De vluchtelingen komen ook voor recht en vrijheid

Leden van de Rechtsstaat! In welke conditie bevinden zich aan het begin van het nieuwe begrotingsjaar de instituties van onze rechtsstaat? Welnu, dat kon beter. U zult zeggen – beter, beter, alles kan altíjd beter. En vroeger wás het trouwens al beter. Dus, laten we de aandacht liever richten op de vluchtelingencrisis, de arbeidsmarkt, het woningtekort, de staatsschuld, de IS-dreiging, de collaps van Syrië en desnoods van Oranje en de EK-voetbalbelofte.

In de Troonrede viel de rechtsstaat dit jaar immers onder buitenlands beleid. De rechtsstaat moet elders ‘versterkt’ worden, liefst in EU-, NAVO- en VN-verband. Die van onszelf doet het kennelijk goed. Agenten lopen hier in stoere nieuwe uniformen, gevangenisruimte is er te over, criminaliteit neemt af, rechters doen gewoon hun werk en de advocatuur wordt stilletjes groter. Marechaussees staan op wacht bij overheidsgebouwen. Aanslagen hebben we nog niet hoeven meemaken. We hebben zelfs een verse minister en staatssecretaris. Nieuwe gezichten, frisse moed.

Helaas is achter de blinkende façade toch niet alles pluis. Vergeet niet dat de rechtsstaat het gewapend beton van democratie en verzorgingsstaat vormt. Die vluchtelingen komen behalve voor een dak, ook voor recht, vrede en vrijheid. Voor zekere en veilige verhoudingen tussen burgers onderling en met de staat. Voor een politiekorps dat je gelijk behandelt en waar je niet bang voor hoeft te zijn. Waar ieder toegang heeft tot een onafhankelijke rechter. Waar de staat de rechter gehoorzaamt, omdat het zo hoort. Hier gaat recht voor macht. Dat is ons echte kapitaal, waar we hier al zeventig jaar in vrede van genieten.

Zonder de onzichtbare infrastructuur van de rechtsstaat was dit een ander land. Vrijheid is waar het om draait. De rest is geneuzel. Die vrijheid garanderen kost geld, heeft aandacht nodig en onderhoud. Maar ja, vrijwel geen woord erover in de Troonrede.

Waar staan we, nu de magere jaren van bezuinigen en interen voorbij lijken? Welnu, de politie zit dik in de problemen. Daar wordt al jaren geprobeerd van 26 korpsen één Nationale Politie te maken. Dat leidt tot overspanning, navelstaren, onzekerheid. Personeel en korpsleiding maken ruzie over elk plan. De burger wordt gechanteerd met salariseisen als een verplichte blijk van ‘respect’. Verongelijktheid domineert. Intussen blijft de opsporing ver achter bij trends als digitalisering en globalisering. Naarmate Nederland meer integreert in zijn Europese omgeving, wordt dit gebrek nijpender. De politie blijkt onvoldoende opgeleid en komt structureel geld tekort. Er zullen nog tientallen bureaus sluiten en agenten afvloeien. De politie moet zichzelf helemaal opnieuw uitvinden. Bestuur, automatisering, personeel, verantwoording, logistiek – alles wordt anders. Misschien is het over vijf jaar op orde. Misschien. En intussen moet er broodnodig kennis uit wetenschap, techniek en bedrijfsleven bij. Bankovervallen komen niet meer voor, maar digitaal bankrekeningen plunderen is er voor in de plaats gekomen.

Dan de rechtspraak. Die is op hetzelfde punt waar andere dienstverleners vijftien jaar geleden waren. Pas nu wordt de bedrijfsvoering gedigitaliseerd. In het rechtsbedrijf worden prints gescand en daarna verzonden, om elders te worden geprint. De IT-inhaalslag moet de productie versnellen, met wel 40 procent. En tegelijk het gat dichten dat ‘toegang tot het recht’ heet. Er komen immers minder gerechtsgebouwen door bezuinigingen. Burger en rechter ontmoeten elkaar straks online. Dat is een revolutie, die eerder het bankwezen en de winkelstraten veranderde.

En dan de keten van politie/OM/strafrechter. Op het parket is voluit bezuinigd, met onvolledige dossiers, rammelend politieonderzoek, overbelaste officieren en haperende IT tot gevolg. Het aantal veroordelingen daalt jaarlijks. Een ‘houtje-touwtje’-organisatie, noemde de voorzitter van de NVvR, de belangenclub van magistraten, het OM vorig jaar. De instituties van de rechtsstaat staan onder zware druk en gaan in effectiviteit eerder achteruit dan vooruit. De oppositie kreeg het deze week gelukkig ook door.

We lopen grote risico’s. Dat u het maar weet.

    • Folkert Jensma