Bladeren waar je van gaat huilen

Sjoerd Buisman maakt kunst met bladeren, takken en bomen, soms levend, soms geabstraheerd. Vlnr: Fractaal werk, Reclining Madrona Spiral, Viscum divi-divi

Een van de gedenkwaardigste kunststukken van Joost Zwagerman begon met een boek over huilen bij kunst: Pictures and Tears. Bij schilderijen en andere beeldende kunst ligt dat huilen niet voor de hand. In bioscopen wordt meer gesnikt dan in musea. Misschien lenen verhalende kunsten als film en literatuur zich beter voor gesnotter. Ik heb in ieder geval nog nooit een traan gelaten bij de aanblik van een kunstwerk. Opgetild en overweldigd ben ik wel geweest, ondersteboven of lamgeslagen, maar huilen nee. Nu gebeurde het dan toch, in museum Kranenburgh in Bergen. Zwagerman stelde vlak voor zijn dood nog een tentoonstelling samen voor dit museum, die in december opent. Nu is in Kranenburgh een tentoonstelling te zien van Sjoerd Buisman, een kunstenaar die zich al sinds de jaren zestig bemoeit met de natuur. Hij is een van de grote pioniers van biologische of levende kunst; Buisman gebruikt vaak bomen als materiaal en laat ze dan dingen doen die ze zelf niet kunnen. Hij hangt wilgen op hun kop of legt er een knoop in. De bomen groeien verder, zoals ze dat al eeuwen doen in door de mens bedachte formaties. Buisman maakt de artistieke versie van de knotwilg, van de heg in de vorm van een vogel. Soms hoeft hij niets te maken, dan is vinden genoeg. Buisman ziet bijvoorbeeld schoonheid in de manier waarop een boom het afzagen van een tak verwerkt, met zo’n grote knoest – bomen kunnen ook kunstenaars zijn. Buisman werkt in ieder geval graag met ze samen. Hij zette hier een aantal stronken samen op een tafel, als een verzameling verwanten.

Buisman leent zijn methodes vaak van de wetenschap; hij maakt een soort inventarisaties, bijvoorbeeld van blaadjes die hij telkens van een boom plukt, steeds een van de schaduw, de ander van de zonzijde, die hij samen in een lijst hangt. Het laat goed zien welke extremen er aan één boom kunnen leven. Zonnige biologie. Levensles.

En dan nu de tranen. Die welden op bij het zien van twee werken die in een hoekje waren opgehangen, na het lezen van de titels: Gereconstrueerde bladeren zomereik (Quercus robur) en Gereconstrueerde bladeren Rhododendron maximum L., beide uit 1979. Buisman had twee rijen van zeven bladeren op een vel wit papier geplakt. Maar het waren geen bladeren die voor een herfststukje in aanmerking zouden komen. Dit waren aangetaste, lelijke bladeren. Buisman had ze niet weggegooid, maar met behulp van verf gereconstrueerd, gerestaureerd bijna, een eer die meestal alleen aan dure dingen wordt bewezen. Buisman bracht afval een ode. Geen jonge sla maar oude blaadjes. Hoe ouder dit kunstwerk wordt, hoe sentimenteler het maakt. In de natuur zouden die blaadjes allang vergaan zijn. Kitsch leidt vaak makkelijker tot tranen dan kunst. Dat je om een boek of een film moet huilen zegt meestal niets over de kwaliteit van het gebodene. In het geval is dat volgens mij wel zo. Buismans bladerwerk is de uitzondering.

    • Bianca Stigter