Opinie

Rugby, een sentimentele sport

De Rugby World Cup is begonnen. Een Duitse filmmaker vertelde me dat ze Nederland echt een rugbyland vond. Dat verbaasde me: de meeste Nederlanders verwarren rugby met American Football. Het bleek dat haar eerste drie vriendjes na haar westwaartse verhuizing allemaal rugbyers waren. „Ik houd van grote mannen.”

Een schrijver uit Ghana zei dat hij van rugby hield, omdat hij tijdens zijn studie in Amsterdam alleen maar met rugbyvrouwen ging. „Ik houd van sterke vrouwen.”

Wanneer een sport geen vanzelfsprekende nationale bekendheid geniet, is er duidelijk een persoonlijke binding nodig om die sport te leren waarderen.

Bij mij was het een breuk die me naar het rugby verwees. In 2005 zat ik op de middelbare school in de Verenigde Staten. Ik speelde voetbal (‘soccer’) voor het sociale en tijdens de eerste wedstrijd van het seizoen brak ik met een lichte bodycheck het sleutelbeen van een tegenstander. De wedstrijd werd stilgelegd en terwijl er een brancard het veld op kwam, vroeg iemand of ik niet eens wilde komen rugbyen. Zo geschiedde. Ik leerde tackelen, rucken, scrummen, maulen.

En ik mocht mee op rugbykamp. We regelden flessen drank via oudere zussen en broers, maar de coaches kwamen erachter en wij – zestien en dus vijf jaar te jong voor alcohol – werden geschorst. Voor straf bracht ik mijn eerste rugbywedstrijden aan de kant door, wat leerzaam was. Niet alleen begon ik de regels eindelijk te begrijpen, ik zag ook dat je een mentale knik moet maken om op aanstormende lichamen in te beuken. Een halfslachtige pass wordt ook wel hospital pass genoemd, omdat het tot een harde hit op je teamgenoot kan leiden. Een rugbyer voelt zich verantwoordelijk voor elke stap die zij of hij zet.

Sentimenteel, maar echt.

Zaterdag speelde rugbynatie Zuid-Afrika tegen Japan. Ik zag de wedstrijd in een afgeladen kroeg en dronk Savanna Dry. Overal hingen schermen, zodat je de herhaling van scores en penalty’s dubbel zag. De overeenkomst tussen sport en kunst: het betreft spel dat zichzelf heel serieus neemt. Het verschil: sport doet geen enkele moeite om exclusief te zijn, het wil dat iedereen kijkt en meedoet. Het barpersoneel bleef de laatste minuten met open mond naar het scherm staan kijken; het bier op hun dienbladen was toch al zonder schuim getapt.

In de laatste seconden van de wedstrijd maakte Japan de winnende try (score).

The Guardian schreef dat de winst een ‘donderslag bij heldere hemel’ was die de rugbygeschiedenis op zijn kop zette. In 1995 was het Zuid-Afrika dat zo’n donderslag veroorzaakte. Na een jarenlange boycot vanwege het apartheidsregime, speelden ze voor het eerst mee en werden wereldkampioen. Mandela reikte de Cup uit.

Het sentimentele klinkt zoveel beter wanneer het cru wordt gecompenseerd door bloed, scheve neuzen en bloemkooloren. Simone van Saarloos