‘Het kan altijd nog beter, dat heb ik van mijn vader’

Souâd El Hamdaoui

(36) is directeur van de Euromast. Binnenkort opent haar eerste restaurant van Jamie’s Italian.

Droom

„Ik zeg altijd dat de Euromast van mij is, want zo voelt het na zeven jaar als directeur. Toch was ik langzaam toe aan iets nieuws. Willem Tieleman, een van de eigenaren van de Euromast, voelde dat aan en stelde voor samen te gaan ondernemen. In de zomer van 2014 hoorden we dat Jamie Oliver mensen zocht om restaurants van Jamie’s Italian in Nederland te openen. Aan het zwembad heb ik een businessplan geschreven. Willem en ik zijn aanvullend. Hij is ervaren, heeft Hotel New York groot gemaakt, ik ben eager. Ik ga eindelijk echt ondernemen. Willem is ook blij, want ik blijf eindverantwoordelijk voor zijn Euromast.”

Ambitie

„Mijn vader kwam als gastarbeider naar Nederland. Mijn moeder is analfabeet en daarmee volledig afhankelijk van mijn vader. Hij heeft het nooit uitgesproken, maar ik weet zeker dat hij het als zijn grootste verantwoordelijkheid zag zijn kinderen tot zelfstandige mensen op te voeden. Acht jaar oud moesten we leren banden plakken. Een zeven op school was fantastisch, maar de volgende keer kon dat misschien een acht zijn. Ik heb dat nooit als negatief ervaren, want ik voelde me gewaardeerd. Hij benoemde de potentie. Die gedrevenheid heb ik van hem geërfd: het kan altijd nog beter.”

Voorbeeld

„In Epe waren wij een van de twee Marokkaanse gezinnen in een autochtone omgeving, maar ik voelde me er nooit anders. Pas als student in Rotterdam kreeg ik opeens het stempel buitenlander. ‘Wat spreek je goed ABN.’ ‘Knap dat je universiteit doet.’ Ik kreeg niet uitgelegd dat ik geen bijzonder geval was. Inmiddels zie ik hoe ik als rolmodel iets kan betekenen voor allochtone jongeren die het moeilijker hebben dan ik vroeger. Daarom spreek ik bijvoorbeeld op scholen. Maar de kandidatuur voor Etnische Zakenvrouw van het Jaar heb ik steeds geweigerd. Wat is bij het zakendoen de toegevoegde waarde van het Marokkaan zijn?”

Mentaliteit

„Dit voorjaar ben ik drie maanden op training geweest bij Jamie Oliver in Cambridge en Norwich. Ik heb alles doorlopen, van het uitbenen van kippen tot het begrijpen van het kwaliteitsmanagementsysteem. Ik vond het fantastisch. Iedereen daar is gepassioneerd voor het vak en staat voor elkaar klaar. Echt: niet lullen maar poetsen, maar dan heel positief. Het werkethos van het personeel, dat zal in Nederland het lastigste worden, denk ik. De motivatie is hier een stuk minder. Dat heeft ook met wetgeving te maken, werknemers hebben veel rechten. Zelfs de stagiair roept na vier uur dat hij recht heeft op pauze.”

Balans

„Ik zie mezelf niet parttime werken, dat heb ik altijd tegen Sheraz, mijn partner, gezegd. Sinds Sara geboren is, werkt hij parttime. Toen ik die drie maanden naar Londen moest hadden we een oplossing bedacht met een nanny, maar uiteindelijk voelde dat toch niet goed. Sheraz heeft zijn baan opgezegd, hij werkt nu voor onze holding. Zo kon hij mee naar Engeland en Saar ook en kan ik straks ook makkelijker op reis. Ik realiseer me hoe bijzonder het is dat wij de rollen hebben omgedraaid. Ik vind het heerlijk dat ik haar zonder schuldgevoel aan hem kan overlaten. We doen dit echt samen, als gezin.”

Angst

„Mijn broer Abdelatif was dertien toen hij overleed aan een hersentumor. Ik was een baby. Over zijn dood werd nooit gesproken, maar ik voelde als kind het verdriet bij mijn ouders en mijn oudere broers en zussen. En nog. Ik ben altijd heel bang geweest voor de dag dat mijn ouders er niet meer zijn. Misschien heeft dat met mijn broer te maken, ik weet het niet. Sinds ik Saar heb, ben ik vooral bang dat mijzelf iets overkomt. Als Saar er niet bij is nemen Sheraz en ik aparte vliegtuigen, hebben we afgesproken. Ze is echt te klein om geen ouders meer te hebben.”

Overgang

„Bij het abseilen van de Euromast heb ik zeker een kwartier gedaan over de stap over de reling. Je moet je overgeven, vreselijk. Ik ben een controlefreak en een perfectionist; we hebben honderd man in dienst, maar elke factuur komt langs mij. Dat heeft niets te maken met wantrouwen, maar met wie ik ben. Mijn grootste opgave wordt loslaten. Straks ben ik naast de Euromast misschien wel verantwoordelijk voor tien of vijftien restaurants, dat dwingt me de organisaties zo in te richten dat anderen de dagelijkse leiding hebben. En om daar vrede mee te hebben. Het kan niet anders, er is maar één Souâd.”