffen.

Het hoofdkantoor van Intertrust zit in het Amstelgebouw in Amsterdam. Intertrust zit in 26 landen, waaronder alle belangrijke zakencentra van de wereld en enkele belastingparadijzen. Foto Pieterjan Luyten

Bijna allemaal zijn ze net verkocht of worden dat op korte termijn: grote Nederlandse trustkantoren zijn een gewilde investering.

Een van de grootste, Intertrust, gaat binnenkort naar de beurs, zo maakte het bedrijf gisteren bekend. Het was al langer bekend dat de eigenaar, investeringsmaatschappij Blackstone, een beursgang overwoog. Nu komt die er. Intertrust is van plan om 475 miljoen euro op te halen. Dat geld wordt gebruikt om schulden af te lossen.

Ook drie andere grote trustkantoren kregen dit jaar een nieuwe eigenaar. De Franse investeringsmaatschappij Astorg nam eerder deze maand trustkantoor SGG over naar verluidt zo’n 300 miljoen euro. Het Aziatische Baring Private Equity werd eerder dit jaar de nieuwe eigenaar van trustbedrijven Orangefield en Vistra. Baring zou respectievelijk rond de 300 en 900 miljoen euro betalen.

Het zijn hoge prijzen, zegt een ingewijde, met name in vergelijking met wat de vorige eigenaren eerder hebben neergelegd. Blijkbaar zien de nieuwe eigenaren allerlei kansen om de trustbedrijven te laten groeien, zodat ze hun investering straks weer ruim kunnen terugverdienen.

Bij het grote publiek hebben trustkantoren geen beste naam. Ze staan bekend als hoeders van talloze brievenbus-bv’s. Gesloten bedrijven die multinationals en rijke individuen helpen belasting te ontwijken – een praktijk die inmiddels internationaal zwaar onder druk staat. Waarom zien investeerders daar een toekomstbestendige investering in?

Administratiemachines

Grote trustkantoren – zelf noemen ze zich liever corporate services providers – zijn meer dan een parkeerplaats voor lege bv’s. Het zijn administratiemachines die hun klanten allerlei tijdrovende klusjes uit handen nemen. Denk aan boekhouding en belastingaangiftes, rapportages opstellen, aandeelhoudersvergaderingen organiseren, zorgen dat klanten aan alle regeltjes voldoen. Die klanten zijn multinationals, private-equitypartijen, hedgefondsen, en rijke individuen.

Lang niet altijd hebben hun diensten iets met belasting te maken, zegt André Nagelmaker, directeur van het net verkochte SGG en voorzitter van Holland Quaestor, de koepel van trustkantoren in Nederland. Hij geeft een voorbeeld. „Voor een vastgoedfonds doen wij de administratie van de bv’s. Daar zitten garages in. Daar is niks fiscaals aan.”

Het is routinewerk dat altijd moet gebeuren, crisis of geen crisis. Zo komt 85 procent van de 300 miljoen euro omzet van Intertrust uit zulk standaardwerk, dat altijd doorgaat. De overige 15 procent is wel incidenteel, en komt bijvoorbeeld uit de oprichting van nieuwe bv’s.

Juist deze voorspelbaarheid maakt trustkantoren een aantrekkelijke investering. „Het zijn zeer stabiele bedrijven”, zegt zakenbankier Robert Ruiter van ING. Hij begeleidde onder meer de overnames van SGG en Orangefield. Klanten blijven doorgaans jaren trouw, dus de inkomsten blijven gestaag binnenstromen. Wat ook helpt, zegt Ruiter, is „dat trustkantoren sterk hebben geïnvesteerd in risicomanagement”.

Er komt steeds meer werk bij. Klanten van trustkantoren moeten aan steeds meer regels voldoen. Dat is gedoe en gedoe besteden ze graag uit. „Hoe meer regels, hoe meer werk”, zegt Nagelmaker van SGG.

Voorbeeld van nieuwe regelgeving die trustkantoren werk oplevert, is de Alternative Investment Fund Managers Directive, kortweg AIFM-richtlijn. Die schrijft voor dat beheerders van beleggingsinstellingen – onder meer private-equitybedrijven, vastgoedfondsen en hedgefondsen – onder meer rapportages moeten laten maken over hoe het gaat het beleggingsfonds. Typisch een karwei voor trustkantoren.

Dubieuze staatshoofden

Het is onbekend welk deel van de diensten van grote trustkantoren primair gericht is op het verlagen van de belastingdruk. Maar mensen die de trustsector goed kennen, zeggen dat het helpen ontwijken van belasting gestaag minder van de omzet genereert. Ook durven de groten zich steeds minder te wagen aan klussen die argwaan wekken. Het faciliteren van wel heel agressieve fiscale structuren bijvoorbeeld, of vennootschappen beheren voor dubieuze staatshoofden. Reputatie vinden trustkantoren belangrijk, zeggen kenners. Ze letten goed op dat ze zich netjes aan alle regels houden – toezichthouder De Nederlandsche Bank is streng en kritisch.

De verwachting is ook niet dat grote trustkantoren al te veel omzet zullen mislopen door de internatonale actie tegen belastingontwijking. De Oeso, club van 34 geïndustrialiseerde landen, werkt aan vergaande maatregelen die brievenbus-bv’s onbruikbaar moeten maken. Die zullen kleinere trustkantoren waarschijnlijk harder treffen. Mogelijk leveren de Oeso-maatregelen grote kantoren zelfs werk op. Zo moeten multinationals straks per land allerlei gegevens bijhouden: omzet, winst, werknemers, belastingafdracht. Huiswerk dat ze ongetwijfeld graag uitbesteden.

De verwachting is dat er uiteindelijk maar een paar grote trustkantoren overblijven, net als bij de accountants. Want hoe groter het kantoor, hoe minder kosten per klant. De eerste tekenen zijn er al: Vistra en Orangefield gaan onder hun nieuwe eigenaar samen. Het is voor de overblijvende trustkantoren zaak dat zíj een van die big four – of three of five – zijn, als ze zelfstandig willen blijven bestaan.

    • Teri van der Heijden