We googlen elkaar kapot

Niemand krijgt nog een kans voor een eerste indruk. Hoe Arjan Paans een prille vakantievriendschap kapotgoogelde.

Illustratie Anna Klevan

Beste H. Ik ontmoette je deze vakantie, in die leuke B&B in Frankrijk. Je was een gescheiden vader met een dochter van acht, ze had nog net de goede leeftijd om onze zoon van vijf een beetje te vermaken in dat verder kindvrije lustoord met uitzicht over de velden.

Met één kind in een mooie B&B, dat schept een band. Zeker omdat je dezelfde auto reed als wij thuis – zo’n hip modelletje uit een Beierse fabriek. Het ontbrak er nog maar aan dat je net als wij de nieuwste Adriaan van Dis of Griet Op de Beeck naast je terrasstoel had liggen, zoals de meeste andere gasten die we tegenkwamen. Al zegt literair profilen natuurlijk ook niet alles.

Het was een zwoele avond, we raakten aan de praat – althans jij vertelde, wij luisterden – en kwamen steeds meer te weten. Over je werk (best leuk) en dat je vlak voor de vakantie een nieuwe baan aangeboden hebt gekregen. Over je raadslidmaatschap van dat splinterpartijtje in een dorp waar de oude elite elkaar de bal toespeelt en nieuwkomers geen kans krijgen. Zonder al te veel moeite had je binnen een paar weken zelf een zetel bij elkaar gebokst.

Toen de twee flessen wijn op waren, de chansonnier op Spotify was uitgezongen, wankelden we naar onze kamers. Morgen zou ik mijn verhaal vertellen.

Vlak voor het slapen gaan, googelde ik je naam.

Vanaf hier had het anders kunnen gaan. Wat als ik H. die avond niet op internet had opgezocht? Niemand krijgt een tweede kans voor een eerste indruk, is het gezegde. Maar vandaag de dag krijgt niemand zelfs nog een eerste kans voor een eerste indruk. De werkgever die voorafgaand aan een sollicitatiegesprek een kandidaat natrekt op Facebook en ziet hoe zij zich op een feestje volgiet, kijkt toch anders naar de keurige verschijning in de knielange, zwarte rok die de volgende dag voor hem zit. Hij neemt misschien een andere, minder geschikte, kandidaat aan. De vrouw die op het punt staat via Tinder met een man te daten, ziet daar misschien van af als ze op internet leest dat hij aan een chronische ziekte lijdt. Zij mist zo wellicht de liefde van haar leven. Waarom googelde ik H.?

Ik ben het slachtoffer van sociale netwerksites als Facebook en LinkedIn, denkt psychiater Bram Bakker. „Die moedigen je continu aan om bevriend te raken met mensen. Zo heb je geleerd om de hele dag te googelen naar de namen van mensen die je maar zijdelings kent.” Patiënten die iemand willen leren kennen via internet, raadt hij af om hun afspraakjes eerst door de mangel te halen van allerhande zoekmachines. „Resultaten op internet vormen nooit een afgewogen oordeel over een persoon”, zegt Bakker. „Internet is op het negatieve gericht. Niets kan op tegen de eerste echte indruk. Hoe iemand praat of beweegt is oneindig veel waardevoller dan zoekresultaten op internet.”

„Koester de detective in je, maar geef hem af en toe ook eens vrijaf”, zegt filosoof Stine Jensen van wie in 2011 het boek Echte vrienden! verscheen, over intimiteit in tijden van Facebook en Twitter. „Echte detectives vertrouwen trouwens ook op hun zintuigen en niet op een zoekmachine. Je intuïtie helpt je soms meer dan tien keer googelen, want 80 procent van de communicatieoverdracht is non-verbaal. In Google We Trust is niet de beste slogan voor ons leven. Zo’n ranking is bijzonder schimmig en onbetrouwbaar vaak.”

Natuurlijk googelt Jensen zelf ook alles en iedereen. Mij heeft ze bijvoorbeeld ook nagetrokken voor dit gesprek, ze kon er alleen „geen wijs uit” omdat ze drie mensen vond met mijn naam. Maar googelen op vakantie raadt ze af. „Vakantie biedt de uitgelezen mogelijkheid om dat wat je niet wilt zijn, thuis te laten.” En waarom zou je iemand die kans ontnemen?

