Een ‘vieze deal’ met Vieze Peter

Mag een kroongetuige worden betaald om zijn eigen bescherming te regelen? Het hof geeft maandag antwoord.

Rechtbanktekening van een zitting tijdens het zogeheten Passageproces, in mei 2012. Kroongetuige Peter la S., zat op een afgeschemde plek en is daarom niet te zien op de tekening. Foto ANP

G.L.S. Dat is op de burelen van het Openbaar Ministerie in Amsterdam de bijnaam van kroongetuige Giuseppe (Peter) la S., in de onderwereld ook wel ‘Vieze Peter’ genoemd. De crimineel kwam in 2007 in de schijnwerpers te staan toen hij zich transformeerde van huurmoordenaar tot kroongetuige.

Peter La S. werd de belichaming van het cliché dat je boeven met boeven vangt. Zijn bekentenis leidde tot de arrestatie en veroordeling van een groot aantal criminele kopstukken die betrokken waren bij liquidaties in de Amsterdamse onderwereld. Ook in de zaak tegen Willem Holleeder is La S. een belangrijke getuige.

Toch kleeft er iets aan de naam La S. De kroongetuigedeal die justitie met hem sloot wordt gezien als schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Het kardinale punt: de financiële afspraken die justitie en Peter la S. maakten in ruil voor zijn verklaringen. Het OM stelt dat het gaat om een reële vergoeding voor beveiligingskosten die past binnen de wetgeving. Volgens advocaten van een aantal verdachten is met de betaling aan La S. de wet met voeten getreden. Zij spreken van „een gekochte verklaring” waarmee een precedent zou zijn geschapen. „Hiermee is de deur opengezet voor getuigen die financiële eisen stellen in ruil voor hun verklaring”, zegt Sander Janssen, advocaat van een van de hoofdverdachten. „Dat is door de wetgever verboden omdat gevreesd werd dat het te aantrekkelijk zou worden onjuiste verklaringen af te leggen.”

Maandag zal het gerechtshof in Amsterdam, dat de liquidatiezaak nu behandelt in hoger beroep, een uitspraak doen over de kwestie-La S.. De advocaten willen dat alle financiële afspraken tussen de staat en La S. boven tafel komen en dat het hof zich uitspreekt over de vraag of deze afspraken voldoen aan de wettelijke eisen voor deals met kroongetuigen. Daarnaast willen ze duidelijkheid over de vraag of het is toegestaan dat bedreigde getuigen soortgelijke financiële afspraken maken met de staat. Die beslissing kan grote gevolgen hebben voor strafzaken, ook die tegen Holleeder.

Türkiyemspor

Hoe is het zover gekomen? Daarvoor moeten we terug naar 17 februari 2007. Op die dag werd de succesvolle Turks-Nederlandse zakenman Nedim Imaç geliquideerd in Amsterdam-Osdorp. Imaç was voorzitter van voetbalclub Türkiyemspor en schudde in betere tijden nog de hand van kroonprins Willem-Alexander.

Voor het OM kwam Imaç’ dood als onaangename verrassing. Zijn naam was gevallen tijdens gesprekken die justitie sinds het najaar van 2006 voerde over liquidaties in de Amsterdamse onderwereld met een bijzondere getuige: Peter la S.. Hij vertelde dat Imaç, op een dodenlijst stond.

De onderhandelingen met La S. liepen al een tijdje, maar na de moord op Imaç kwam alles in een stroomversnelling. Drie dagen na de moord op de Türkiyemspor-voorzitter, tekende La S. een overeenkomst met het OM die meteen werd getoetst en goedgekeurd door een onderzoeksrechter en de hoogste baas van het Openbaar Ministerie.

Daarna ging het snel. Begin april meldde justitie in een persbericht dat er op basis van een kroongetuige een onderzoek was gestart naar onderwereldliquidaties. De eerste arrestaties waren toen al verricht. Het onderzoek kreeg de naam Passage en leidde tot vervolging van 12 verdachten, onder wie La S. Hij bekende betrokkenheid bij planning en uitvoering van 2 moorden.

In de haast werden een paar dingen vergeten. Toen de verklaringen van La S. openbaar werden gemaakt, waren er met hem nog geen definitieve afspraken gemaakt over zijn beschermingsprogramma. Een omissie die de nieuwe kroongetuige onderhandelingsruimte gaf. Saillant detail: Achteraf bleek uit uit een psychologische test die op verzoek van justitie werd gedaan, dat La S. helemaal niet geschikt is voor een standaard beschermingsprogramma.

Beveiliging

Hoewel er bij de start van de rechtszaak in 2009 nog weinig aan de hand leek te zijn – het verhaal van La S. bleef ondanks de vele verhoren in grote lijnen overeind – rommelde het achter de schermen al twee jaar tussen La S. en justitie. Ze konden het maar niet eens worden over de beveiliging van La S. en zijn familie. Het geschil liep zo hoog op dat er zelfs een onafhankelijke bemiddelaar werd ingehuurd om het probleem op te lossen. Maar ook dat hielp niet. La S. was naast een lening ter financiering van een eigen bedrijf een geldbedrag toegezegd om na zijn straf zelf zijn veiligheid te regelen. In totaal ging het om 1,4 miljoen euro.

Toen er in 2010 tussen de staat en La S. discussie ontstond over de vraag of dit bedrag netto of bruto zou worden uitbetaald, was La S. het zat. Tijdens een openbare zitting weigerde hij nog langer mee te werken en beschuldigde hij het OM van misleiding en bedrog. In die periode werd het acroniem G.L.S. een begrip bij justitie. De spanning liep zo hoog op dat La S. in 2012 in een civiele procedure eiste dat de overeenkomst met de staat zou worden vernietigd, net als zijn belastende verklaringen. Hij eiste ook dat hij alsnog de beloofde nieuwe identiteit zou krijgen plus het geldbedrag van 1,4 miljoen als schadevergoeding.

Dit bedrag en de kern van het geschil lekte uit via de NOS. De verdediging vond dat hiermee was aangetoond dat La S. geen kroongetuige was maar een ‘loongetuige’. Hij zou zijn betaald voor zijn verklaring en dat is, zo betoogden onder andere advocaten Nico Meijering en Sander Jansen, in strijd met de wet. De rechtbank oordeelde uiteindelijk anders. Zij kwalificeerde het genoemde bedrag als „zeker royaal”, maar stelde ook dat financiële steun voor beveiliging in de wet „niet is uitgesloten”.

Inmiddels zit in het uitgebreide strafdossier een document waarin veel details over de afspraken met La S. worden beschreven. Maandag moet blijken of het Amsterdamse hof op basis van dit stuk nieuw onderzoek zal eisen om de rechtmatigheid van de afspraken met La S. te toetsen. Die beslissing is niet alleen van belang in de Passagezaak. In de zaak tegen Holleeder is door justitie een getuige ingebracht die in ruil voor zijn verklaring bescherming heeft gevraagd. Het gaat om Hidir K. Deze Turkse crimineel krijgt net als La S. een lening om een nieuw bestaan op te bouwen en een bedrag voor zijn beveiliging. De vraag is of dit past binnen de regels die gelden voor bedreigde getuigen.

Volgens advocaten Nico Meijering en Sander Janssen, wier cliënten levenslang boven het hoofd hangt, toont de deal met Hidir K. aan dat het hek van de dam is. „Bescherming van een getuige mag, maar als dat neerkomt op een zak geld waarmee de eigen bescherming mag worden geregeld, begint het te lijken op een tegenprestatie voor een verklaring. Dat kan niet de bedoeling zijn.”