Drie miljoen doden door fijnstof en ozon

Vooral in China en India sterven honderdduizenden mensen te vroeg door hoge concentraties fijnstof.

Foto Rob Elliott / AFP

Door vervuilde buitenlucht sterven wereldwijd 3,3 miljoen mensen jaarlijks vroegtijdig. De meeste doden vallen in China (1,36 miljoen per jaar) en India (645.000).

Wanneer strengere regels voor uitstoot en luchtkwaliteit uitblijven, zullen er in 2050 wereldwijd bijna twee keer zoveel mensen vroegtijdig overlijden – 6,6 miljoen.

Dat heeft een internationale groep wetenschappers berekend op basis van computermodellen die luchtkwaliteit aan ziekte koppelen. Het gaat vooral over fijnstof en ozon en de invloed die ze hebben op de vroegtijdige sterfte aan hart-, hersen- en longaandoeningen. Als mensen daaraan voor hun zeventigste overlijden telt dat als een vroegtijdige dood. Het onderzoek is vorige week gepubliceerd in het tijdschrift Nature. Eerste auteur is de Nederlander Jos Lelieveld, een van de directeuren van het Max Planck instituut voor chemie in Mainz.

De belangrijkste bronnen van de luchtvervuiling in Azië zijn huiskachels die op hout of kolen worden gestookt, afvalverbranding en dieselgeneratoren. Dit zogeheten kleinschalig energieverbruik draagt ook bij aan de vervuiling van de lucht binnenshuis. Daar is in deze studie niet naar gekeken, maar uit eerder onderzoek is bekend dat door vervuilde lucht binnenshuis wereldwijd jaarlijks nog eens zo veel mensen (3,4 miljoen) overlijden.

Dat maakt luchtvervuiling – binnen en buiten het huis gecombineerd – een belangrijke risicofactor voor de wereldgezondheid. „Belangrijker dan bijvoorbeeld malaria en aids gecombineerd”, zegt Lelieveld.

En fijnstof is gevaarlijker dan ozon, zo laat het onderzoek zien. Het gevaarlijkst zijn fijnstofdeeltjes kleiner dan 2,5 micrometer (een micrometer is een duizendste millimeter).

Naast kleinschalig energieverbruik verspreiden in China en India ook de landbouw en de elektriciteitscentrales veel fijnstof. Ze stoten stikstof- en zwaveldeeltjes uit die in de atmosfeer via een reeks chemische reacties fijnstof vormen. Het verkeer, vaak als schuldige aangewezen, draagt in Azië relatief weinig bij. Ook in Europa wordt de laatste jaren vooral gekeken naar de effecten van het verkeer, maar daar is de landbouw nog steeds de belangrijkste bron van fijnstof – net als in Rusland, Turkije, Korea en Japan.

Volgens Lelieveld hebben strengere regels niet alleen zin in Azië, maar ook nog steeds in Europa en de VS, waar de fijnstofconcentratie in de atmosfeer de laatste decennia al sterk is gedaald. Want ook ónder de huidige Europese norm (een jaargemiddelde concentratie van 25 microgram per kubieke meter) is fijnstof nog steeds schadelijk. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert een norm die 2,5 keer lager ligt. „Jammer voor de Europese boeren die het nu al moeilijk hebben, maar schone lucht is ook belangrijk”, zegt Lelieveld. Eind volgende maand buigt het Europees Parlement zich over voorstellen om allerlei normen voor uitstoot en luchtkwaliteit aan te scherpen.

Bert Brunekreef, hoogleraar Milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, noemt het onderzoek „mooi en belangrijk”. Maar tegelijkertijd verbaast hij zich dat het in een vooraanstaand tijdschrift als Nature is verschenen. Veel was namelijk al bekend, zegt hij. De ziektelast van ozon en fijnstof gecombineerd is in 2012 al eens gepubliceerd en kwam toen uit op 3,2 miljoen vroegtijdig overleden mensen. Dat de landbouw de belangrijkste bron van fijnstof is in Europa, en ook in Nederland, was ook al bekend, zegt hij. Net als de projecties naar 2050.

Volgens Lelieveld is er veel nieuws: voor het eerst is voor veel landen apart het aantal slachtoffers door luchtvervuiling berekend, uitgesplitst naar zeven verschillende bronnen zoals huiskachels en -fornuizen, landbouw en verkeer. Dat landbouw in Europa de belangrijkste bron van fijnstof blijkt, was misschien bij Brunekreef al wel bekend, zegt Lelieveld. „Maar niet in de wetenschappelijke literatuur.”

    • Marcel aan de Brugh