Je moest haar niet vertellen wat ze moest doen

Francien de Zeeuw (1922-2015) was verzetsvrouw en ging als een van de eerste vrouwelijke militairen naar Nederlands-Indië. Ze hield moeite met autoriteit.

Francien de Zeeuw, links in 1944 in Londen

Als Francien de Zeeuw ergens een hekel aan had, dan waren het anderen die haar vertelden wat ze moest doen. „Je moet meisjes niet commanderen. Dat willen ze niet, zeker niet wanneer mannen het doen”, zei ze vorig jaar in een gesprek met een jonge marineofficier. Zij spraken elkaar over het leven als vrouwelijke militair, nu en in de jaren ’40. De Zeeuw, die vorige week op 93-jarige leeftijd overleed na een kort ziekbed, had als eerste vrouw een marine-uniform mogen dragen, kort nadat ze een cruciale rol had gespeeld in het Zeeuwse verzet tegen de Duitse bezetting. „Ze was geen rebel, ze was geen feministe, ze was vooral autonoom”, vertelde haar zoon Bram de Regt op haar begrafenis.

Francien de Zeeuw was als middelste van drie kinderen van een huisschilder in Terneuzen op jonge leeftijd gaan werken als Rijkstelefoniste. Met de Duitse invasie, vlak voor haar 18e verjaardag, kwam ook het grote avontuur haar leven binnen. Haar verzet begon bescheiden en op eigen initiatief. Enkele vrienden werden opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. „Ik ben toen begonnen met het opsporen van ‘goede vaderlanders’, waar eventueel jongens een onderdak konden vinden”, schreef ze toen ze kort voor haar dood enkele oorlogsherinneringen op papier zette.

Ze legde zelf contacten met anderen die ondergronds actief waren. Ze smokkelde voedselbonnen, luisterde tijdens haar werk telefoongesprekken af en betrok ook haar ouders bij het verzet. Ze vertelde erover in een documentaire van Andere Tijden. „Mijn moeder naaide allemaal zakken aan de binnenkant van mijn corselet, daar gingen op den duur niet alleen maar bonnen in, maar ook revolvers.” Wanneer zij als telefoniste gesprekken onderschepte over invallen bij mogelijke onderduikers, stuurde ze haar vader op de fiets naar het adres, om te waarschuwen.

Hoewel haar kortetermijngeheugen haar in het laatste jaar van haar leven in de steek liet, kon ze met smaak vertellen over haar oorlogsjaren. Die herinneringen waren lang niet allemaal positief. Ze werd meer dan eens gearresteerd en ontsnapte aan de dood toen ze met een kennis door de gevechtslinies probeerde te breken en hij werd geraakt door Canadees vuur.

Na de oorlog hoopten haar ouders dat de rust zou wederkeren. Uit het dagboek van haar vader blijkt dat Francien daar lastig aan kon wennen. „We zullen zachtjes haar naar het normale burgerleven moeten terugbrengen”, schreef hij. In plaats daarvan kreeg De Zeeuw, die zelfs in de Britse pers was beschreven als heroine of Zeeland, bezoek van marineofficieren die een vrouwentak binnen de zeestrijdkrachten wilden oprichten. Koningin Wilhelmina was daar tegen, maar zwichtte toen De Zeeuw twaalf handtekeningen verzamelde van meisjes die graag bij de marine wilden. Zij werd in Londen ontvangen en ze werd officieel de eerste vrouwelijke militair. Ze werd opgeleid en ingescheept naar Nederlands-Indië. Een nieuw avontuur.

Ze had wel moeite met de hiërarchie, het onderscheid dat werd gemaakt tussen mannen en vrouwen en het feit dat adellijke vrouwen eerder tot officier werden bevorderd dan zij. „Ze was in het verzet niet gewend dat soort autoriteit te accepteren”, zegt Bram de Regt. Ze kwam meer dan eens in conflict met haar superieuren. „Uiteindelijk kreeg ze wel haar zin. Waarschijnlijk was Defensie bang hun vrouwelijke boegbeeld voor het weigeren van een dienstbevel voor de krijgsraad te moeten dagen en in het cachot te gooien.” In Batavia beheerde zij het postkantoor, want vrouwelijke militairen, marva’s (Marine Vrouwenafdeling), waren er om mannen te ondersteunen, niet om ze in gevechten te vervangen. ‘Maak een man vrij voor de vloot’, luidde hun slogan.

Ze werd verliefd, op een soldaat. „Zij was inmiddels wel officier en mocht niet naar beneden huwen met iemand uit een lagere rang”, weet De Regt. Ze keerde daarom in 1947 terug naar Nederland en vertrok bij defensie. Maar haar liefde stierf kort na zijn eigen terugreis aan de gele koorts.

De Zeeuw bleef tien jaar vrijgezel tot ze Wim de Regt ontmoette, met hem naar Noord-Holland verhuisde en drie kinderen kreeg. Werken mocht niet meer zodra ze getrouwd was, daar hielp geen verzet en boosheid tegen. Maar ze was bijna tot haar dood actief in het bestuur van de lokale protestante scholen. Toen ze twintig jaar geleden achter kwam dat er regels waren die bestuurders van boven de 75 verboden, ging ze rechten studeren om zich niet te laten wegsturen. In haar vergeetachtigheid vocht ze zich nog met stok, tas en rollator langs het personeel van haar verpleegtehuis naar buiten, omdat ze zich opgesloten voelde. Francien de Zeeuw wilde tot het einde van haar leven de regie houden.

    • Emilie van Outeren