Vitamine D: vooral het idee

Van september tot april, als de r in de maand was, kreeg ik als kind dagelijks levertraan. Dat is olie geperst uit vissenlevers. Ik kokhalsde ervan maar het moest; kindertjes hadden voor de groei van hun botten vitamine D nodig en dat zat in levertraan.

Kindertjes krijgen nu druppeltjes maar tegenwoordig slikken ook veel volwassenen vitamine D. Dat doen ze niet voor hun botten maar omdat het vitamine D gehalte in hun bloed te laag zou zijn en dat zou hartinfarcten, kanker, griep, astma, multiple sclerose en diabetes veroorzaken. Moet u ook vitamine D laten meten in uw bloed?

Vitamine D zit in margarine en vis en we maken het zelf aan als er zonlicht op onze blote huid valt. Het zorgt ervoor dat calcium uit het eten vanuit de darm naar het bloed gaat en vandaar naar de botten. Een tekort aan vitamine D veroorzaakt misvormde en breekbare botten. Dat is al tachtig jaar bekend, elk vitamine vervult in de machinerie van het lichaam een andere rol en vitamine D zorgt voor de botten. Vitamines slijten en moeten regelmatig worden vervangen door nieuwe, uit voedsel. Net als een auto, daar moeten ook regelmatig onderdelen in worden vervangen. Alle dertien vitamines zijn onmisbaar voor de gezondheid, tekorten leiden tot deficiëntieziektes. Maar in welvarende landen zijn die grotendeels verdwenen.

Veertig jaar geleden ontstond het geloof dat vitamines ook gewone ziektes zoals hartinfarct of kanker konden voorkomen, als je er maar flink veel van slikte. Dat begon met vitamine C, dat griep en kanker zou voorkomen. Daarna kwamen provitamine A en vitamine E tegen hart- en vaatziekten, kanker en infecties en B-vitamines tegen hart- en vaatziekten en dementie. Het waren opwindende tijden, aan die B-vitamines heb ik zelf nog onderzoek gedaan. Uiteindelijk bleken al die vitamines tegen deze ziektes niet te werken. Maar bij vitamine D hebben veel wetenschappers nog hoop.

Het slikken van vitamine D wordt gestimuleerd doordat het tegenwoordig goedkoop gemeten kan worden in bloed. Het aantal bloedbepalingen ervan is in 15 jaar vertwintigvoudigd. Het gehalte aan vitamine D (eigenlijk: 25-hydroxyvitamine D) in het bloed zou aangeven of iemand genoeg vitamine D binnenkrijgt of aanmaakt. Als het bloedgehalte onder de grens van normaal zit heeft de patiënt extra vitamine D nodig. Half Nederland zit onder die grens; wie zijn bloed laat testen op vitamine D heeft dus grote kans dat hij de aanbeveling krijgt om wat extra te slikken. Maar die grens is nogal willekeurig. Sommige deskundigen vinden hem te hoog, andere pleiten voor een nog hogere grens. Het is omstreden wat een te laag vitamine D is.

De meting zelf kan er ook flink naast zitten. Recent maakte ik mee dat iemand volgens zijn lokale huisartsenlaboratorium onmeetbaar weinig vitamine D in zijn bloed had. Wat een schrik! Maar toen het opnieuw werd gemeten, nu in het laboratorium voor endocrinologie van het VU medisch centrum, kwam er een normale waarde uit. Meten van vitamine D is gespecialiseerd werk en van de honderdduizenden uitslagen die er uit minder gespecialiseerde laboratoria rollen zijn er nogal wat fout. De meting is moeilijk omdat er zo weinig vitamine D in bloed zit; honderdduizend keer minder dan bloedsuiker of cholesterol. De hoeveelheid vitamine D die het analyseapparaat ingaat in de vorm van een druppeltje bloedserum is ongeveer één duizendmiljoenste van een gram. De meting hoeft er maar de helft van een duizendmiljoenste gram naast te zitten en dan komt er een alarmerend lage waarde uit, of juist een hele hoge.

Het nauwkeurig meten van vitamine D vereist veel tijd terwijl marktwerking productie eist. Dan schiet de nauwkeurigheid er wel eens bij in. In plaats van de schijnzekerheid van een vitamine D meting kunt u het net zo goed meteen gaan slikken.

Maar schiet u daar iets mee op? Ouderen en mensen met een donkere huid maken minder vitamine D aan in hun huid, voor hen heeft het zin om wat extra te nemen voor de botten. Maar recent grondig onderzoek laat weinig heel van theorieën dat vitamine D zou helpen tegen hoge bloeddruk, overgewicht, hart- en vaatziekten, griep en andere infectieziekten, depressie, multiple sclerose, diabetes of astma.

Toch hebben mensen met die ziekten vaak een laag vitamine D. Hoe kan dat? Dat komt deels omdat er geen zon schijnt op een ziekenhuisbed, dus zieke mensen maken minder vitamine D aan. Verder wordt vitamine D in het bloed actief verlaagd door vetzucht. Ook is vitamine D lager bij arme mensen, omdat die vaak een donkerder huid hebben, en bij mensen die hun vrije tijd doorbrengen voor de TV. Beide groepen maken weinig vitamine D aan in hun huid en hebben meer kans op ziektes, maar die komen niet door gebrek aan vitamine D maar door slechte woon- en werkomstandigheden, roken, overgewicht en gebrek aan beweging.

Ik word wat ouder en ik slik dus vitamine D omdat mijn botten mogelijk dan wat langer heel blijven. Maar verder verwacht ik er niets van. Gelukkig hoef ik geen levertraan meer.

    • Martijn Katan