Vrouwen krijgen minder onderzoeksbeurzen dan mannen

Vrouwen krijgen minder vaak een zogeheten Veni-beurs (voor pas gepromoveerde onderzoekers) van wetenschapsfinancier NWO dan mannen, terwijl de onderzoeksvoorstellen van mannen en vrouwen als even goed worden beoordeeld.

Hoogleraren, promovendi, docenten, onderzoekers, studenten en schoolkinderen trekken door Amsterdam tijdens landelijke actiedag universiteiten. ANP Foto / Toussaint Kluiters

Vrouwen krijgen minder vaak een zogeheten Veni-beurs (voor pas gepromoveerde onderzoekers) van wetenschapsfinancier NWO dan mannen, terwijl de onderzoeksvoorstellen van mannen en vrouwen als even goed worden beoordeeld. Van de Veni-aanvragen van mannen wordt 17,7 procent gehonoreerd, tegenover 14,9 procent van de aanvragen van vrouwen.

Dat blijkt uit onderzoek dat sociaal psychologen Romy van der Lee (Universiteit Leiden) en Naomi Ellemers (Universiteit Utrecht) hebben uitgevoerd in opdracht van NWO, die streeft naar gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Ze keken naar Veni-aanvragen van 2.823 onderzoekers in 2010-2012. Vooral bij geneeskunde en bij aard- en levenswetenschappen, gebieden waar al relatief veel vrouwen werken, was het verschil groot. „Dan hebben mensen het idee dat ze er niet meer op hoeven te letten”, zegt Van der Lee. Het onderzoek wordt deze week gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS (early edition, online).

Vrouwen worden nog steeds gediscrimineerd in de wetenschap: ze worden minder competent gevonden dan mannen, krijgen minder snel een vaste aanstelling, minder salaris voor hetzelfde werk en (dus ook) minder makkelijk onderzoeksgeld. Vrouwelijk talent lekt mede daardoor weg uit de wetenschap; in Nederland is slechts 16 procent van de hoogleraren vrouw. Beurzen voor jonge onderzoekers zijn cruciaal bij het behouden van vrouwelijk talent, schrijven Van der Lee en Ellemers, omdat ze de gehonoreerde vrouwen kunnen helpen bij onderhandelingen over onderzoeksfaciliteiten, salaris en promoties.

Van der Lee en Ellemers lieten zien dat bij elke stap in het beoordelingsproces van de Veni-beurzen (voorselectie, interviewronde, honorering) relatief meer mannen en minder vrouwen overbleven. Uiteindelijk ging 37,9 procent van de toekenningen naar vrouwen, terwijl 42,1 procent van de aanvragers vrouw was. Opvallend is dat de beoordelaars de voorstellen van mannen en vrouwen even goed vonden, en ook hun kennisbenutting, maar ze vonden de mannelijke onderzoekers beter dan de vrouwelijke, terwijl Van der Lee en Ellemers het onwaarschijnlijk achten dat de mannen echt systematisch beter waren. De seksesamenstelling van de beoordelingscommissie deed er niet toe.

NWO is al bezig te onderzoeken hoe het probleem kan worden opgelost: Van der Lee en Ellemers gaan een training ontwikkelen en testen voor wetenschappers die de onderzoeksvoorstellen voor NWO moeten beoordelen. Ook gaan de psychologen onderzoeken of het helpt als het taalgebruik van NWO ‘genderneutraler’ wordt. Mensen associëren woorden als ‘avontuurlijk’ en ‘excellent’ onbewust vaker met mannen dan met vrouwen.