Twee houtbewerkers gevraagd, liefst niet te getraumatiseerd

In asielzoekerscentra slijten mensen hun dagen met tafeltennis en whatsapp. De animo was groot toen een bedrijf in Ootmarsum werk had. „Ik voel me geen parasiet meer.”

Marketing- en standbouwbedrijf bedrijf Artica in het Twentse Ootmarsum heeft twee gevluchte Syrische timmermannen geworven in asielzoekerscentrum De Wyllandrie. Foto’s Sake Elzinga

Bij Artica in Ootmarsum, een marketing- en standbouwbedrijf met 45 medewerkers, liggen de wanden metershoog opgestapeld. Stof dwarrelt door de ruimte. De machines zijn nog warm. Buiten halen mannen boterhammen uit hun tas voor de lunch.

Mohamad Madrate (51) en Rateb Sharbatji (35) dragen dezelfde blauwe overall als hun collega’s. Maar uit hun vragende blik kun je afleiden dat zij niet in de Twentse kleileem zijn opgegroeid. De twee timmermannen uit het Syrische Aleppo moeten zichtbaar wennen aan de westerse technieken en werkmoraal.

Madrate en Sharbatji zijn sinds een week in dienst bij Artica. Zakelijk directeur Henk Velthuis bood hun een half jaarcontract aan. „We zaten in een drukke periode. Normaal trekken wij mensen via het UWV aan, maar daar hadden ze even niemand. Toen ontstond het idee het asielzoekerscentrum te benaderen. Misschien zaten daar ervaren mensen?”

Het azc ligt een paar kilometer verderop in De Wyllandrie, een voormalig vakantieoord voor medewerkers van PTT. De ruim tweehonderd vluchtelingen die er sinds mei zijn ondergebracht, slijten hun dagen met tafeltennis, computeren en whatsappen. Dus toen Velthuis zijn verzoek indiende – twee houtbewerkers, liefst niet al te getraumatiseerd, want wij zijn geen maatschappelijk werkers – was de animo groot.

Madrate en Sharbatji hadden met hun timmermansachtergrond de beste papieren. Omdat zij een verblijfsvergunning hebben, mogen zij betaald werk buiten het opvangcentrum verrichten. Werkgeversorganisatie VNO-NCW pleitte er deze week voor Syrische asielzoekers sneller aan een baan te helpen. „Het liefst zou ik hier nog járen blijven werken”, zegt Sharbatji, wiens vrouw en twee kinderen volgende maand overkomen.

Een dag nadat Artica een bericht over de twee op Facebook postte, belde Tubantia. Het verslag dat de regionale krant over de Syrische werknemers publiceerde, hangt bij de receptie in het azc en maakte van Madrate en Sharbatji lokale helden. „Kinderen willen met me op de foto”, zegt Sharbatji, die na twee maanden taalles redelijk Nederlands spreekt. „Op de fiets naar het werk word ik nagewezen: ‘Artica, Artica!’”

Goede pr, zou je zeggen. Toch kreeg het standbouwbedrijf ook veel kritiek over zich heen. „Artica weet hoe het moet: lage loonkosten, gratis publiciteit en ondermijnen van ons sociaal stelsel”, schreef iemand in een reactie op internet. Wie betaalt de ziektekosten en sociale lasten van deze misplaatste concurrentievervalsing, wilde een ander weten. „Ik solliciteer me al een jaar suf.”

Velthuis haalt er zijn schouders over op. „Een dubbeltje kan snel een andere kant op vallen”, zegt hij nuchter. „En er klopt niets van. Ze krijgen een minimumloon. Wij dragen sociale lasten af. Oké, ze zijn goedkoper dan de doorsnee werknemer. Maar daar staat tegenover dat ze veel begeleiding nodig hebben. Wij kunnen nauwelijks met hen communiceren.”

In het asielzoekerscentrum verloopt de communicatie een stuk vlotter. Er wordt een tolk ingeschakeld, zodat Madrate en Sharbatji gedetailleerd verslag kunnen doen. Hoe kwamen zij in Nederland terecht? Wat betekent het voor hen om in Europa hun geld te verdienen?

Madrate denkt niet graag terug aan de barre tocht die achter hem ligt. Via Turkije, Griekenland, Macedonië, Servië, Hongarije, Oostenrijk en Duitsland naar Holland in twintig dagen. „Ik heb drie dagen op dadels geleefd”, zegt de gelovige moslim en vader van negen kinderen.

Sharbatji vertelt dat hij zijn vrouw, kinderen en moeder in Libanon achterliet. „Mijn moeder is tien dagen geleden overleden. Ik kon haar niet de laatste eer bewijzen.” Met zijn salaris draagt hij bij aan de huur van het huis waar zijn gezin nu nog verblijft.

Sinds Madrate aan het werk is slaapt hij beter. Hij is zó blij dat hij in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien, dat hij wel op de werkvloer zou willen overnachten. „Ik heb een doel en ben geen parasiet meer.”

In Ootmarsum zijn de meningen over de komst van de asielzoekers verdeeld. Supermarkten zijn blij met de nieuwe klandizie, maar er is ook irritatie over het „gepingel” bij aankopen en „gesmoes” van groepjes jonge mannen. „Ze hebben niets te doen”, zegt een winkelier die niet met zijn naam in de krant wil. „Laat ze met een tandenborstel het plein schoonmaken.”