Europese leiders kunnen migranten niet bijbenen

Europa doet vanaf vandaag een nieuwe poging om tot een aanpak van de stroom vluchtelingen te komen. Er klinken vooral harde verwijten over en weer.
Markus Schreiber / AP

De komende twee dagen moet blijken of EU-lidstaten alsnog de handen op elkaar krijgen voor een gemeenschappelijke aanpak van de vluchtelingencrisis. De voortekenen zijn somber. Of zoals een EU-diplomaat het zegt: „De vluchtelingen gaan sneller dan de Europese besluitvorming.”

Vorige week maandag mislukte een vergadering van EU-ministers van Binnenlandse Zaken. Ze werden het niet eens over de herverdeling van 120.000 vluchtelingen die de asielsystemen van Italië, Griekenland en Hongarije overbelasten. Grote struikelblok zijn de verplichte quota per land die de Europese Commissie wil gebruiken. Vooral Oost-Europese landen verzetten zich hiertegen. Zij zien de quota als een opstap naar een permanent systeem, waar ze vervolgens weinig meer over te zeggen hebben.

Vandaag, twee weken eerder dan gepland, doen de bewindslieden een nieuwe poging. Een dag later komen regeringsleiders in Brussel bijeen op een speciaal ingelaste, informele top om te praten over de diepere oorzaken van de vluchtelingenstroom. Althans, als de ministers er vandaag uit komen. Anders gaat het ook woensdag over tabelletjes en quota. Luxemburg, op dit moment roulerend voorzitter van de EU, wil dat hoe dan ook voorkomen. De afgelopen dagen stuurde het daarom aan op een compromis, waarbij lidstaten zich committeren aan 120.000 relocaties als doel, maar in het midden laten hoe dit precies wordt bereikt. Liever een vaag besluit dan geen besluit.

De Europese Commissie hecht aan bindende quota, herverdeling op vrijwillige basis blijkt tot nu toe niet te werken. Maar zij is ook geschrokken van de onverwachte felheid waarmee de discussie hierover wordt gevoerd. Die maakt deze crisis potentieel gevaarlijker dan die rondom Griekenland eerder dit jaar. Toen betrof het één rebellerend land te midden van een zee van (relatieve) consensus. Ditmaal dreigt een diepe kloof tussen oostelijke en westelijke EU-lidstaten.

Karikatuur van xenofoob Oosten

In een toespraak afgelopen vrijdag waarschuwde Frans Timmermans, de tweede man van de Commissie, voor de harde verwijten over en weer. ,,Er is een gebrek aan kennis over elkaars gevoeligheden, culturen en geschiedenissen. De karikatuur van een xenofoob Oosten is net zo vals als die van een door culturele zelfvernietiging gedreven Westen.”

Vandaag moet blijken of de geest weer in de fles kan. Zonder Luxemburgs compromis wordt dat moeilijk. Een van de opties die dan nog op tafel ligt is om het besluit over de relocaties te nemen met een (gekwalificeerde) meerderheid. Formeel mag dat, sterker nog: er is nu al een meerderheid. Maar daarmee zouden onwillige landen wel gedwongen worden een voor hen ingrijpend besluit te slikken, en dat schept weer een precedent waarvan ook landen buiten Oost-Europa slapeloze nachten krijgen. Het consensus-Europa kan dodelijk vermoeiend zijn, maar het is wel iets waar zwaar aan gehecht wordt.

Wat de discussie bemoeilijkt, is de dynamiek van de vluchtelingenstroom zelf: die is in een week compleet veranderd. Hongarije sloot vorige week de grens met Servië af, met een door het leger bewaakt hek van prikkeldraad. Vluchtelingen wijken daarom nu uit naar Kroatië en Slovenië in de hoop dat ze vanuit daar het noorden van Europa kunnen bereiken. Maar die twee landen vallen weer buiten het door de Commissie uitgedokterde relocatieplan.

Ook lastig: Hongarije is tegen het plan, ook al zou het daarmee 54.000 vluchtelingen kunnen overdragen aan andere EU-landen. Het weigert zichzelf te zien als land in de frontlinie van het migratieprobleem en wil ook geen Europese ‘hotspots’ op zijn grondgebied - relocatiecentra waar vluchtelingen straks worden geregistreerd. Bovendien heeft het de facto geen probleem meer, of in ieder geval steeds minder, nu het de grens stevig op slot heeft gedaan.

Lidstaten moeten daarom vandaag ook besluiten wat ze gaan doen met die 54.000 migranten die oorspronkelijk uit Hongarije zouden komen. Een van de plannen is om, als dat nodig is, dan maar 54.000 mensen op te nemen uit andere landen op de belangrijkste migratieroutes, zoals Kroatië en Slovenië. Of meer vluchtelingen elders in Europa onder te brengen vanuit Italië en Griekenland.

Werkt ‘relocatie’ eigenlijk wel?

Blijft de niet onbelangrijke vraag of relocatie wel werkt. De twijfel hierover knaagt steeds harder in Brussel. Vluchtelingen laten zich nu al moeizaam registreren, ze willen zo snel mogelijk naar Noord-Europa, naar landen als Duitsland, Zweden en soms Nederland. Na de gevaarlijke oversteek van de Middellandse Zee staan ze nu eenmaal niet in de rij om zichzelf of hun kinderen Lets of Sloveens te leren. Toch zal dat in veel gevallen wel moeten. „Het zal er lelijk aan toe gaan’’, voorspelt een EU-diplomaat.

Dit zei commissievoorzitter Jean-Claude Juncker in zijn "State of the Union".

    • Stéphane Alonso