Rijks zoekt nog naar 80 mln euro

Overheid en Rijksmuseum betalen elk de helft van 160 miljoen euro voor twee huwelijksportretten door Rembrandt, in bezit van de bankiersfamilie Rothschild.

Rembrandt Harmensz van Rijn, Maerten Soolmans (1613-1641), ca. 1634. Olieverf op doek, 209,5 x 135,5 cm.

Het Rijksmuseum en de rijksoverheid kopen samen twee door Rembrandt in 1634 vervaardigde huwelijksportretten. Het gaat om het echtpaar Maerten Soolmans en Oopjen Coppit, geschilderd op twee doeken van meer dan twee meter hoogte, levensgroot en gekleed in de laatste mode van die tijd. Ze zijn eigendom van de Franse tak van de bankiersfamilie Rothschild, die ze verkoopt voor 160 miljoen euro. Overheid en Rijksmuseum betalen elk de helft.

Het ministerie van Financiën draagt 50 miljoen bij, afkomstig uit dividend van staatsbedrijven. Het Aankoopfonds van het ministerie van OCW wordt bijna volledig uitgeput voor een bijdrage van 30 miljoen. „Het Rijksmuseum moet nu zorgen voor het resterende deel van de financiering”, was vrijwel het enige commentaar dat directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum vanmorgen wilde geven. „We hebben al een substantieel deel, maar zoeken nog verder.”

In een korte schriftelijke verklaring noemt het museum het „fantastisch dat de Nederlandse regering zich gaat inzetten om deze topstukken van Rembrandt naar Nederland terug te brengen”. Om zelf „de benodigde middelen bijeen te brengen” heeft het Rijks „met verschillende particulieren gesproken”.

Die summiere verklaring staat in contrast met de volle drie pagina’s die De Telegraaf vanmorgen wijdde aan de aanstaande aankoop. De afgelopen maand kwam die in een stroomversnelling, nadat Pijbes contact had gezocht met D66-leider Alexander Pechtold, om de financiering rond te krijgen. Pechtold is kunsthistoricus en was voor hij de politiek in ging veilingmeester. Hij benaderde alle andere politieke partijen in de Tweede Kamer. Een week voor Prinsjesdag kwamen zeven fractievoorzitters voor geheim beraad bijeen in het Mauritshuis, naast het Binnenhof. Daar bleek brede steun te zijn voor het bijdragen aan de aankoop.

Eerdere kunstaankopen van het rijk zijn controversieel geweest. Gerrit Zalm kreeg veel kritiek toen hij in 1997 buiten het parlement om De Nederlandsche Bank liet betalen voor de aanschaf van Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Het schilderij kostte 80 miljoen gulden.

De fractievoorzitters zouden vorige week donderdag het kabinet publiekelijk oproepen aan de aanschaf bij te dragen, maar toen was de koop nog niet rond. Inmiddels zou het voorlopig koopcontract zijn ondertekend. Al wil directeur Pijbes dat niet bevestigen.

De twee Rembrandts zijn sinds 1956 niet meer tentoongesteld. Dit voorjaar werd de Franse exportvergunning openbaar, wat erop duidde dat de doeken te koop kwamen. „Toen we dat lazen in Franse media, hebben we de koppen bij elkaar gestoken”, zegt Pijbes. Nog voor de zomer werd gepraat met potentiële geldschieters, waaronder de Vereniging Rembrandt. Die vereniging steunt aankopen van musea met geld van particuliere donateurs en staat garant „voor maximaal 5 miljoen”, zegt voorzitter Martijn Sanders. „En dat is heel veel, als je bedenkt dat we een jaarbudget hebben van 4 miljoen.”

De Bankgiro Loterij geeft geen extra bijdrage voor de aanschaf van de twee Rembrandts, stelt een woordvoerder. Wel kan het Rijksmuseum de vaste bijdrage die het museum jaarlijks krijgt van de loterij gebruiken in de financiering van de aanschaf.

De Rembrandts zijn in topconditie en hoeven alleen maar schoongemaakt te worden, zegt een kunstmarktkenner die anoniem wil blijven, en die als een van de weinigen bij de familie Rothschild over de vloer is geweest.