Deze linkse eenling is alarm voor Hillary

De 74-jarige senator is onverwacht de grootste uitdager geworden van Hillary Clinton om de nieuwe Democratische presidentskandidaat te worden. Na een rally in South Carolina legt hij aan nrc.next uit waarom hij succesvol is.

Bernie Sanders tijdens een campagnebijeenkomst in Manassas in Verginia, eerder deze week. Foto Jacquelyn Martin / AP

Het is tien uur ’s avonds. Bernie Sanders is zijn stem bijna kwijt. Het pak zit gekreukt. Zijn spierwitte haar, zijn handelsmerk, zit nog warriger dan normaal. Twee dagen heeft de Democratische presidentskandidaat door de staat South Carolina gereisd. Een paar minuten geleden stond hij nog voor 4.000 aanhangers in het universiteitsstadje Rock Hill. In de late avond maakt Sanders in een bijzaaltje nog tijd vrij voor een gesprek met enkele Europese journalisten. Hij is overdonderd door de volle zalen die hij overal trekt.

„We maken een politieke revolutie mee”, zegt hij. „Zag je de gezichten vanavond? Je ziet de woede, de frustratie over dit falende politieke systeem. Deze mensen hebben niet veel geld. Ze doneren gemiddeld 31 dollar en 20 cent. Maar ze zijn met veel. Ik heb 400.000 donateurs.”

Aan publiek heeft Sanders geen gebrek. Hij trok al stadions met 20.000 toeschouwers. „Ik zal eerlijk zijn: het is ook een probleem. We zijn nog geen vijf maanden geleden met de campagne begonnen. Onze infrastructuur is niet gebouwd op al die mensen. We moeten de beweging nog organiseren. Voorverkiezingen duren lang. Als ik het wil volhouden, heb ik nog veel werk te doen.”

Sanders is voorlopig de verrassing in de aanloop naar de Democratische voorverkiezingen die volgend jaar worden gehouden. In de staten Iowa en New Hampshire scoort hij nu hoger in de peilingen dan Hillary Clinton als Democratische presidentskandidaat. Het is een opmerkelijke opmars voor een politicus die eerder amper serieus werd genomen. Sanders noemt zichzelf een ‘democratisch socialist’, en dat in een land waar ‘socialist’ meestal als scheldwoord geldt. Hij is wars van uiterlijk vertoon en breekt met alle campagnewetten over korte ‘stump speeches’: persoonlijke verhalen en humor. Hij spreekt in Rock Hill een uur. Met een zwaar Flatbush-accent, de joodse wijk in Brooklyn waar hij opgroeide. Hij gebruikt niet één anekdote of kwinkslag. „Ik praat niet graag over mezelf.”

Hij is lovend over Europa

Het gaat niet over hoe groots Amerika is. Hij is juist lovend over Europa. „Daar is nog betaalbare gezondheidszorg, fatsoenlijk ouderschapsverlof en goedkoop hoger onderwijs. Wij zijn de enige westerse democratie waar dat maar niet lukt.”

Sanders breekt ook met een andere campagneregel: zoek nooit een vijandig publiek op. Deze week sprak hij voor 10.000 man op Liberty University in Virginia, een kweekschool voor evangelisch rechts. „Het is makkelijk alleen mensen op te zoeken die het met je eens zijn”, zegt hij. „Er wordt te veel gehoond, en geschreeuwd naar mensen met andere meningen. Beide partijen zijn daar schuldig aan.”

Veel kritiek van Sanders is systeemkritiek. En dat maakt hem kwetsbaar voor het verwijt dat hij te radicaal is. „Ze noemen me een dromer, een utopist”, vertelt hij in Rock Hill. „Leg eens uit, wat is er utopisch aan het recht op goede zorg voor kinderen? Is het utopisch om niet te willen kiezen tussen voedsel of medicijnen?” De strijd om de Democratische nominatie, zegt Sanders, is een strijd tegen het grootkapitaal, tegen de politieke elite, tegen de lobbyclubs.

Sanders’ aanhang is een combinatie van jonge kiezers en oudere teleurgestelde Democraten. De studenten hebben de tijd van Ronald Reagan niet meegemaakt, en schrikken niet terug voor een term als ‘socialist’.

