Turken en Koerden leven hier goed samen, als je het maar niet over politiek hebt

In aanloop naar de Turkse verkiezingen op 1 november laait de strijd tussen Erdogan en de PKK op. Ook in Nederland is er meer onrust.

„Bij een massale vechtpartij tussen Turkse en Koerdische jongeren tijdens een concert in een Schiedamse sporthal zijn gisteravond zeker vijf gewonden gevallen”, meldde NRC in april 1997. „Verwarde leden van de band haasten zich naar buiten in verfrommelde smokings, violen en blaasinstrumenten onder de arm geklemd.” Het was die week al de derde vechtpartij tussen Turken en Koerden.

Er is weinig voor nodig om het geweld tussen Turken en Koerden in Nederland aan te wakkeren, lijkt het. „Het is een golfbeweging”, zegt hoogleraar criminologie Richard Staring van de Erasmus Universiteit Rotterdam, die in Istanbul onderzoek doet. „Het Turks-Koerdische conflict doet een appèl op hun identiteit. Wat me nu opvalt, is de extreme, gepolariseerde toon waarmee jongeren via sociale media op elkaar reageren. In de discussie zit je al snel in een bepaald kamp”, zegt Staring.

‘We zijn hier samen opgegroeid’

Steeds als de strijd tussen het Turkse leger en de Koerdische guerrillabeweging PKK oplaait, zoals nu, nemen de spanningen in Europese landen toe. Vooral in de jaren negentig waren hier geregeld brandstichtingen, bedreigingen en mishandelingen.

Veiligheidsdienst BVD – voorloper van de AIVD – meldde in 1993 dat zowel Turkse als Turks-Koerdische politieke groeperingen jaarlijks zeker 4,5 miljoen gulden (ruim 2 miljoen euro) in Nederland inzamelden via afpersing en intimidatie. Er ontstond een diplomatiek conflict met Turkije toen de Nederlandse regering in 1995 weigerde de oprichting van het ‘Koerdisch parlement in ballingschap’ in Den Haag te verbieden.

Maar de meeste Turken en Koerden in Nederland (er zijn 396.000 volgens het CBS Turken in Nederland, van wie naar schatting 100.000 van Koerdische komaf) leven doorgaans goed samen. Ze hebben familie- en vriendschapsbanden die teruggaan tot Turkije of de komst van de eerste gastarbeiders in de jaren zestig. „Elke Turk en elke Koerd hier [...] is met elkaar opgegroeid”, zei één van de 73 geïnterviewde jongeren in een onderzoek van Staring voor het ministerie van Veiligheid en Justitie: Maatschappelijke positie van Turkse Nederlanders: ontwikkelingen en risico’s op criminaliteit en radicalisering (2014).

De beleving van het conflict is complex, net als de identiteit van migranten en hun kinderen, zegt Staring. „De ene keer gaat het Turkse laatje open, de andere keer het Koerdische laatje of het Nederlandse.”

Koerdisch volkslied als ringtone

Veel Turken en Koerden in Nederland vermijden gesprekken over de gewapende strijd liever, staat in het rapport. Ouders drukken Koerdische jongeren op het hart niet in politieke discussies verzeild te raken als ze naar Turkije gaan. „Ik ben een keer bijna geslagen door de politie omdat ik een Koerdisch volkslied op mijn telefoon als ringtone had”, vertelde er een. Nationalistische Turkse jongeren zeiden de onderzoekers geen problemen te hebben met Koerdische jongeren in Nederland – „mits politieke kwesties onbesproken blijven”.

Het beeld van de ‘Koerdische dreiging’ bereikt via schotelantennes, culturele organisaties, moskeeën en Facebook ook Nederland. „Van oudsher wordt de Koerdische afscheidingsbeweging gezien als een bedreiging voor de eenheid van de Turkse staat”, zegt hoogleraar culturele antropologie Thijl Sunier van de Vrije Universiteit in Amsterdam, gespecialiseerd in Turkije. „Nu gebruikt de Turkse regering in de media vooral het veiligheidsargument: het leger moet wel ingrijpen, want in Zuidoost-Turkije zou niemand zijn leven meer zeker zijn door de PKK. Wat meespeelt zijn de parlementsverkiezingen in november. De pro-Koerdische HDP heeft onlangs de kiesdrempel gehaald en de AK-partij van president Erdogan is de absolute meerderheid kwijt.”

Tolerantie tegenover Koerden

De Turkse jongeren uit het onderzoek van Staring volgen nauwelijks het nieuws en zijn niet erg geïnteresseerd in Nederlandse en Turkse politiek. Maar ze voelen zich wel sterk verbonden met Turkije – de mannen met een Turks of een dubbel paspoort vallen ook onder de dienstplicht – en hebben vaak een uitgesproken mening over de Koerdische strijd.

De meeste Turkse jongeren hebben „een zekere mate van tolerantie” tegenover Koerden, maar zien de PKK als een terroristische organisatie die ‘hun’ militairen doodt. Een andere groep heeft kritiek op het Turkse leger wegens het onderdrukken van Koerden. En ten slotte zijn er de nationalistische jongeren die de Koerdische strijd volledig afwijzen – al leidt het zelden tot het verbreken van vriendschappen. Eén jongere betreurde het dat zijn Koerdische vriend niet naar de Turkse moskee kon zonder zich „rot en bekeken” te voelen.

De Koerdische jongeren uit het onderzoek zien zichzelf eerder als ‘Koerdische Nederlanders’ dan als ‘Koerdische Turken’. Ze zijn vaker politiek actief en bijna allemaal hebben ze wel eens overwogen om zich aan te sluiten bij de PKK. „Die betrokkenheid is opvallend”, vindt Staring. Op een enkeling na trekken ze niet naar de bergen en blijven ze gewoon in Nederland. Een aantal jongeren is rechten gaan studeren: om veel geld te verdienen, maar ook om gratis juridisch advies aan Koerden te geven.

Een ander deel van de Koerdische jongeren heeft niks met de marxistische achtergrond van de PKK. Vooral soennitische moslims zijn kritisch en zien de gevangen oprichter van de PKK, Abdullah Öcalan, niet als leider. „In de islam heb je geen verschil: zwart, wit, Turk, neger, Afrikaan. Daar wordt niet naar gekeken, maar de politiek maakt het allemaal moeilijk”, zei een jongere. „Ik zie geen verschil tussen een Turk en een Koerd, want ik zie ze als moslim.”