Mens

Alweer een droom vervlogen: in zijn memoires betuigt Geir Lundestad, oud-directeur van het Noorse Nobelinstituut, spijt over de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan Barack Obama in 2009. Niet dat het niet goed bedoeld was – de prijs moest een steun in de rug zijn voor de man die weer woorden als hoop en droom in de mond durfde te nemen. Dat het toen alleen woorden waren, Obama was nog maar net president, mocht niet deren: er klonk een immense belofte in door, de belofte dat mensen in staat zouden zijn hun verschillen opzij te zetten, elkaar te vinden in hun menselijkheid, grenzen te overstijgen, raciale, religieuze, nationale grenzen. Yes, we can! Waar was de Nobelprijs anders voor?

Lundestad: „We dachten dat het Obama zou versterken, maar dat effect heeft het niet gehad.”

Eh, nee. Die Nobelprijs ziet er achteraf uit als een zelfgenoegzaam staaltje wishful thinking. De droom was gewoon te mooi om ‘m te laten verpesten door de realiteit. De tegenkrachten zijn onderschat. Zes jaar later klinken de woorden hol, er wordt nog maar bar weinig gehoopt en gedroomd. In plaats van Yes, we can! klinkt overal No, we won’t!

Wat zich als humanisme aandient, het streven naar gelijkheid, de oproep tot empathie, het geloof in tolerantie, wordt als naïef en verdacht afgedaan, een recept voor rampzaligheid. Vanwege de ruimhartige ontvangst van vluchtelingen noemde een rechtse Britse academicus Duitsland afgelopen week „een hippiestaat die zich door zijn emoties op sleeptouw laat nemen”.

Maar de desillusie is overal voelbaar, zowel op links als op rechts: op links wordt het streven naar gelijkheid en rechtvaardigheid steeds meer als hopeloos afgedaan, het humanisme als een behendige leugen van witte machthebbers om overal ter wereld hun positie veilig te stellen. Op rechts gaat het gezonde wantrouwen tegen naïef idealisme over een betere wereld enkel richting verbeten cynisme.

De verscheurdheid binnen de Europese Unie over de opvang van vluchtelingen uit het Midden-Oosten voert rechtstreeks terug op de priemende scepsis van de ultrareactionaire denker Joseph de Maistre (1753-1821): „Wel, in de hele wereld is er niet zoiets als de Mens te vinden. Gedurende mijn leven, heb ik Fransen gezien, Italianen, Russen, etc. [...] Maar wat de Mens betreft, moet ik verklaren dat ik die nooit ben tegengekomen. Mocht hij bestaan, dan is hij aan mijn aandacht ontsnapt.”

Anders gezegd: de taal van het humanisme leidt altijd tot abstracties, die voorbijgaan aan de netelige werkelijkheid, die gaat over cultuur, geschiedenis, eigenheid. Het is gemakkelijk schieten, en dat doen populisten dan ook: je kunt de vluchteling als Mens binnenhalen, maar uiteindelijk is hij ook gewoon een Syriër, een moslim, een getraumatiseerde man of vrouw die in een hem onbekende cultuur terechtkomt. Nu al gaan verhalen rond over hulpverleners die wordt afgeraden te korte rokjes te dragen in aanwezigheid van vluchtelingen. Of die verhalen kloppen doet er eigenlijk niet toe. Het gaat erom dat de zorg, angst en hysterie die uit zulke verhalen spreekt, niet weg te nemen is met een beroep op ons gedeelde mens-zijn. Soms lijkt het om manieren van naar de wereld kijken te gaan die elkaar nauwelijks overlappen – Wilders ziet enkel Nederlanders, GroenLinks ziet alleen Mensen. En Gerard Joling ziet alleen nog „onze bejaarden”.

Zijn dat de enige smaken nog, paranoia en naïviteit? In een hoofdartikel sprak The New York Times deze week schande van de weigering van Oost-Europese landen, Hongarije voorop, om vluchtelingen op te vangen. Opmerkelijk is dat de krant er niet onze gedeelde menselijkheid bij haalde, geen hoop, geen droom, maar de geschiedenis. Oost-Europa heeft een jammerlijk kort geheugen, terwijl veel landen daar „zich onlangs nog de warme omhelzing van hun westerse buren lieten welgevallen en daar goed van profiteerden”. En: „Het genereuze onthaal dat ze kregen toen ze zich weer aansloten bij de westerse democratieën was een grote triomf voor Europa.”

Mooie woorden, ook al was die omhelzing natuurlijk niet gespeend van eigenbelang. Maar wie zoveel heeft gekregen van Europa zal ook moeten geven, dat heeft niks met verdwaasd hippiedom te maken. Ik ben de achterkleinzoon van een Joodse gelukzoeker uit wat tegenwoordig de Oekraïne is – en in de toekomst zal ik deel uitmaken van Jolings „onze eigen bejaarden”. Ook dat schept een morele verplichting. Dat is humanisme.