Misschien heb je het niet gemerkt – druk als je was met het verkondigen van jouw visie op de wereld aan de andere aanwezige gasten – maar ik heb je de rest van de week gemeden als de pest. Uiteraard lachte ik beleefd terug als onze kinderen elkaar natspatten. Maar aan de table d’hôtes waar we nog twee keer samen aten, ging ik expres aan het andere eind van de tafel zitten. Je vragende blikken om een herhaling van ons eerste avondje negeerde ik.

Op internet zag ik dat je helemaal geen werk meer had. Dat je door je oude baas op straat was gezet – omdat je activiteiten als politicus van een partij die vindt dat ons land al vol genoeg is onverenigbaar zouden zijn met je werk. Dat er kort daarna aangifte tegen je was gedaan wegens bedreiging van een ambtenaar. Dat je tweets verstuurde die misschien niet direct racistisch waren, maar toch verdomd dicht in de buurt kwamen.

Internetresearcher Eric Hennekam snapt heel goed dat ik H. ben gaan googelen. „Daar heeft zo iemand het ook naar gemaakt, door zo’n twijfelachtig verhaal over zichzelf te vertellen.”

Mensen realiseren zich niet hoeveel sporen ze achterlaten, zegt hij. „En zelfs wie niet of nauwelijks op internet is, is nog in tal van databanken te vinden.” Hij heeft ook een zoektip. „Zoek via Google Afbeeldingen naar plekken waar een bepaalde foto eerder is gebruikt. Als je daar andere namen tegenkomt, kun je snel achterhalen of iemand een oplichter is.”

Hoewel Hennekam in zijn dagelijkse werk vooral bezig is om digitale bronnen te raadplegen, kruipt bij hem ook af en toe het bloed waar het niet gaan kan en googelt hij mensen die hij live ontmoet. „Maar meestal probeer ik af te gaan op mijn intuïtie, mijn buikgevoel. Als iemand wegdraait met zijn ogen, niet meer uit zijn woorden komt na een moeilijke vraag, dan ga ik spitten. Dat is buikgevoel en er is geen zoekmachine die dat heeft.”

Iedereen heeft recht op zijn fouten. Alleen was het jammer dat deze niet meer te herstellen vielen. Op internet was je grandioos gezakt voor mijn persoonlijke Head & Shoulders test. „Because you never get a second chance to make a first impression”, heette het in de beroemde commercial en zo was het voor mij met jou.

Maar wie zat er nou fout? Jij, door een mooier beeld van jezelf te schetsen? Of ik omdat ik een prille vakantievriendschap kapot had gegoogeld?

Het vervelende was in elk geval dat met die nieuwe wetenschap de realiteit de B&B was binnengeslopen. Ooit was vakantie, zoals Descartes 350 jaar geleden al filosofeerde, een ‘verantwoorde manier uit je dagelijks bestaan te stappen’.

Jij deed dat in zekere zin ook met je verhaal en waarom zou je niet? Waarom moest ik met één druk op de knop jouw vakantierealiteit doorprikken? In de tijd van Descartes had er geen haan naar gekraaid. Waren we misschien in veel interessantere gesprekken verwikkeld geraakt. Hadden we aan die ontzettend keurige table d’hôtes een knetterende ruzie gekregen of elkaar – wie weet – overtuigd van elkaars standpunten. Had ik teruggelogen over mijn duizelingwekkende carrière en na de vakantie hadden we terug de draad van onze levens weer opgepakt.

Door dat snelle wifi in ons vakantieverblijf en vooral mijn onvermogen om het googelen een keer te laten, was mijn plaatje compleet voordat ons gesprek was begonnen. En ontnam ik jou de kans om de stank uit het open riool dat internet nu eenmaal is, te laten vervliegen.

Daarom, beste H., wil ik je vragen het nog een keer over te doen. Zonder Google, mét een fles wijn. Als échte mensen, met een écht verhaal. En als je dat verhaal een klein beetje mooier wilt maken, dan mag dat best.

    • Arjan Paans