Goodboyvirus beschermt tegen aids

De kans dat iemand na een hiv-infectie aids krijgt is kleiner als diegene ook besmet is met het Goodboyvirus. Dat is de bijnaam voor het in in 1995 ontdekte humane pegivirus (HPgV).

In zekere zin is pegivirus het zwarte schaap van de familie van de flavivirussen. Andere leden zijn berucht als verwekker van hepatitis C, gele koorts, knokkelkoorts en diverse vormen van hersenvliesontsteking. Ongeveer één miljard mensen zijn besmet met het pegivirus, maar niemand is er ziek door. Het virus kreeg de bijnaam Goodboyvirus toen uit epidemiologisch onderzoek bleek dat mensen met hiv aanzienlijk langer leefden als ze ermee waren besmet. Daar wilden hiv-onderzoekers meer van weten.

Maar tot nu toe was er alleen onderzoek op celkweken mogelijk, waarbij hiv en pegivirus bijvoorbeeld tegelijk op gekweekte weefsels werden losgelaten. Er was effect, maar het bleef een raadsel door welk mechanisme het niet-ziekmakende virus de hiv-infectie remt. De hoop is dat die kennis nog eens hiv-medicijnen oplevert.

Om het precieze mechanisme te doorgronden vonden de onderzoekers een goed proefdiermodel noodzakelijk. Daarvoor is er een virusvariant nodig, met een ‘bijpassend’ proefdier, waarin het virus zich op nagenoeg identieke wijze vermeerdert en verspreidt als de menselijke variant bij de mens. Onderzoekers in Wisconsin hebben nu zo’n diermodel gevonden toen ze makaken besmetten met een uit bavianen afkomstige virusvariant (Science Translational Medicine, 16 september). De makaken worden ook niet ziek van hun Goodboy-variant. Bovendien worden ze al jaren gebruikt bij hiv-onderzoek omdat SIV, de apenvariant van hiv, een vorm van aids geeft die op die bij mensen lijkt.

    • Huup Dassen