Opinie

    • Sjoerd de Jong

Hoe NRC corrigeert: soms correct, maar ook cryptisch

Daar begon een stevige voorpagina scheuren te vertonen. Althans, het schrikbarende bericht waarmee NRC Handelsblad donderdag opende over het antidepressivum paroxetine (Depressiepil helpt pubers niet, 17 september), bleek op een belangrijk punt onvolledig, en onbedoeld misleidend. De krant sprak over paroxetine als „veelgebruikt middel” en legde een verband met „pubers”, waardoor de indruk werd gewekt dat dit middel, met schadelijke bijwerkingen, nog op grote schaal aan pubers wordt voorgeschreven.

Maar dat is niet zo. De krant verzuimde te melden dat het middel al sinds 2004 niet meer geregistreerd staat als geschikt middel voor kinderen, en dus zeker niet meer standaard wordt voorgeschreven. Dat had de auteur over het hoofd gezien bij het raadplegen van zijn bronnen. Volgens cijfers die de krant een dag later publiceerde, gaat het bij paroxetine om 4 procent van het totaal aan vergelijkbare antidepressiva die pubers slikken.

Verontrustend genoeg, en een belangrijke correctie op eerder onderzoek dat leek uit te wijzen dat paroxetine helemaal niet schadelijk is. Maar dat de krant zelf ook moest corrigeren is pijnlijk, juist bij zo’n gevoelig onderwerp.

Fouten snel en ruiterlijk herstellen hoort bij een krant die betrouwbaar wil zijn, en blijven. Juist vorige week werd daar nog over gesproken op de redactie, aan de hand van recente voorbeelden.

Onjuistheden worden hersteld in de rubriek Correcties & Aanvullingen, en dan gehecht aan het bewuste artikel om herhaling te voorkomen. Althans, zo gaat het in het interne archief voor redacteuren. In het archief dat abonnees online kunnen raadplegen, wordt de fout uit het artikel verwijderd, en komt onder het stuk te staan dat en waarom het is gecorrigeerd. Zo doen allerlei internationale kranten het ook op hun websites.

Toch valt daar nog genoeg te verbeteren, nog voor de paroxetine toesloeg.

Wat de procedure betreft: erg consequent wordt die niet gevolgd. In het online archief zijn volop stukken te vinden die wel zijn gecorrigeerd, maar zonder dat het erbij staat. En soms blijft een ongecorrigeerd stuk staan, met onbedoeld komisch resultaat. Zo verbeterde de krant dit: „In Ik? Een gewaaide gek stond dat vertaalster Thérèse Cornips in de jaren vijftig door haar Zweedse geliefde werd gedumpt. Zij dumpte hem.” Oef, goed om te weten. Maar in het online archief voor abonnees wordt Cornips nog steeds, door hem, gedumpt.

Dat is geen onwil of slordigheid, maar overmacht: het hechten van correcties aan stukken moet dagelijks en handmatig gebeuren, en dat schiet er soms bij in. Nu staat de rubriek Correcties & Aanvullingen óók in dat archief apart, maar de correcties daarin linken weer niet naar de gecorrigeerde artikelen. Als online lezer kom je er dus lang niet altijd achter wie nu wie heeft gedumpt. De hoofdredactie wil hier werk van maken.

Dan de inhoud van correcties – hoe uitgebreid moet die zijn?

Als de fout groot of gek genoeg is, moet de redactie, vind ik, niet alleen laten weten wat er fout was, maar ook hoe het wel zit – en bondig uitleggen hoe de fout gemaakt kon worden. Dat gebeurde bij de paroxetine, niet bij Cornips (en hoe weten we of die correctie klopt?)

Veel correcties in de krant zijn puntig genoeg en geheel, nou ja, correct. Maar sommige zijn ronduit cryptisch. Neem deze, een „naschrift” (ook een afwijking van de regel) bij een stuk in het online archief: „In een eerdere versie van dit artikel stond dat projectontwikkelaar Harry Nefkens is overleden. Dat is niet correct. De 96-jarige Nefkens verkeert voor zijn leeftijd in goede gezondheid.”

Nog afgezien van de flauwe toevoeging „voor zijn leeftijd”, hoe kon die bizarre fout worden gemaakt? Korte uitleg (het bedrijf in kwestie reageerde niet tijdig op een vraag van de krant – wat nog geen excuus is) was hier nuttig geweest.

Niet alle correcties zijn gelukkig pijnlijk. Très NRC zijn correcties als deze: „In Een fietsend volkje staat dat Wilhelmina op haar achttiende al een vélocipède kocht. Dat moet zijn: op haar zeventiende.”

Cryptischer is alweer: „In Welkom in E-stonia stond dat een deel van de overheidssystemen van Estland op blockchain-technologie werken. Dat is nog niet het geval.” Wanneer dan wél?

Iets anders: NRC Handelsblad drukt Correcties & Aanvullingen af op de pagina Opinie, wat eigenlijk merkwaardig is – het gaat immers bij uitstek niet om meningen, maar om vastgestelde feiten. Papier is kostbaar, ik weet het, maar idealiter zou er een aparte pagina zijn voor deze broodnodige, en vaak informatieve, herstelwerkzaamheden.

Nog een netelig punt. Moet in een correctie staan wie de fout maakte?

Dat ligt gevoelig bij de eindredactie van de krant, die wel eens uitglijdt, maar ook talloze fouten uit de krant houdt.

Maar ja, als je naam bij een stuk staat, met een grove fout die je niet zelf hebt gemaakt, denk je daar toch anders over. Dat geldt natuurlijk in de eerste plaats voor inzenders van brieven of recensenten, die tot hun schrik hun stuk terugzien met een Verschlimmbesserung.

Maar ook voor verslaggevers die vaste contacten met bronnen onderhouden, is het belangrijk dat zij niet worden aangekeken op een fout buiten hun schuld.

Ik zou zeggen: als er verder niks bij staat, kan de lezer ervan uitgaan dat de fout gemaakt is door de auteur van het stuk. Zo niet, dan lijkt het me zeker bij pijnlijke fouten goed om toe te voegen „door een eindredactionele fout”. Of „vergissing ter redactie”, als „fout” te veel pijn doet. Allerlei kranten, zoals The New York Times, doen dat ook al zo.

Trouwens, NRC Handelsblad doet het ook, incidenteel. Ik kom „eindredactionele fout” geregeld tegen, en niet alleen bij brieven of recensies.

Tikje overdreven is dan weer dit: „Door een eindredactionele fout is sprake van ‘Galicië aan de uiterste westflank van de Habsburgse monarchie’. Dit moet natuurlijk ‘oostflank’ zijn.”

Natuurlijk? Je hoort de eindredacteur de hand tegen het voorhoofd slaan – stom!

Zo striemend hoeft de flagellant nu ook weer niet te zijn.

    • Sjoerd de Jong