In de vrouwenacht werd ze volwassen

Als ze met haar 1 meter 86 ergens binnenkwam, kon niemand om haar heen. Geri Donkervoort, eind vorige maand op 59-jarige leeftijd overleden, stond robuust in het leven. Als getalenteerd roeier, bestuurder van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, columnist van onder andere NRC Handelsblad en als eindredacteur van de medische televisierubriek Vinger aan de Pols .

„Eigenzinnig, warm en krachtig”, noemt broer Kees, voorzitter van de directie van het Medisch Centrum Leeuwarden, haar. „Ze wilde nooit haar mening verloochenen, maar kon soms ook ondiplomatiek zijn.” „Geri kon in een vergadering met bobo’s zeggen: ‘Gaan jullie eens allemaal naar de wc. Kun je even naar je eigen gezeik luisteren’”, memoreert een bestuurslid van de roeibond. Ook presentatrice Ria Bremer van Vinger aan de pols was beducht voor haar directheid. Bij haar afscheid van het programma, vijftien jaar geleden, kreeg ze van Donkervoort een brief. Die heeft ze nooit durven openen, bekende Bremer bij de begrafenis.

Donkervoort groeide op met water. Haar grootvaders waren kraandrijver en kruidenier in de Rotterdamse wijk Feijenoord. „Ze kwam uit de sfeer van niet klagen maar dragen”, zegt haar broer. Haar roeicarrière begon bij de Utrechtse studentenroeivereniging Triton. Ze ontwikkelde zich tot een behoorlijk succesvolle (slag)roeister. Vanaf eind jaren ’70 kwam ze uit in de nationale vrouwenacht en roeide mee op de WK’s op de Bosbaan en in Bled. Na haar overstap naar de Amsterdamse studentenroeivereniging Nereus kwam ze in de ‘twee-zonder’ terecht met Linda Luiting. Het duo won nationale wedstrijden, maar wist zich bij de WK’s in München en Luzern, in 1981 en ’82, niet in de medailles te roeien. Daarop besloot Donkervoort te stoppen. Na haar scheiding leunden haar drie zoons zwaarder op haar.

Ze schreef ook columns in Libelle en Margriet en was tussen 2012 en maart dit jaar commissaris sportontwikkeling in het bestuur van de roeibond. Ze maakte zich onder andere sterk voor de positie van homoseksuelen in het roeien, nog altijd een sport met masculiene sfeer. Na de diagnose van haar ziekte (een pancreastumor met uitzaaiingen in lever en bijnier) leefde ze nog maar drie weken.

Het roeien had haar gevormd. „Binnen een acht heeft iedereen zijn eigen rol”, schetste ze eens. „Je eerste jaar is de opmaat voor de rest van je leven. Je gaat langzaamaan je eigen koers bepalen, je eigenwaarde neemt toe, net als je zelfbewustzijn. Je leert voor je mening uit te komen, kritisch te zijn.”

    • Harry Meijer