Een immigratieland dat in zijn schulp kruipt

Anders dan Duitsland bereidt Frankrijk vluchtelingen geen hartelijk welkom.

‘Ils arrivent!’: ze komen eraan. Met gele chocoladeletters waarschuwde het informatieblad van de stad Béziers op de cover voor naar Frankrijk oprukkende migranten. De paginavullende foto van mensen die in Macedonië op een roestige trein wachten, werd door de gemeentevoorlichters nog wat bewerkt: op een van de treinraampjes is de tekst ‘Béziers 3865km’ geplakt, op een ander staat: ‘Gratis onderwijs, onderdak en uitkeringen voor iedereen’.

De Zuid-Franse gemeente met zo’n 75.000 inwoners wordt sinds vorig jaar bestuurd door de conservatieve oud-journalist Robert Ménard. Hij richtte ooit de lobbygroep Reporters sans Frontières op, maar sympathiseert tegenwoordig met Marine Le Pens Front National, dat juist weer wel groot pleitbezorger van grenzen is.

Terwijl de socialistische burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, op haar Twitter-account vluchtelingen in het Arabisch welkom heette, ging Ménard getuige een filmpje op de website van de gemeente zelf aan een groep Syriërs in een leegstaande flat uitleggen dat zij bij hem „niet welkom” zijn.

Beide reacties, de gastvrije van (de in Spanje geboren) Hidalgo en de afwijzende van Ménard, hebben in Frankrijk afgelopen week tot ophef geleid. Met een snel groeiend Front National en verkiezingen in het verschiet, schippert het land dat zich ziet als ‘le pays des droits de l’homme’ tussen de traditie van solidarité en de door veel burgers van de staat verwachtte fermeté, standvastigheid.

Maandenlang heeft het Franse kabinet zich tegen die achtergrond verzet tegen de Europese ‘quota’, de verdeling van asielzoekers over verschillende lidstaten. Maar onder Duitse druk haalden president Hollande en premier Valls bakzeil. Op zijn halfjaarlijkse persconferentie kondigde Hollande deze maand aan dat zijn land de komende twee jaar zo’n 24.000 mensen extra zal onderbrengen. Het recht op asiel is „integraal deel van de ziel” van het land, zei hij.

Maar het contrast met Duitsland is groot. Hier geen open grenzen, welkomstcomités of particulieren die massaal hun huizen openstellen. 56 procent van de Fransen antwoordde deze maand in een peiling subiet „nee” op de vraag of het land „een deel van de vluchtelingen, in het bijzonder uit Syrië” moet opvangen. 66 procent van de Duitsers zei in een vergelijkbaar onderzoek „ja”.

Een nieuwe enquête, na het indringende beeld van de in Turkije verdronken peuter, toonde geen enkele verandering: ‘In Frankrijk heeft de dood van Aylan niets veranderd’, kopte de linkse krant Libération verontwaardigd.

Charles Aznavour

Het journaal van de publieke omroep ging op zoek naar een verklaring. Frankrijk heeft een rijke geschiedenis als immigratieland: vluchtelingen uit Polen, Rusland en Armenië en gastarbeiders uit Italië, Spanje en Noord-Afrika zijn met duizenden hier neergestreken en hebben een stempel gedrukt op de cultuur en geschiedenis. Volgens het Parijse Museum voor Immigratiegeschiedenis zou een kwart van de Fransen buitenlandse wortels hebben. Een van hen, Charles Aznavour (91), kind van Armeniërs, pleitte er afgelopen week voor het leeglopende Franse platteland te bevolken met vluchtelingen.

De verschillen met Duitsland hebben in de eerste plaats een economische achtergrond, concludeerde het tv-journaal. Aan gene zijde van de Rijn is een tekort aan arbeidskrachten, terwijl Frankrijk kampt met een nog altijd oplopende werkloosheid (nu op 10,5 procent). En er zijn demografische redenen. „Duitsland maakt niet genoeg kinderen”, vergoelijkte de verslaggever. Doordat Duitse vrouwen gemiddeld slechts 1,4 kind voortbrengen, zou het land in 2030 zes miljoen actieve mensen te weinig hebben om de welvaart te behouden en de pensioenen te betalen. Duitsland „kan niet anders” dan terugvallen op vluchtelingen terwijl Frankrijk met 2,01 kind per vrouw geen klagen heeft.

Maar het is ook een kwestie van zelfvertrouwen, meent politicoloog Dominique Moïsi. Al enkele decennia zien de Fransen de toekomst nogal somber in. Het land keert steeds meer in zijn schulp. „Een land dat goed in zijn vel zit staat veel meer open voor de ander dan een land dat in een identiteitscrisis verkeert.”

Hemelbestormers

Historicus Benjamin Stora, voorzitter van dat immigratiemuseum, ziet een verklaring in de doorgeslagen pogingen af te rekenen met het gedachtegoed van de hemelbestormers van ’68. Daardoor is nu ook het ‘antiracisme’ verdacht geworden. Dat heeft geleid tot verharding van het debat en een restrictiever toelatingsbeleid.

Nog voordat Duitsland de grens sloot, deed Frankrijk deze zomer hetzelfde toen een groep vluchtelingen vanuit het Italiaanse Ventimiglia naar Menton probeerde te komen. Oud-president Nicolas Sarkozy (zoon van een Hongaarse vader) hield treinen uit Italië tegen toen Tunesiërs en Libiërs in 2011 naar Europa kwamen. Sindsdien pleit hij voor het intrekken van het Schengenverdrag totdat EU-lidstaten een gemeenschappelijk immigratiebeleid hebben. Om de rechtse oppositie te snel af te zijn, liet (de in Spanje geboren) premier Valls deze week weten indien nodig de grens opnieuw te sluiten.

Causaal verband of niet, de paradox is evident: vluchtelingen willen inmiddels niet meer naar Frankrijk. Terwijl Duitsland vorig jaar een toename van het aantal asielaanvragen van 60 procent registreerde, nam het aantal verzoeken in Frankrijk volgens Eurostat met 5 procent af tot 64.000 – eenderde van het aantal in Duitsland. Los van de daar betere economische perspectieven, heeft dat te maken met de duur van de asielprocedure en de, aldus een VN-vertegenwoordiger in Le Monde, „deplorabele” opvang, zoals in de ‘jungle’ van Calais of in tentjes in de straten van Parijs.

Het gevolg: toen de Franse asieldienst vorige week bussen naar München stuurde om de eerste 1.000 asielzoekers van het EU-quotum op te halen, slaagde ze er slechts in 300 mensen mee naar Frankrijk te slepen. Sommige bussen keerden volgens journalisten ter plaatse halfleeg terug.

    • Peter Vermaas
    • Koen Greven