Ironie en muziek maken de dood wat minder eng

Circus Treurdier staat voor ironisch, laagdrempelig en maatschappelijk relevant muziektheater. Nu wagen ze zich aan een voorstelling over de dood. En ook dat kan met humor.

De dood heeft een imagoprobleem. Dat kon anders, bedacht muziektheatercollectief Circus Treurdier. Volgende week gaat hun voorstelling De Zwarte Doos in première. Die moet de dood uit het verdomhoekje halen, zegt artistiek leider Thomas Spijkerman.

Het is anderhalve week voor de première. Spijkerman, tevens acteur, repeteert in een studio in Amsterdam-Noord. Een Pakistaanse rozen- en polaroidverkoper belichaamt de Dood. Cafégasten proberen hem af te wimpelen. „Het leven worstelt en vecht, maar ik win. Altijd. Dat maakt mij niet geliefd”, zegt hij. Acteur Jan-Paul Buijs twijfelt nog over zijn eindzin. „Zal ik ‘tot ooit!’ of ‘tot zo!’ zeggen?”

Circus Treurdier werd in 2008 opgericht door Thomas Spijkerman, toen nog student aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie. Het gezelschap maakte naam met muziektheater in een nachtclubachtige setting, met een bar en tafeltjes. Hun muziektheater wil serieus zijn, én laagdrempelig. De typetjes zijn absurd, de muziek aanstekelijk, maar de voorstellingen gaan wel echt ergens over.

In De Zwarte Doos is de publieksopstelling traditioneler dan voorheen, zonder cafétafeltjes. „Het thema vraagt meer concentratie”, zegt actrice Ellen Parren. De toeschouwers zitten op twee tribunes om de acteurs heen. Maar nog steeds krijg je bij Treurdier meer dan alleen een gewone voorstelling. Drinken kan in een zogenaamd ‘voorportaal’. Vooraf: koffie, thee en cake. Na afloop: zwarte cocktails.

De Zwarte Doos gaat zaterdag in première in de Amsterdam Studio’s aan de rand van Amsterdam, op een steenworp afstand van de Bijlmerbajes. Daar zal het gezelschap letterlijk een enorme zwarte doos neerzetten: symbool voor het mysterie van het leven en de dood. „Een black box is een apparaat waarvan je niet precies weet wat er binnenin gebeurt. Zo zijn ook de hersenen, je iPhone of doodskist een soort black box”, zegt Spijkerman. In de voorstelling moet de doos werken ‘als een wasstraat van de ziel’. „We hopen het publiek straks door muziek en troostende gedachten als herboren naar buiten te sturen”, zegt Spijkerman. „Het zou mooi zijn als men na afloop beter zijn eigen sterfelijkheid kan omarmen, beter kan leven met dat zwaard van Damocles dat de dood voor ons allen is”, zegt Spijkerman.

„Het thema zit al een tijdje in ons hoofd”, zegt Parren. „We zijn allemaal rond de dertig – een leeftijd waarop alles ineens serieuzer wordt. Onze regisseur heeft een kind gekregen, de eerste sterfgevallen dienen zich aan. Dat hakt erin.”

Vooral de dood van kleinkunstenaar Maarten van Roozendaal maakte indruk. Hij was niet alleen de oom van de vormgever en componist van het gezelschap, Janne en Wilko Sterke, maar ook een lid van de raad van toezicht en artistiek mentor. „Toen we net van de toneel- en kleinkunstacademie kwamen, heeft Maarten ons meegenomen in de Amsterdamse theaterkunstwereld”, vertelt Spijkerman. „Hij kwam altijd kijken, om ons óf te prijzen óf zich heel erg op te winden.”

Op de repetitie voeren de acteurs naast de Dood ook een oermens, een hoogbejaard echtpaar, een zweverige sjamaan en een neerbuigende kabouter op. De muziek varieert van begrafenisklassiekers als De glimlach van een kind tot stukjes uit Schuberts Winterreise, gezongen door de imaginaire operazanger Sergio Labibski.

De personages – vervreemdende typetjes met melancholische teksten en zwarte humor – zijn ook in dit stuk typisch ‘Treurdieriaans’. „We benaderen het onderwerp met respect, maar ook met ironie en zelfrelativering”, zegt Spijkerman.

Ter voorbereiding doken de acteurs in de literatuur, van de donkere gedichten van Szymborska tot de populaire zelfhulpgids Te vroeg oud, te laat wijs van psychiater Livingstone. Maar ze dronken vooral veel borrels, waarbij allerlei persoonlijke verhalen boven kwamen.

De acteurs – Jan-Paul Buijs, Ellen Parren en Thomas Spijkerman – schreven zelf alle teksten. „Deze voorstelling voelt heel persoonlijk”, zegt actrice Parren. Haar vader, patholoog anatoom, stond model voor een rouwbloemist die op een nogal natuurkundige, afstandelijke manier over de dood praat.

Daartegenover stelt Parren de sjamaan die preekt dat we in contact staan met zielen boven en onder ons. „Ik kan jaloers zijn op mensen die geloven dat er na de dood nog iets is, of die leven met de vanzelfsprekendheid van een warm onthaal in de hemel – zoals deze sjamaan. Voor mij is de dood veel killer en feitelijker.”

Haar eigen angst verbeeldt Parren in een hartverscheurende klaagzang van de eerste homo sapiens. „Wanneer ik me realiseer dat het echt gaat gebeuren, dat ook ik ooit doodga en dat niemand mij troost met de gedachte dat het níét zo is, raak ik in paniek en moet ik ook echt rennen en schreeuwen.”

Het repetitieproces heeft haar meer rust gegeven. „We hebben veel gediscussieerd over een pil voor het eeuwige leven. Zouden we die nemen? Ik denk nu van niet. Ik zou niet kunnen leven zonder kaders, met achttien grote liefdes, vijftien beroepen, het idee dat het ook 100 jaar kut kan zijn.”

De gevolgen van de pil zouden ontzettend ingrijpend zijn volgens Spijkerman. „Gaan we elkaar nog eeuwige trouw beloven bijvoorbeeld? Ik denk dat het leven juist waardevol en mooi is omdat het tijdelijk is. Dat is een troostende gedachte, toch?”

    • Joke Beeckmans