Te koop: een T-shirt met zijn kapsel

Molly en Bob Atkins, een middelbaar echtpaar dat altijd Democratisch heeft gestemd, zijn op Bernie Sanders afgekomen uit onvrede met de partijkoers. Ze kopen na afloop een T-shirt met afbeelding van het kapsel van Sanders. „Ik had kippenvel toen hij sprak”, zegt Bob. Molly: „Ik had tranen in mijn ogen.” Bob: „En daarna werd ik juist boos. Democraat of Republikein, het maakt niet meer uit wat je bent. Beide partijen werken mee aan de tweedeling tussen arm en rijk.” Molly en Bob moeten sparen om hun drie kinderen op een goede universiteit te krijgen. Sanders stelt voor het publieke hogeronderwijs vier jaar lang gratis te maken.

Bernie Sanders is de Donald Trump van links, zegt hoogleraar politicologie Stephen Smith van Winthrop University. Natuurlijk: Trump heeft nooit iets in de politiek gedaan, Sanders is al sinds zijn jeugd actief. En hun ideeën kunnen niet méér verschillen. „Maar net als Trump is Sanders een buitenstaander. Je hoort bij aanhangers al snel woorden als ‘authentiek’, en ‘anti-establishment’.” De progressieve beweging is sinds het einde van de Occupy-beweging in 2011 verweesd geraakt, zegt Smith.

Senator Elizabeth Warren was lange tijd de hoop van links Amerika. Maar zij kandideerde zich niet voor de presidentsverkiezingen. Ook Hillary Clinton hengelt naar deze groep. Toch heeft vooral Bernie Sanders volgens Stephen Smith die aanhang nieuw perspectief geboden. „Hij is een klassieke populist. De eenling die het opneemt tegen een begunstigde elite.”

Sanders, zoon van een Pools-joodse verfhandelaar, werd echt links toen hij in de jaren zestig politicologie studeerde in Chicago. Hij werkte een tijdje als timmerman. Op jonge leeftijd werd hij burgemeester van de stad Burlington, sindsdien bijgenaamd Volksrepubliek Burlington.

In de 24 jaar dat hij in het Congres zat, toonde hij zich beginselvast. Vanaf het begin is hij een scherp criticus van interventies in het buitenland geweest. Hij stemde in 2003 tegen de Irak-oorlog (Hillary Clinton stemde voor). In 2010 sprak hij 8,5 uur op de Senaatsvloer om een verlenging van een belastingverlaging tegen te houden, die voordelig voor rijken zou uitpakken. De ‘filibuster’ mislukte, maar de toespraak heeft als het boek The Speech een cultstatus onder zijn aanhangers.

Kies je voor idealen of voor succes?

Stephen Smith zegt dat Sanders een oud, maar hoognodig debat onder progressieven nieuw leven inblaast. Moet je je idealen ondergeschikt maken aan electoraal succes of is het belangrijker principieel te blijven? Dit debat, zegt Smith, speelt bij elke progressieve partij in Europa en de VS. Het speelde al in de Duitse SPD aan het begin van de twintigste eeuw. De pragmatische vleugel wint meestal, met het argument dat je alleen zo verkiezingen wint. Denk aan Bill Clinton of Tony Blair.

Maar zodra ze níet meer winnen, heeft de radicale vleugel een argument. Neem het Verenigd Koninkrijk, waar leden van de Labour-partij vorige week de uitgesproken en linkse Jeremy Corbyn kozen tot partijleider.

Bernie Sanders is opgetogen over de verkiezing van Jeremy Corbyn. „Ik zie het als een aanmoediging. Niet alleen voor mijn campagne, maar voor de hele internationale gemeenschap. Corbyn was ook een kansloze kandidaat, vond iedereen. Hij maakte duidelijk, net als ik, dat de groteske verschillen in inkomen en welvaart onacceptabel zijn. Zijn verkiezing toont aan dat de frustratie ook door Britse kiezers gevoeld wordt”, vertelt hij.

Kandidaten als Bernie Sanders kunnen, ook als ze het niet redden, een grote rol spelen in een partij, zegt Stephen Smith. „Soms knapt een partij er echt van op.” Maar vaak gaat het mis. Sanders doet Smith sterk denken aan Eugene McCarthy, een anti-oorlogskandidaat die het in 1968 Lyndon Johnson moeilijk maakte met zijn kritiek op de Vietnam-oorlog. „Ik was erbij. Volle zalen, en de energie die hij losmaakte!” Johnson meldde zich af voor herverkiezing, McCarthy redde het niet tegen Hubert Humprey.

De presidentsverkiezingen werden gewonnen door de Republikein Richard Nixon. De Democraten kwamen in een ideologische crisis terecht die jarenlang zou duren. Smith zegt daar nu over: „Met zijn val zoog McCarthy al die energie uit de Democratische partij weg. Het werden de meest cynische jaren die ik de partij heb zien doormaken. Dat scenario dreigt zich nu opnieuw te voltrekken.”