Wie gelooft nog in de revolutie?

Het was 20 september 2010 en alles moest anders. Vijf jaar geleden gaf Johan Cruijff de aanzet tot een omwenteling bij Ajax. Maar nog steeds is het ploeteren.

Het voorbije seizoen groeiden intern de frustraties bij Ajax. Bestuurders raakten in onmin en het publiek raakte verveeld door het matige spel. Foto Pim Ras/Hollandse Hoogte

Het Nederlands voetbal glijdt af, en Ajax glijdt mee. Dat alles is niet veranderd, vijf jaar nadat Johan Cruijff op 20 september 2010 in zijn column in De Telegraaf onder de kop ‘Dit is Ajax niet meer’ de aanval opende op clubleiding, technische staf, spelers en de ‘vijfde colonne’ die de toenmalig ledenraad zou zijn. „Er moet een grote bezem door Ajax”, van het bestuur van de vereniging tot aan de raad van commissarissen en directie van de Ajax NV. „Laat ik er maar niet omheen draaien: dit Ajax is nog slechter dan de ploeg uit de periode voordat Rinus Michels in 1965 bij de club kwam.”

Wie gelooft vijf jaar later nog in de revolutie? Dennis Bergkamp en Wim Jonk flankeerden Cruijff bij die legendarische beelden op het parkeerdek van de Arena. Zwarte jackies, stuurse blikken. Alles moest anders. Maar amechtig ploeteren is het nog steeds, zelfs het gekijf lijkt als vanouds.

De sportieve en publicitaire tikken die Ajax sinds de ‘fluwelen revolutie’ heeft opgelopen – en de achterstand die het Nederlands voetbal in die vijf jaar verder opliep – maken de belofte van een in Europa competitief elftal met hoofdzakelijk zelfopgeleide spelers steeds ongeloofwaardiger. De uitschakeling in de voorronde van de Champions League tegen Rapid Wien, met een elftal leunend op ‘eigen jeugd’, leek vorige maand de bevestiging van loze beloften over betere tijden. Nog steeds is het wachten op die nieuwe Ajax-spits, die totaalaanvaller à la Patrick Kluivert.

De tijd dringt, het volk mort. Mag er al geoordeeld worden? Ruben Jongkind, brein achter het plan-Cruijff en invloedrijk figuur op De Toekomst, sprak in het boek De coup van Cruijff (2011) over een periode van „zes of zeven jaar” waarin Cruijffs invloed te merken zal zijn. „Het is de bedoeling dat de D1- en D2-elftallen de vruchten gaan plukken van het nieuwe model, misschien ook de C1 al”, zei hij toen. Die C1 was wat nu zo ongeveer de A1 is, jongens van wie inderdaad veel verwacht wordt. ‘Eigen kweek’, aangevuld met elders aangetrokken (buitenlandse) toptalenten.

We zullen het zien. Riechedly Bazoer (18) zei deze week in Voetbal International met gevoel voor politiek dat hijzelf, Jaïro Riedewald (19) en Kenny Tete (19) „de eerste producten zijn van de nieuwe werkwijze” in de Ajax-jeugd. Ook al heeft hij tot zijn zestiende bij PSV gezeten. „De club wil dat jonge talenten eerder klaar zijn dan vroeger om volop in het eerste te spelen. Dan moet je ook fysiek stappen maken, dat is aardig gelukt.”

Verveling

Sinds begin 2012 heeft Cruijff zich kunnen buigen over de belangrijkste posities bij Ajax. Maar na vier seizoenen van landstitels en bijna-overwintering in de Champions League, groeiden tijdens het ronduit teleurstellend afgelopen seizoen de frustraties binnen de club en sloeg de verveling toe bij het publiek, dat van de Cruijff-principes op het veld nog weinig terugzag. ‘Dit is Ajax niet meer’, kon je haast zeggen.

Nadat Ajax met goeddeels gearriveerde subtoppers in september 2010 kansloos verloor van Real Madrid, meende Cruijff dat de sleutel lag in de vorming en scholing van krachtigere, behendigere, betere jeugdspelers. Immers, de trend dat Nederlandse clubs totaal niet meer internationaal kunnen concurreren op salaris, was niet te stuiten. In 2010, toen Cruijff de revolutie verkondigde, was de gemiddelde leeftijd van spelers in de eredivisie nog 26,5 jaar. Inmiddels is die amper boven 25 (2014). Alleen met goede jeugdspelers maak je dus nog kans, voorzag Cruijff, want goede oudere spelers gaan direct weg.

Wie de vorderingen van de ‘fluwelen revolutie’ van een optimistische kant wil bezien, kon zich vorige week troosten met de documentaire getiteld: De Toekomst van Ajax, het Plan Cruijff. Daar zagen we Ajax-talenten voetballen op de parkeerplaats, als compensatie voor het gebrek aan straatvoetbal. Typisch zo’n Cruijff-vondst. En de Twin Games (kleine veldjes, minder spelertjes) zodat voetballertjes vaker aan de bal komen.

