Opinie

    • Marike Stellinga

Over het nut van rekensommen

Ergens in de berg Prinsjesdagstukken was een fantastisch document te vinden met een dodelijk saaie naam: ‘Tekortreducerende maatregelen 2011-2017 (inclusief 5 miljard pakket)’. Dat was er één voor de mensen die visie uitstekend vinden maar ook graag kijken naar rekensommen om te zien hoe na alle politieke vergezichten het daadwerkelijk ingevoerde beleid financieel uitpakt.

Ik heb hier al eerder mijn liefde betuigd voor het Centraal Planbureau, maar dit document was weer een hoogtepunt. Het zet keurig op een rijtje hoe hard Den Haag zijn best heeft gedaan de overheidsfinanciën op orde te brengen; het telt de miljarden op die zijn bezuinigd sinds 2010, en de miljarden waarmee de lasten zijn verzwaard. Het zijn precies de jaren waarin het ene na het andere akkoord werd gesloten, al dan niet door een zittende regering.

De optelsom laat vier feiten zien.

Eén: de overheidsfinanciën zijn met een immens bedrag gesaneerd: in 2017 telt het op tot 47 miljard euro. Vergelijk het met de totale omvang van de uitgaven van de overheid dit jaar, 262 miljard euro, en je weet dat hier een enorme ingreep heeft plaatsgevonden. Grootste klappers kwamen van het kabinet-Rutte I (VVD, CDA, gedoogsteun Geert Wilders) uit 2010, het Lenteakkoord (VVD, CDA, GroenLinks, D66, ChristenUnie) uit 2012 en het kabinet-Rutte II (VVD en PvdA) uit 2012.

Twee: Behalve de SP, hebben alle grote partijen hun handtekening onder grote ingrepen gezet, inclusief CDA, PVV en GroenLinks, nu mondige oppositiepartijen.

Drie: uiteindelijk is er meer bezuinigd dan lasten verzwaard. De bezuinigingen tellen in 2017 op tot 32 miljard euro, de belastingverhogingen tot 15.

Vier: na al die ingrepen is het tekort in 2016 nog steeds 10,6 miljard. Na al die moeite. Hemel.

Wij Nederlanders houden van onze ministers van Financiën. De man die op onze centen past (een vrouw zou ook een keer leuk zijn) geniet al bij voorbaat onze sympathie. Iedere minister van Financiën houdt graag het imago van zuinigerd in stand. Jeroen Dijsselbloem vertelde vorige week in tv-programma College Tour dat zijn Europese collega-schatkistbewaarders dat maar vreemd vinden. In andere landen is de cententeller eerder impopulair, – de zeurpiet met de rekening.

Is die Nederlandse voorliefde terecht? Eigenlijk niet, daarvoor zijn onze schatkistbewaarders te grillig, te politiek gedreven. Daalde in 2014 nog een extra lastenverzwaring neer op het land van ruim 4 miljard euro, in 2016 volgt er een lastenverlichting van 5 miljard, zo besloot dit kabinet op Prinsjesdag. Je zou zeggen: kan dat niet slimmer?

Ons begrotingsbeleid beweegt vaak mee met de economie. Gaat het slecht dan bezuinigt de overheid én haalt meer belasting op. Gaat het goed dan geeft de minister van Financiën kadootjes weg, zoals nu de belastingverlaging van 5 miljard euro. Een echt zuinige minister van Financiën zou die in zijn zak houden, er is immers nog steeds een tekort.

De jaren sinds de crisis zijn gebruikt om hervormingen door te voeren die lang politiek onmogelijk leken (bijvoorbeeld de verhoging van de pensioenleeftijd en de versobering van de hypotheekrenteaftrek); hulde. Maar de jaren sinds de crisis zijn ook gebruikt voor slecht doordacht beleid dat vooral ingegeven was door de behoefte geld bij elkaar te sprokkelen. De Raad van State constateerde in de lente van vorig jaar dat wetgeving een wegwerpartikel dreigt te worden. Sommige wetten lijken bedacht om geld bij elkaar te schrapen, niet om de samenleving beter te besturen. Dat is ronduit slecht. Rekensommen zijn mooi, maar niet zonder politieke visie.

    • Marike Stellinga