Goossens beziet zijn twijfels met een milde zelfspot

„Je moet maar zo denken: niet iedere show kan even goed zijn.” Dat zegt de moeder van Johans Goossens tegen hem als hij aan zijn tweede programma werkt en hij laat weten dat het wel gaat. Het is een vorm van betrokkenheid, legt hij uit. „Dit is mijn moeder die een peptalk geeft. Het is een lieve vrouw, maar je moet haar niet spreken als je ergens onzeker over bent. Ook niet als je ergens zeker van denkt te zijn.”

Die onzekerheid geeft Goossens in Daglicht alle ruimte. Zijn kwetsbaarheid en twijfels etaleert hij in drie verhaallijnen, die hij knap vervlecht: zijn haperend liefdesleven, de koude liefde van zijn ouders en zijn ervaringen als leraar op een ROC – die even verschrikkelijk als bemoedigend zijn.

Goossens (32) is geen gehaaide snelprater, maar een cabaretier die met precieze formuleringen tot milde ironie komt. Zijn spot en zelfspot blijven voortdurend in evenwicht met de charme die hij uitstraalt. Begeleid door pianist/ gitarist Eelco Menkveld zingt hij ook ouderwetse, gevatte kleinkunstliedjes die rijmen ten koste van een geknakte melodie, rudimentair gearrangeerd en soms neigend naar Hans Dorrestijn of Drs. P.

De eerste helft van het programma is wat aarzelend. Niet bij elk stukje verhaal komt hij tot een geestige draai. Pas als hij de paniek die zijn onhandige ouders bevangt als ze een sms krijgen, theatraal aanzet, komt hij los en gaat de avond vloeien. Zijn moeder kan gerust zijn: Daglicht is weer even goed als zijn debuut en Goossens lijkt nog lang niet uitverteld.

    • Ron Rijghard