Soms moet je liegen over wie je echt bent

Fahd Larhzaoui (36) is selfmade acteur. De solovoorstelling Schijn, over zijn coming-out als homo, kreeg lovende recensies en ging deze week voor de derde keer in reprise. „Mijn jeugd was gelukkig, maar er was een dingetje dat aan me bleef knagen.”

Tekst Yasmina Aboutaleb Foto Andreas Terlaak

Schijn

„De voorstelling is een coming of age-verhaal. Het is mijn persoonlijke geschiedenis. Ik laat zien hoe ik van de kleine Fahd, een Nederlands-Marokkaans jongetje, opgroeide tot de persoon die ik nu ben. Het gaat voornamelijk over de struggles die je als mens moet meemaken om uiteindelijk voor jezelf te kunnen kiezen. Ik heb Schijn gemaakt, niet om te vertellen dat ik zielig ben of zo, maar omdat het een universeel verhaal is. In mijn geval is homoseksualiteit de rode draad, maar dat had ook iets anders kunnen zijn. Schijn betekent dat je soms moet liegen om te kunnen blijven bij de mensen van wie je houdt.”

Voetbal

„Toen ik acht jaar oud was wist ik al dat ik anders was. In de pubertijd wist ik het zeker. Maar homoseksualiteit mocht niet, had ik thuis geleerd. Ik praatte er met niemand over. Ik stopte al mijn tijd in school en voetbal. Elke dag na school was ik te vinden op straat met mijn vrienden. Ik wilde profvoetballer worden. Mijn jeugd was gelukkig, maar er was een dingetje dat aan me bleef knagen. Het ging maar niet weg. Hoe ouder ik werd, hoe heftiger het werd.”

Kleedkamer

„Jongens onder elkaar doen macho. Dat merkte ik al vroeg, na het voetbal in de kleedkamer. Ik wist nog niet zeker dat ik homo was, dat het mijn echte identiteit was, dus ik deed gewoon mee, beetje stoer praten. En zij hadden ondertussen geen flauw idee dat er bij mij iets speelde. Maar ik merkte wel dat ik anders was, vooral bij het gezamenlijke douchen. Voordat het moment zich aandiende, gingen de jongens met hun hand in hun broekje om de boel op te warmen, want je wil natuurlijk niet met een kleine eronder. Je moet laten zien dat je groot geschapen bent. Daar deed ik niet aan mee, want ik douchte met m’n boxer aan. Dat had ik van huis uit mee gekregen; moslims laten hun edele delen niet zien. De jongens respecteerden dat gewoon. Maar ik keek natuurlijk wel, álle jongens checkten elkaar! Maar het was wel ongemakkelijk, ook omdat ik steeds meer merkte dat meisjes me niet interesseerden. ”

Vrouw

„Ik ging de strijd met mezelf aan. Probeerde van alles te bedenken waardoor het weg zou gaan. Homoseksualiteit mocht niet, het hoort niet en ik wilde het niet. Ik zocht naar een oplossing. Moet ik van een brug springen? Moet ik meer bidden? Uiteindelijk dacht ik: als ik trouw met een vrouw, dan gaat het misschien wel vanzelf weg. Als ik daar nu op terugkijk is het alsof het een droom is, alsof ik het niet echt heb meegemaakt. Zo van: heb ik dat echt gedaan? Heb ik mezelf zo voor gek gezet? Heb ik mezelf zo weggecijferd? What was I thinking? Het huwelijk heeft heel kort geduurd. Ik kon het niet. Maar ik ben wel blij dat het is gebeurd. Blijkbaar was het nodig om mezelf tegen te komen, om tegen mezelf te zeggen: Fahd, wat ben je aan het doen? De enige oplossing was uiteindelijk mezelf accepteren.”

Moeder

„Op een dag kwam ik op mijn moeders bed zitten. Ze zag dat ik kapot ging. Moeders voelen dat soort dingen. Ze wist dat er iets niet klopte, maar wat precies wist ze niet. Ze begon me vragen te stellen: ‘Wat is er met je? Ben je ziek? Waar heb je last van? Heb je buikpijn? Heb je griep?’ Ik zei niks, ik schudde alleen maar mijn hoofd. Op een gegeven moment had ze alles, echt alles, opgenoemd, zodat er nog maar een vraag over bleef. We dachten hetzelfde, maar ik twijfelde of ze het zou durven vragen. Maar moederliefde durft alles, dus vroeg ze of ik op jongens viel. Iedereen in mijn familie weet het inmiddels. Er is contact, maar het is moeizaam. Het heeft tijd nodig, en die geef ik ze. Het belangrijkste is dat ik weet dat er liefde tussen ons is. Die liefde houdt ons bij elkaar.”