Het zal vast tot – iets – betere spelers leiden. Net als de individuele leerdoelen voor talenten, die via de iPad hun vorderingen bij kunnen houden. Jeugdtrainers bij Ajax zijn naast trainer van een jeugdelftal ook mentoren, die zich langdurig over het opleidingstraject van een talent bezighouden. Klinkt verstandig. Dat winnen misschien niet meer het belangrijkste is bij jeugdelftallen, mag zo zijn. „Maar winnen zit bij Ajax in het dna”, zei Jonk. „Dat heb je dan al in je.”

Jonk, met minimale managementervaring, stuurt samen met Jongkind een jeugdopleiding aan waarin ruim acht miljoen euro per jaar omgaat en die vijftig trainers en specialisten en ruim tweehonderd talenten bergt. Een verzoek voor een gesprek over de vorderingen op De Toekomst is vergeefs. „Dat is geen onwil, hij is heel druk”, aldus een Ajax-woordvoerder. Dus waarom Jonk zo gepikeerd was dat hij dit jaar niet meer aanschoof bij het Technisch Hart – en of het nu weer goed is – blijft onduidelijk.

Het Technisch Hart was de droom van Johan Cruijff, een praatorgaan voor voetballers als belangrijkste gremium binnen de club. Officieel - maar wat is officieel bij Ajax - zaten er afgelopen jaren drie mensen in: assistent-trainer Dennis Bergkamp namens het eerste elftal, directeur voetbalzaken Marc Overmars namens de directie en Wim Jonk. Mannen die, met hun mo res van de kleedkamer, ook in de bestuurskamer hard discussieerden. En daarna eensgezind verder trokken.

Het Technisch Hart zou garant staan voor doordachte besluitvorming over alles wat voetbal was. Kopen die speler, contracteren die jeugdtrainer. De directie voerde uit en dat liep een tijd gesmeerd. Hoofdcoach Frank de Boer zit er vaak bij en soms schuift directeur marketing Edwin van der Sar ook aan. „Officieel zit Van der Sar er niet in, maar die zit er ook in”, zei Cruijff daar eens over. „Als je iets wilt weten over een keeper, roep je hem er toch bij? Hij heeft twintig jaar in die goal gelegen.”

Typerend voor de gedachte dat regels niet bestaan voor „voetbalmensen”. Kon het anders dan misgaan? Nergens is ooit duidelijk gemaakt hoeveel de jeugdopleiding mag investeren, maar de directie gaat daar uiteindelijk over. Dus toen Jonk een extra investering in de jeugdopleiding niet genoeg vond, werd hij kwaad. Op Overmars. Dat etterde door, met een toenemend verschil van inzicht over ‘de filosofie’ in de opleiding. „Het is vooral bestuurlijke onvolwassenheid en onvermogen in elkaar positie te verplaatsen”, zegt een ingewijde.

Het eeuwige gekrakeel is een wezenlijk onderdeel van Ajax. Pijnlijk voor Cruijff is dat ook de door hem gewenste oud-voetballers in de Ajax-top met elkaar in onmin raakten. Terwijl hij met zijn statuur feitelijk de enige was die de onvrede kon wegnemen, hield Cruijffs agenda en vakantie een bezoek aan Amsterdam lang tegen. En waar Jonk bijna wekelijks telefonisch contact heeft met Cruijff, geldt dat voor Overmars en Bergkamp veel minder. Zo verstreken maanden van groeiende irritatie en tegenstelling.

Tscheu la Ling, de oude kompaan van Crijff, werd deze zomer aangezocht om een rapport te schrijven over ‘de situatie’ en kreeg daarvoor vorige week de complimenten van de voorzitter van de raad van commissarissen, Hans Wijers. De oplossing: Overmars krijgt (iets) minder bevoegdheden, Van der Sar wordt voorzitter van het Technisch Hart en moet toekomstige grieven smoren. Dolf Collee, oud-bankier en afkomstig uit de raad van commissarissen, is per november algemeen directeur voor een jaar en moet Van der Sar (verder) klaarstomen voor die functie.

Gewroet

Plooien gladgestreken? Cruijffs meest recente column in De Telegraaf leest als een slotanalyse van een moeizaam jaar. „Hopelijk is voor iedereen duidelijk dat er geen messen geslepen worden. Juist niet.” Hij legt de breed gedeelde roep van prominenten om zich meer met Ajax te te bemoeien, terzijde . „Omdat ook ik het eeuwige leven niet heb, is het essentieel dat een andere generatie dat uitvoert.”

Cruijffs gewroet in Ajax gaat ook over zijn nalatenschap voor het Nederlands voetbal. Over twee jaar, volgens de inschatting van vertrouweling Ruben Jongkind, zou er er een formidabel eerste elftal moeten kunnen staan. Vanaf dan kan de Cruijff-revolutie op zijn merites beoordeeld worden, ongeacht wat de intenties achter de coup verder mogen zijn.

Hoe dan ook gooide Cruijff zijn reputatie in de waagschaal door zich aan Ajax te verbinden in een tijd waar Europees succes van Nederlandse clubs uit te sluiten valt. Een opleving van Ajax zoals hij die als speler en trainer meemaakte, is uitgesloten. Geen talent zo groot, zo goed opgeleid en zo ver in zijn ontwikkeling of het maakt toch nog die basale fouten als Jaïro Riedewald en Daley Sinkgraven tegen Celtic donderdagavond. Daar zijn het tieners voor.