Pianist Minnaar schittert in een wat hoekige Beethoven

Sinds het afscheid van Neeme Järvi in 2012 zit het Residentie Orkest zonder chef-dirigent. Die komt er voorlopig ook niet. Wel heeft het Haagse orkest vanaf dit seizoen twee ‘vaste dirigenten’ aangesteld. De Brit Nicholas Collon ontfermt zich over het repertoire uit de 20ste en 21ste eeuw, voor barok tot vroege romantiek is Jan Willem de Vriend verantwoordelijk. Zondag liet hij zien hoe hij daar invulling aan zal geven.

In het Zuiderstrandtheater, het nieuwe en tijdelijke onderkomen tussen de duinen en de Scheveningse haven, dirigeerde hij de Eerste en Vijfde symfonieën van Schubert en het Eerste pianoconcert van Beethoven, met Hannes Minaar als solist. De Vriends stijlopvatting is bekend. 31 jaar leidde hij als violist het Combattimento Consort: oude muziek volgens oude speelwijzen, maar op moderne instrumenten. Bij het Residentie Orkest waren wel wat historisch verantwoorde instrumenten te zien, zo speelden de hoornisten op hoorns zonder ventielen. Het verschil zat vooral in de frasering. De Vriend voerde het orkest aan met gebaren als van een verkeersagent, met hoekig, kortademig spel tot gevolg. Door de weinig subtiele strijkers klonk Schubert eerder boertig dan galant.

Een lichtpuntje was het spel van Minnaar, die schitterende dingen liet horen in het Largo. Maar ook in Beethoven klonk het orkest te plomp en onafgewerkt. De droge akoestiek kon dat niet maskeren.