Wat moet je nu nog met psychologie?

Hoor je als manager jarenlang dat je je moet verdiepen in psychologie. Omdat je vak draait om mensen en gedrag. Blijkt vervolgens dat een groot deel van al dat mooie onderzoek misschien niet betrouwbaar is.

Drie weken geleden publiceerde Science een geruchtmakend artikel. Honderd psychologische studies waren overgedaan door een team van meer dan 270 onderzoekers, onder aanvoering van psycholoog Brian Nosek van de University of Virginia. Bij 61 van de 100 experimenten werd het belangrijkste resultaat niet opnieuw gevonden. Afijn, er is uitgebreid over bericht.

Maar nu? Wat moet je hiermee wanneer je als hoogopgeleide werkende je best doet om in jouw praktijk ook een beetje evidence based te werken?

Mijn eerste reactie: wetenschap blijft mensenwerk. Vorig jaar publiceerden drie managementonderzoekers – Kepes, Bennett & McDaniel – een overzicht van factoren die de betrouwbaarheid van onderzoek bedreigen. Een van de grootste problemen is – al heel lang – dat wetenschappelijke tijdschriften een voorkeur hebben voor onderzoeken waarin een significant effect is gevonden. Door deze publication bias maken we niet of nauwelijks kennis met onderzoek met minder verrassende resultaten. Bovendien: kranten, populair wetenschappelijke publicaties, studieboeken, en wetenschappelijke reviewartikelen, maken meestal ook alleen gebruik van gepubliceerd onderzoek. Iedere wetenschapper kent het gezegde: If new, not true; If true, not new. Maar toch blijven we allemaal primair geïnteresseerd in opmerkelijke, nieuwe bevindingen.

Andere les: ga actief op zoek naar tegenspraak en geef niet te snel op. Journalisten zeggen wel eens dat je een goed verhaal niet moet ‘doodchecken’. Maar toch. Zelf schreef ik tot twee keer toe een stukje over power posing: het gegeven dat je als mens met een krachtige lichaamshouding je zelfvertrouwen, hormoonhuishouding en gedrag positief kunt beïnvloeden. Onderzoek hiernaar van Carney, Cuddy & Yap uit 2010 werd overal geciteerd en Amy Cuddy’s TED-talk trok meer dan 28 miljoen (!) kijkers. Ik geef het ronduit toe: ik was onder de indruk.

Pas tijdens het werken aan deze column ging ik doelgericht op zoek naar kritiek. Een replicatiestudie van Ranehill en collega’s uit 2014 liet heel andere resultaten zien. Het zelfvertrouwen van de proefpersonen veranderde wel, maar hormonaal en gedragsmatig waren er geen effecten. En een statistische analyse van 33 studies uit 2015 liet geen significante effecten zien van ‘power posing’. Tja.

Ondernemers, managers en professionals ( ook journalisten en columnisten) zijn geen haar beter dan onderzoekers. Ook wij willen graag scoren met een mooi verhaal. Veel van het leren in bedrijven lijkt bijvoorbeeld op HARKing (Hypothesizing After the Results are Known): de neiging die onderzoekers soms hebben om achteraf de hypothese aan te passen aan de gevonden resultaten.

Of, zoals ik het een methodoloog eens hoorde zeggen: „Veel mensen gooien als het ware met pijltjes op een deur. Vervolgens lopen ze naar de deur, trekken een aantal cirkels om de pijltjes en zeggen: zie je wel, precies raak!”

De remedie is niet: voortaan al het onderzoek bagatelliseren. Maar: meer aandacht voor zuiver, eerlijk nadenken. Ook op het werk.

Een eerste stap... Wanneer je een belangrijk besluit neemt, spreek dan uit – en leg vast – wat dit besluit moet opleveren. Noteer hoe en wanneer je de resultaten gaat meten. Bespreek ze vervolgens in alle openheid met collega’s, en vraag je af wat je er samen van kunt leren. En – de grote les van Nosek – neem nooit genoegen met slechts één mooi resultaat.

    • Ben Tiggelaar