Column

In Arnhem gaat het er toch een stukje gastvrijer aan toe

Ik hield al veel van Arnhem en die liefde is de laatste dagen alleen maar gegroeid. Het was hartverwarmend hoe de Arnhemmers ‘hun vluchtelingen’ met applaus en spandoeken verwelkomden nadat ze met bussen van de firma ‘Drenthe Tours’ naar hun tijdelijk onderkomen in de voormalige Koepelgevangenis waren gebracht. Dat ging er toch een stukje warmer en gastvrijer aan toe dan in andere steden van het land.

„Dat is Arnhem ten voeten uit, gastvrij”, mocht een Arnhemmer de eigen volksaard duiden tegenover een verslaggever van het NOS-journaal.

‘Gastvrij’ en – ook gehoord – ‘warm’, ‘betrokken’, ‘sociaal-voelend’ en ‘wij delen graag’ waren niet de eerste begrippen die me te binnen schoten als ik aan Arnhem dacht. Was dit wel de stad waarin ik geboren en getogen was, de stad waar de betrokkenheid met andere volken en culturen begon en eindigde in het Grieks restaurant en waar ze in de snackbar met de arm om het bord gebogen aten om het eigen eten te beschermen?

De bereidheid de eigen goedheid te benoemen was wel typisch Arnhems. Alsof ze op vakantie waren in een ver, warm land, zo spraken ze over zichzelf. De plaatselijke media en politici voorop. De tijdelijke opvang was nog niet geopend of GroenLinks-wethouder Henk Kok verzuchtte dat de Arnhemse gemeenteraad ‘de sociaalste raad is die ik ooit heb meegemaakt’. De Gelderlander focuste op de vrijwilligers – ‘Arnhem bundelt krachten’ – die de vreemdeling een warm welkom en dito halalmaaltijd bereidden.

„Ik denk dat het de aard van het beestje is”, hoorde ik een Arnhemmer op de radio die naar ‘de Koepel’ was gegaan om vluchtelingen ‘een handje te geven’ over zichzelf zeggen.

Om die houding te verklaren werd de Tweede Wereldoorlog, waarin de stad verwoest werd, er ook weer bij gesleept. Omroep Gelderland diepte uit het reservoir ‘evacuatieslachtoffers’ een mevrouw op die 71 jaar geleden als kind naar Apeldoorn had moeten vluchten omdat de ruiten van de ouderlijke woning sneuvelden tijdens de Slag om Arnhem, die toevallig ook dit weekeinde wordt herdacht.

Het nietszeggende verslag gaf genoeg handjes en voetjes aan de vraag hoe het nu toch kon dat ‘wij’ zoveel gastvrijer waren dan de inwoners van pak ’m beet Enschede te beantwoorden. Wij wisten gewoon veel beter hoe het was om vluchteling te zijn. Wat hadden ze daar, op een vuurwerkramp na, nou eigenlijk meegemaakt?

De beelden van de protesten tegen een azc daar, we schaamden ons ervoor. Fijn dat de media ook eens verslag deden vanaf een plek waar ze wel gastvrij zijn. We zeiden graag een keertje hardop hoe of we in elkaar zitten.