De trui van Sander is voor Shanti

Ingezamelde spullen gaan door tientallen handen. Fotograaf David Galjaard volgde een gestreepte trui van Almere naar een kamp in de buurt van Calais.

Foto's David Galjaard

In een koopwoning in Almere kijkt IT-consultant Sander Sman door zijn kledingkast. De zus van zijn vriendin Judy Zwitser heeft gevraagd om kleding voor vluchtelingen in Calais. In het kamp zijn vooral mannen, dus kijkt hij zijn kledingkast kritisch door. De geel-zwarte trui heeft hij ooit gekregen. Hij weet niet eens meer van wie. Hooguit één keer heeft hij de trui gedragen, hij is eigenlijk te groot. Die trui gaat, met andere kledingstukken, in de zak.

Paula Zwitser uit Rotterdam zag de afschuwelijke foto’s van vluchtelingen dobberend op zee of rillend in modderige kampen op het journaal, op Facebook, op sociale media. Ze wilde iets doen. Eerst besloot ze een vluchteling in huis te nemen. Maar zelfs VluchtelingenWerk raadde haar af haar huis open te stellen. Het had in het verleden te vaak tot problemen geleid. Dat dus niet. Wat dan wel?

Via Facebook kwam ze in contact met RefAid in the jungle, een groep vrijwilligers uit Leiden. Zij waren spullen aan het verzamelen voor het opvangkamp bij Calais (die organisatie heeft ook een crowdsourcing actie via de website Gofundme). Ze nam contact op. Er werd besloten dat Paula Zwitser in Rotterdam zou inzamelen. En dat ze dan alle spullen in één keer zouden wegbrengen naar Calais.

Paula Zwitser: „Ik maakte een Facebook-event aan en nodigde al mijn vrienden en kennissen uit om spullen te doneren.” Maika Karremans van tattoo/piercingshop On Edge deelde het bericht met haar klanten. Vrienden met een groot pand in Rotterdam stelden ruimte beschikbaar. En Paula Zwitser postte op de Facebookpagina: ‘Spullen kunnen worden afgeleverd op woensdagavond en donderdagavond tussen zes en acht uur.’

Toen verdronk de Syrische peuter Aylan. Zwitser: „In twee dagen tijd verdriedubbelde het aantal mensen dat spullen wilde brengen. Ik moest op een gegeven moment vragen of mensen de spullen nog even thuis konden laten staan. Onze opslag raakte overvol.”

Op de Facebookpagina schrijft Paula Zwitser: ‘Hai allemaal! Goed nieuws maar logistiek even lastig: we hebben zo veel spullen dat het niet allemaal in een keer naar Calais kan.’ Niet alleen in Nederland, ook in Frankrijk zitten opslagplaatsen nu even vol.

Die vrijdag brengt een man met een kleine vrachtwagen, die ook weer via de Facebookpagina is aangehaakt, een deel van de spullen van Rotterdam naar Leiden. Daar begint een groep vrijwilligers vanaf acht uur ’s avonds met sorteren: zakken met mannenkleding in M, L en XL. Kinderkleding op maat bij elkaar. Regenjassen in een aparte zak. Slaapzakken op één stapel.

De meeste mensen geven nuttige spullen. Soms kopen mensen nieuwe kleding, tenten of dekens, of houdbaar eten. Maar er zit ook troep tussen: oud en kapot gereedschap, ongewassen kleding. Paula Zwitser: „Er belde ook iemand die honderd courgettes overhad. Dat vond ik heel lief, maar het is niet handig meenemen en onvoldoende houdbaar.”

De groep krijgt bericht uit Calais: tijdelijk geen spullen meer brengen. De distributie loopt spaak.

De vrijwilligers pasen het plan aan. Een half uurtje rijden van Calais, vlak bij Duinkerke, ligt een kleiner, minder bekend kamp bij het dorp Grande Synthe. Daar zijn de spullen harder nodig dan in Calais. Ze besluiten daarheen te gaan. Op zaterdag wordt een deel van de spullen in de vrachtwagen geladen. Later zullen ze de rest brengen. In november staat de volgende trip gepland.

Op zondagochtend vertrekt de vrachtwagen uit Leiden met vooral slaapzakken, dekens en herenkleding. Volgens de berichten zijn die spullen het hardst nodig in het kamp in Grande Synthe. Er liggen ook tenten in de vrachtwagen, die zijn voor een kamp in Brussel.

Dat blijkt een kamp in een Brussels park, tussen hoge gebouwen. Tientallen koepeltentjes staan naast elkaar, allemaal genummerd. Vrijwilligers lopen rond in gele hesjes. Er is een gaarkeuken op houten schragen. De tenten uit Nederland blijven achter in het kamp.

De groep uit Leiden/Rotterdam arriveert rond het middaguur bij een kerk net buiten Grande Synthe. Het advies van hulpverleners ter plaatse was om niet zelf het kamp op te rijden maar de distributie over te laten aan de mensen van organisatie Bénévole de Salam.

De kelders staan vol

De kelders van de kerk fungeren als opslagruimte: rijen en rijen schoenen op maat gesorteerd, op planken langs de wanden. Gesorteerde kleding in stapels op maat. Op andere planken voedsel in blik. De kelders staan vol.

Francoise Lavoisier (63) uit een naburig dorp en Cecile Mesmacre (77) uit Grande Synthe zijn vrijwilliger bij Bénévole de Salam en regelen de ontvangst en distributie van hulpgoederen voor het kamp. Zij, en andere vrijwilligers, vragen aan mensen in het kamp wat ze nodig hebben en halen dat op in de kerk. Dat werkt het meest efficiënt. De laatste dagen is de stroom goederen zo groot, dat de dames het maar moeilijk kunnen bijbenen.

Het regent hard als de Leidse groep in het kamp arriveert. Ook hier weer de koepeltentjes. Er wonen tussen de driehonderd en vierhonderd mensen, enkele vrouwen en kinderen, meest alleenstaande mannen. De vrijwilligers uit Leiden balen als ze horen dat de bewoners graag tenten hebben. Die hebben ze achtergelaten in Brussel. Ook hadden ze gehoord dat er geen vrouwen en kinderen zouden zijn. Die zijn er wel. Distributie blijft lastig.

De tenten staan op een open veld tegen een bosrand. De meeste mensen schuilen in de tenten voor de regen. Anderen zijn bezig met het eten, vaak op open vuurtjes of butagas.

Shanti (30), Sina (27) en Behzad (23) komen uit Iran. Shanti en Sina zijn Koerdische Iraniërs en Behzad is Azeri. Hun achternamen willen ze niet in de krant. Grafisch ontwerper Shanti vertrok twee maanden geleden uit Iran. Hij heeft duizenden dollars betaald aan smokkelaars voor de route. Hij zat verstopt in een vrachtwagen, zegt hij, en wist alleen dat hij naar Frankrijk zou gaan.

Shanti wil naar Engeland. Net als iedereen in het kamp. Daar is het meeste werk, denken ze. En ze hebben er vaak familie. Maar het belangrijkste is de taal. Die spreken ze al. Shanti heeft al een poging gewaagd. Telkens werd hij opgepakt door de Franse politie en keerde hij terug in het kamp. Shanti neemt de geel-zwarte trui graag aan. „Vooral als het straks winter wordt, zal ik hem nodig hebben.”

    • Sheila Kamerman