Een ongemakkelijk staatsbezoek

President Xi bezoekt VS in tijd van internationale onrust over en kritiek op de krimpende Chinese economie.

Volgens president Li maakt China moeilijke jaren door door de omschakeling naar een consumptie-industrie Foto’s Reuters / AP

De internationale bezorgdheid over de Chinese economie heeft in Beijing politieke zenuwen blootgelegd. Premier Li Keqiang en president Xi Jinping hebben de in bezorgdheid verpakte kritiek van de Amerikaanse centrale bank met een veelzeggende stilte hebben over zich heen laten komen. Fed-voorzitter Yellen vreest een „abrupte” vertraging van de groei in de op een na grootste economie van de wereld en liet mede daarom de historische lage rente ongemoeid. Nooit eerder heeft de Amerikaans centrale bank zich laten leiden door onrust over China.

„Grote Vader Xi” vliegt vandaag naar de VS voor een vierdaags staatsbezoek. Of hij morgenavond in het Westin Hotel in Seattle de enige openbare gelegenheid te baat neemt om duidelijkheid te scheppen over de beurscrisis en de stagnerende economische hervormingen, moet blijken. Hij krijgt geen betere kans om in een welwillend gezelschap van Amerikaanse en Chinese topondernemers en China’s grootste Amerikaanse vriend Henry Kissinger de Fed van repliek te dienen. Een ding staat vast: het team Xi-Li voelt zich onbegrepen en valselijk beschuldigd van manipulatie van groeicijfers en van onbekwaamheid een beurscrisis te beteugelen.

Kapitaalvlucht

Naar goed gebruik van de Communistische Partij is daarom een propagandaoffensief ingezet. Staatspersbureau Xinhua is opgedragen het hele Chinese journalistieke leger te mobiliseren om „de economische propaganda te versterken” en de wereld duidelijk te maken dat China „een schitterende, economische toekomst” wacht.

Het „Creatieve Plancentrum”, zoals de hoofdredactie en de centrale redactie van Xinhua wordt genoemd, bereidt dat offensief voor en Xi’s toer langs Amerikaanse internet- en vliegtuigbouwbedrijven vormt het pièce de résistance. Maar investeerders, topmannen en zeker de Fed zullen zich niet makkelijk laten overtuigen als Xi volhoudt dat de Chinese economie dit jaar met „ongeveer 7 procent” zal groeien. Er worden wilde schattingen gemaakt, die variëren van nul tot 5 procent – een Japanse denktank sluit 20 procent krimp niet uit.

In het gezelschap van Xi bevinden zich de bestuursvoorzitters van de vijftien belangrijkste en grootste Chinese bedrijven, die een gezamenlijke waarde van 1200 miljard dollar vertegenwoordigen. Opvallende afwezige in het gezelschap van Jack Ma (Alibaba), Robin Li (Baidu) en Yang Yuanqing (Lenovo) is de Warren Buffett van Azië. Li Ka-shing uit Hongkong is helemaal uit de gratie geraakt omdat hij vorige week de laatste van ruim 16 miljard dollar aan investeringen op het vasteland heeft overgeheveld naar Europa. Zelfs de Chinese propaganda is niet opgewassen tegen het voorbeeld van Li, die in Nederland eigenaar is van afvalverwerker AVR en Kruidvat.

Li is zeker niet de enige die met de voeten stemt. Draconische maatregelen en uitgebreide controles ten spijt stroomde alleen al in augustus voor 100 miljard China uit, en in de zeven weken daarvoor 90 miljard dollar. De kapitaalvlucht neemt toe naarmate de beurscrisis voortduurt en dat geldt ook voor de legale Chinese investeringen in het buitenland die dit jaar met 14,2 procent stegen naar 123 miljard.

In plaats van de kapitaalmarkten te liberaliseren, zoals drie jaar geleden was aangekondigd, worden de controles uitgebreid. Analisten zien de intensiever inspecties van de facturen van wisselkoerstransacties, kunstaankopen en bedrijfsovernames als een bewijs van stuurloosheid in de politieke top.

Ook andere hervormingen (liberalisering van de rente en de wisselkoers, sluiten van onrendabele staatsbedrijven) zijn uitgesteld. Voor particuliere nationale en internationale bedrijven in China, die goed zijn voor tweederde van het bruto nationaal product is dat zorgwekkend. „Wij zijn erg bezorgd dat het momentum voor hervormingen verloren gaat”, zegt Jorg Wuttke, voorzitter van de Europese Kamer van Koophandel in China. Onder Europese bedrijven groeit daardoor het pessimisme, ook omdat de autoriteiten meer bezig zijn met nationale en internationale veiligheidskwestie dan met de economische problemen. Internationale bedrijven, de Duitse automakers voorop, denken er overigens nog niet aan om gigantisch China te verlaten. Wel wordt er stevig gereorganiseerd.

De twijfel over de politieke wil om de in 2013 gedane belofte „de markt de beslissende rol te laten spelen in het verdelen van middelen”, vormt de bron van internationale zorg. Tijdens het World Economic Forum in havenstad Dalian was premier Li Keqiang daar niet duidelijk over en dat verhoogde de onrust. Li zei wel dat zijn land moeilijke jaren doormaakt als gevolg van een fundamentele omschakeling van het model (van een lagelonenland dat exporteert naar een diensten- en consumptie-economie) maar dat er alle reden is voor gematigd optimisme. Hij wees er onder meer op dat in juli en augustus weer meer huizen, SUV’s en nieuwe smartphones verkocht zijn dan een jaar geleden.

Terugschrikken voor sluiting

„Het Chinese consumentenverhaal is nog steeds het beste van de wereld”, bevestigt China-kenner Andy Rothman van investeringsadviseur Matthews Asia, die alle ophef over China overdreven vindt. Hij wijst op het gedrag van consumenten, maar ook op de daarmee samenhangende groei van de interneteconomie, de zorg- en dienstensector. Maar of de nieuwe economie al voldoende groei oplevert om de crisis in de industriesectoren te compenseren moet blijken. Bovendien schrikken de autoriteiten terug voor de aangekondigde sluiting van staatsbedrijven in de staal en machine- en scheepsbouw. Vooral lokale overheden werken tegen.

    • Oscar Garschagen