Cherkaoui’s danstaal is fraai, maar betovert geen veertig minuten

Bij Introdans kan men zich in de handen wrijven. Terwijl hij voor het Nederlands Dans Theater een moratorium op de uitvoering van zijn werk heeft ingesteld, laat Jirí Kylián Introdans wél een van zijn balletten dansen: La Cathédrale Engloutie, dat hij in 1975 als gastchoreograaf voor NDT maakte. In het nieuwe programma is bovendien, naast een wereldpremière van Nils Christe, een bestaande choreografie van Sidi Larbi Cherkaoui opgenomen, en daar zal men internationaal met enige afgunst naar kijken.

Orbo Novo is in 2009 gemaakt voor een Amerikaans gezelschap. De titel verwijst naar de Verenigde Staten, de Nieuwe Wereld, met zijn vrijheid, optimisme en de ‘melting pot’ in metropolen als New York, waar volgens Cherkaoui ook veel eenzaamheid heerst. Daarnaast heeft hij actuelere associaties verwerkt, bijvoorbeeld met de gevolgen van de Patriot Act, in een spel met mobiele lattenconstructies. Soms lijken ze op een skyline met wolkenkrabbers, dan weer op kooien waarin de ene groep de andere afzondert – waarna onduidelijk blijft wie de echte gevangenen zijn, al dan niet in overdrachtelijke zin.

Choreografisch biedt Orbo Novo weinig afwisseling. Cherkaoui’s flexibele, hybride danstaal van door het hele lichaam golvende bewegingen, soepel rollende, ineenstortende en weer oprijzende dansers is fraai, maar vult geen veertig minuten, en het vele gemanipuleer met de lattenconstructies levert meer van hetzelfde op. Wel kunnen onder anderen Yulanne de Groot en Ricardo Gomes Macedo even helder schitteren.

In Cantus presenteert Nils Christe twaalf dansers op hun best. Krachtig en dynamisch, in golvende canons, trio’s, estafetteduetten en ensembles volgen zweefsprongen, draaicombinaties, torenhoog opzwiepende benen en gecompliceerde lifts elkaar in een (semi) perpetuum mobile op. Soms is er tijd voor introverte verstilling – Christe gebruikt diverse composities van Arvo Pärt – maar meestal jaagt het ensemble voort. Met enig comprimeren kan het ovationeel ontvangen stuk nog opzwepender worden.

    • Francine van der Wiel