De oorlog tussen  Turken en  Koerden woedt nu ook in Rotterdam

Bedreigingen, kapotte ruiten: in Rotterdam zijn de spanningen tussen de Koerden en Turken voelbaar. Bij een buurthuis vlogen molotovcocktails naar binnen.

Bezoekers op vrijdagavond bij de Koerdische Volks Stichting in de Van Helmontstraat Rotterdam. Foto Peter de Krom

In buurthuis Versam in het Oude Noorden van Rotterdam schudt een oudere man voorzitter Mustafa Senyürek de hand, even raken hun hoofden elkaar. Een gebruikelijke begroeting tussen Turkse nationalisten. „Geçmis olsun”, sterkte. Hoofdschuddend kijkt de bezoeker naar de dichtgespijkerde ramen, naar de zwarte vegen op de muur. Buiten staat een politiebus en een camera houdt het pand in de gaten. Tot twee keer toe werd het buurthuis aangevallen. In de vroege uren van maandag 14 september vlogen twee molotovcocktails naar binnen, de volgende nacht werden ruiten ingeslagen.

De eerste aanval kwam net na de grote Turkse anti-PKK-demonstratie. Senyürek weigert te speculeren wie achter de aanvallen zit. Er is geen boodschap achtergelaten. Een ding weet hij zeker: het was geen spontane actie. „Op exact hetzelfde tijdstip werden ook de ruiten van een Turks buurthuis in Schiedam ingegooid.”

Hoofd én achterban koel houden

De voorzitter kiest zijn woorden zorgvuldig. Neemt nog een slokje thee. Al bijna dertig jaar woont hij in Nederland. Nooit problemen gehad. En nu dit. „We willen de problemen van Turkije niet hier.” Hij weet dat met elke dode in het vaderland de emoties oplopen. „Het is triest, maar wat zou Nederland doen wanneer een groep Drenthe zou bezetten?” Het is de enige politieke uitlating die de voorzitter doet. Die maandag na het eerste incident heeft hij de jongeren in het centrum tot kalmte gemaand. „Ze waren woedend, wilden wraak.” Vrijdagochtend zat hij met burgemeester Aboutaleb om tafel. Samen met andere Turkse en Koerdische verenigingen uit de stad. Het was een goed gesprek. Het is belangrijk dat iedereen het hoofd én de achterban koel houdt, zegt hij ernstig.

De broederschap is fragiel

Maar de sfeer onder Koerden en Turken is veranderd. Sociale media helpen niet. „Het is nu zo makkelijk om wat te roepen. Er hoeft maar een gek te zijn”, zegt Rojda Akyar van de Koerdische Volksstichting. Ze heeft er deze week wakker van gelegen.

De clashes tussen Koerden en Turken elders in Europa maken de onrust nog groter. Zondagavond, na de demonstratie, stond een groep Turken dreigend voor de deur. De politie maakte er snel einde aan. Sindsdien heeft ze samen met anderen ’s avonds bij het centrum ‘gewaakt’.

Ook voor de Koerden hier is Koerdistan niet ver weg. Aan de wand hangt een portret van de geliefde PKK-leider Öcalan. De gebeurtenissen van de afgelopen tijd – de afsluiting van de stad Cizre, het oplaaiende geweld, de vele doden – roepen herinneringen op aan de donkere jaren negentig. Erdogan heeft hier geen vrienden.

„Dit is zijn reactie op het succes van de Koerden bij de verkiezingen. Fascisme”, zegt voorzitter Abdulbaki (57). Hij heeft Erdogan nooit vertrouwd. Ook in Rotterdam voelt hij spanning. „Het is anders tussen Koerden en Turken in de stad.” De broederschap is fragiel. Studente Rojda wuift het woord ‘broederschap’ weg. „Dat roept iedereen tegenwoordig. Een leeg begrip. Ik ga zo niet met mijn familie om.”

Het zijn die terroristen van de PKK

Natuurlijk volgt hij het nieuws uit Turkije. De Turkse zender staat vanaf zeven uur ’s ochtends aan, zegt de 16-jarige Hassan. Samen met de 14-jarige Fatma loopt hij over het pleintje bij de Fatih moskee in Rotterdam-Zuid. De beelden van de begrafenissen van de Turkse soldaten en de huilende moeders maken indruk. Hassan heeft geen problemen met de Koerden, zegt hij. „We zijn allemaal broeders. Het zijn die terroristen van de PKK.”

De spanningen tussen Koerden en Turken zijn ook op school voelbaar. Hassan: „Wanneer er wat gebeurt in Turkije, dan wordt over en weer gescholden. Maar daarna zakt het meestal weer weg.”

Bij de moskee begint het middaggebed. „Elke dode doet ons verdriet”, zegt de 64-jarige Cemal. De schuld ligt bij de Koerden van de HDP, stelt hij. Bij de partij die bij verkiezingen in juni 12 procent van de stemmen haalde. „Zij hebben de boel voorgelogen. De PKK zou de wapens neerleggen, maar dat is niet gebeurd.” Hij bedoelt maar. President Erdogan had geen keus.

De Koerdische Umit (34) loopt over het Afrikaanderplein met zijn dochtertje. Hij voelt geen spanning in de stad. „Mensen hier zijn zo dom niet, beter opgeleid. Er zijn natuurlijk mensen die geen werk hebben. Zij zitten de hele dag in een theehuis of bij een vereniging. Dan worden dit soort zaken heel belangrijk.” Zelf heeft hij niet veel op met de Koerdische beweging, met de PKK al helemaal niet. „Onder de soldaten die nu sneuvelen, zitten ook Koerdische jongens.”