Met alle respect

Mark Rutte is onlangs door deze krant uitgeroepen tot clichékeizer van het Binnenhof. Zijn favoriete cliché blijkt te zijn: met alle respect. De afgelopen tien jaar, zo toont onderzoek aan, heeft hij dit in politieke debatten vaker gebruikt dan wie ook.

De clichékeizer – het lijkt me geen eretitel. Rutte blijkt heel veel clichés te gebruiken, maar eerlijk gezegd was mij dat grotendeels ontgaan. We zien Rutte bijna dagelijks op tv, en wat mij daarbij het meest opvalt is zijn jongensachtige enthousiasme. Vrijwel altijd opgewekt, energiek en positief. En dat in zo’n deprimerende werkomgeving als de politiek – doe het hem eens na.

Of hij achter de schermen ook zo blijmoedig is, doet er mijns inziens niet toe. Je moet het als politicus van een bepaald imago hebben en bij Rutte is dat bewonderenswaardig consistent en slijtvast.

Het is de vraag of je met alle respect als een cliché moet beschouwen. Volgens de Grote Van Dale is een cliché een „telkens overgenomen, altijd weer gebruikte en daardoor versleten, niet meer ‘sprekende’ wending of figuur”. Met alle respect mag een veelgebruikte formulering zijn, van slijtage lijkt voorlopig geen sprake te zijn. Dat komt doordat de kracht niet in de formulering, maar in de functie zit.

Probeer het zelf eens in een vergadering. Iemand brengt een waardeloos idee in en u zegt: „Dat is een waardeloos idee.” Of u zegt: „Met alle respect: dat is een waardeloos idee.” Welke reactie valt beter? De eerste reactie zal snel als bot of hooghartig worden ervaren, wat – ook als u volkomen gelijk heeft – in uw nadeel zal uitvallen.

Een opmerking met als intro met alle respect is een tweetrapsraket, waarbij het eerste gedeelte een positieve en het tweede gedeelte een negatieve lading heeft. Het vernuftige is dat het positieve gedeelte over jezelf gaat. Met alle respect zegt immers iets over jouw inborst en beschaving: vanzelfsprekend respecteer je de ander om wie hij of zij is, om zijn of haar ideeën, om waar hij of zij voor staat, maar…

Je hoort nooit: „Met alle respect, je bent een geweldige vent / wat een geweldig goed idee.” Dat zou als een contradictio in terminis worden ervaren. De lancering is pas geslaagd als het tweede gedeelte negatief is. Daarbij zijn zelfs grofheden toegestaan. „Met alle respect: soms ben je echt een hufter.”

Ook als je kiest voor grofheden is het een slimme formulering: in feite demonstreer je daarmee je onbeschaafdheid, maar door eerst (zogenaamd) je respect te betuigen, kun je je meer permitteren.

Zelfs het vaak herhalen van deze formulering heeft een functie, want hiermee versterk je je imago als beschaafde politicus. Het is een doorzichtige truc, maar daardoor niet minder effectief: door telkens even te laten weten hoe respectvol je bent, neem je afstand van populisten die hun best doen om te scoren met oorspronkelijke uitspraken („Rutte is de Pinokkio van de Lage Landen. Zijn neus raakt inmiddels tot in Athene”). Kortom: Rutte mag dan volgens deze krant de clichékeizer van het Binnenhof zijn, tegelijkertijd is hij een behendige clichékiezer.

    • Ewoud Sanders