Met accordeon katapulteert Kancheli je soepel Rusland in

In het orkestbestel is het Radio Filharmonisch Orkest een vreemde kostganger. Het is, met het Omroepkoor, het laatst overgebleven ensemble in de Stichting Omroepmuziek, met als functie muziek te maken voor radio (soms tv) – en dat in twee concertseries waarvan de ZaterdagMatinee de avontuurlijkste, bekendste en duurste is. De serie ‘Vrijdagconcerten (Avrotros) in het Utrechtse TivoliVredenburg is minder beroemd en besproken, maar dat zegt niets over de kwaliteit van de samenstelling. Daarin is relatief veel aandacht voor minder bekende 19de-eeuw, Nederlandse muziek en premières.

Voorbeeldig was wat dat betreft meteen ook dit openingsconcert ‘De klokken’, die direct ongeremd beierden in een door dirigent James Gaffigan grofmazig geleide kroningscène uit Moessorgski’s Boris Godoenov. Ook in Dixi (2009) van Giya Kancheli werd Orffiaanse opulentie niet geschuwd. Kancheli’s muziek heeft grote filmische kracht: koor, strijkers en accordeon katapulteerden je zo 2000 km oostwaarts. Maar de tekst spreekt van „ware kunst die haar kunst verbergt” en dat miste je. Was de tekst duister, bood de muziek omineus mineur. Bij ‘hoop’ serveerden vibrafoon, accordeon en strijkers een instant kerstsfeer. Aansprekend? Zeker. Beklijvend niet meteen.

In Rachmaninovs De klokken boden orkest, drie fraaie Russische solisten en het soms iets minder stabiele koor mooie momenten. Maar ook hier ging Gaffigan de in totaal 160 musici voor in een erg primaire kleurtekening, en miste je nuance.

    • Mischa Spel