Pufvoetbal

De Ajax-selectie zou de trainingen beter even inruilen voor een bezoek aan het WK rugby in Engeland en Wales. Even naar echte mannen kijken die hun sportieve prestatie uit iedere vezel halen, met of zonder gescheurde kruisbanden. Een voor een bommen van energie die een hele wedstrijd op scherp staan. Toch ook: kampioenen fair play. Eén seconde in de ogen van de All Blacks kijken en je weet weer wat een legende is.

Ajax 2015 is een speeltuin voor knapen. Met – o dwaasheid – opa Lasse Schöne op de bank. Het excuus voor het geklungel klinkt al jaren hetzelfde: jonkies. Niet ervaren genoeg, niet leep genoeg, niet rijp genoeg voor een krachtmeting van anderhalf uur. Het is bijna racistisch zoals ze bij Ajax de jeugdige leeftijd van de selectie blijven inroepen als verschoning voor belabberd geschutter. Jong waren ze altijd al, toch? Denk aan Patrick Kluivert.

Jeugd is te repareren met een paar doordachte transfers, maar daar heeft het bestuur geen oren naar. Liever fluitend ten onder op de onbalans van la jeunesse. Aan geldgebrek ligt het niet, dus moet het hoogmoed zijn. Of sabotage van een paar leidinggevende zeloten die nog steeds bezig zijn met onderlinge afrekeningen ter nagedachtenis van Johan Cruijff.

Gezien zijn schitterende conduitestaat durf ik de vraag alleen fluisterend te stellen, met gedoofd licht: zou Frank de Boer een jaartje te lang bij Ajax zijn gebleven? Nu is hij altijd wel een trage spreker die wat nonchalant over zijn woorden hangt, maar de laatste tijd is zelfs het spreken overgegaan in puffen.

Een mond vol reuma.

Het heeft er alle schijn van dat de coach zijn spelers niet meer onder de gordel bereikt. Ajax speelt al het hele seizoen pufvoetbal. Enige betovering wordt de Arena stoïcijns onthouden. Ook op het Europese avondje tegen Celtic waren technische hoogstandjes even schaars als duels op het scherpst van de snee. Ik dacht aan een oefenpot om jonge spelers te taxeren op hun wasdom. Nog maar even zien hoe volwassen Daley Sinkgraven is geworden.

Ajax speelde accordeonvoetbal: in de breedte. Waggelkunst, hooguit. Dat is geen kwestie van ervaring, het is een gebrek aan de mentaliteit om diep te gaan, diep als rugbyers. Wie met een jeugdelftal aantreedt in Europa zegt eigenlijk: voor ons hoeft het niet echt, hoor. Je zou het verzaking kunnen noemen.

PSV heeft nog steeds minder charme dan Ajax, minder stilisten ook, maar in bezieling en karakter is de club uit Eindhoven Amsterdam ver vooruit. En niet in eerste instantie dankzij Nederlandse jongens, nee dankzij de Mexicanen Andrès Guardado en Héctor Moreno. De eerste was eerder al dé dragende speler die PSV aan de landstitel hielp. De tijd van een spectaculair transferbeleid is ook in Eindhoven voorbij. We zullen op de Herdgang niet gauw meer een nieuwe Romário of Ronaldo tegen het lijf lopen. Toch staat er een solide elftal in het veld met voldoende lef en maturiteit om Louis van Gaal met lege handen naar Manchester terug te sturen.

De gedachte alleen al dat een Belg Memphis Depay zou kunnen doen vergeten was heiligschennis. Inmiddels is Maxime Lestienne gestaag aan het uitgroeien tot publiekslieveling. Hij is minder grillig en eigenzinnig dan destijds bij Club Brugge, heeft kennelijk het plezier in voetbal teruggevonden.

Ongetwijfeld met dank ook aan Phillip Cocu. De PSV-coach is het stille water van de eredivisie. Hij valt nooit uit zijn rol. Mekkert, schreeuwt en huilt niet.

Met één boze blik temt hij jong en oud. Met één glimlach breekt hij alle harten.

    • Hugo Camps