Disco

„De eerste keer naar een homofeest vergeet ik nooit meer. Het was in een discotheek op het Rembrandtplein in Amsterdam. Het was superleuk, maar ook heel spannend. In het begin stond ik aan de kant te observeren. Kijken wat er gebeurde, wie er rondliepen… allemaal stoere mannen. Ik zag dingen waar ik alleen maar van kon dromen. Thank god, ik ben niet de enige. Ik proefde de vrijheid, mensen konden daar zichzelf zijn. Het was allemaal nieuw voor me, maar ik voelde me er wel meteen op mijn plek.”

Selfmade acteur

„Toen ik merkte dat een carrière als profvoetballer er niet in zat voor mij – ik was 21 en nog steeds niet gescout – kwam ik uit bij mijn andere passie: acteren. Mijn ouders vonden het niks. ‘Wat? Jij acteren? Je moet een serieuze baan.’ Ze waren bang dat ik geen werk zou vinden. Zoals zoveel ouders redeneren eigenlijk. Toentertijd snapte ik dat niet, maar nu wel. Het is ook een moeilijk vak. Maar ik ben na mijn mbo-diploma sociaal cultureel werk mijn passie gaan volgen. Ik heb heel veel gedanst, als achtergronddanser van zangeres Hind bijvoorbeeld. Dat deed ik in mijn vrije tijd, ik werkte er gewoon fulltime bij. Talloze audities en workshops later kwam ik bij toneelgroep Rotterdams Lef terecht. Dat heeft mijn leven veranderd. Sindsdien ben ik fulltime acteur. Maar mijn allereerste rol was Jezus. Die speelde ik in groep 8. We deden Jezus de musical, want ik zat op een christelijke school. Ik weet niet waarom de leraar mij voor die rol had uitgekozen, maar ik vond het wel leuk. Na afloop zei de leraar dat ik het zo goed had gedaan, dat ik er echt wat mee moest gaan doen. ‘Je hebt het in je’, zei hij. Dat heb ik altijd onthouden.”

Solo

„Nasrdin Dchar, een van mijn beste vrienden, speelde in 2012 voor het eerst Oumi, een monoloog over zijn moeder. Ik mocht bij de première zijn. Die voorstelling raakte me zo, het verhaal over de band met zijn moeder, maar ook de manier waarop hij daar stond in z’n eentje. Heel inspirerend. Toen dacht ik: als hij het kan, misschien kan ik het dan ook. Nasrdin vond het meteen een goed idee. Hij raadde me aan een goede regisseur en schrijver te zoeken. En hij gaf me het nummer van theater Bellevue in Amsterdam. Het was een lang proces, maar het lukte allemaal. Ik vond het heel spannend, maar ik was er wel klaar voor. De tijd was rijp om mijn verhaal te vertellen – ik ben al twaalf jaar uit de kast. Het engst vond ik eigenlijk dat ik het alleen moest doen. Een solovoorstelling kan je maken of breken als acteur. Een maand voor de première belde ik mijn producent om alles af te blazen. Ik was bang dat ik op m’n bek zou gaan, dat ik het niet goed zou neerzetten. Mensen uit het vak zouden komen kijken! Maar mijn producent haalde me over het toch te doen.”

Erkenning

„De reacties op mijn voorstelling waren overweldigend positief. Zowel van het klassieke theaterpubliek als van moslima’s met hoofddoekjes. Er waren Marokkaanse meiden die naar me toe kwamen en zeiden: ‘Eindelijk iemand in onze gemeenschap die opstaat en zijn verhaal vertelt.’ Ze waren blij en trots, en ze staan achter me. Er bleek een enorme behoefte te zijn aan het bespreekbaar maken van dit taboe. De voorstelling geeft een stem aan mensen die met soortgelijke dingen worstelen. Die reacties zijn heel belangrijk voor me. Het zorgt voor erkenning, dialoog. Ik ben onderdeel van de Marokkaanse gemeenschap en daar wil ik lid van blijven, maar wel als mezelf.”