Cadeautjes uitdelen? Daar kan de oppositie ook wat van

Minister van Financiën

Na zijn derde begroting is hij realistisch. Zodra de economie op orde is, verschuift de agenda.

Supertechnocraat in Brussel, politicus zonder visionaire vergezichten. Bij alle recente beschietingen binnen de PvdA kreeg ook Jeroen Dijsselbloem zijn deel. Critici in zijn partij, aangevoerd door oudgediende Felix Rottenberg, zien de minister van Financiën als een verlengstuk van coalitiepartner VVD.

„Ach”, reageert Dijsselbloem een dag na Prinsjesdag gelaten. „Ik ben ook gewoon de minister van Financiën die op de centjes moet letten.”

Hem treft hetzelfde lot, vindt hij, als zijn partijgenoten die vóór hem op de schatkist pasten: Wim Duisenberg, Wim Kok, Wouter Bos. „Ze kregen allemaal het verwijt dat ze te rechts waren geworden, en technocratisch. PvdA-ministers van Financiën krijgen nogal eens de kritiek uit eigen kring dat ze te streng zijn. Het zij zo. Als mensen zeggen: daar heb je Dijsselbloem met z’n zuinige bekkie, is dat voor een minister van Financiën niet zo erg.”

Die man met het zuinige bekkie presenteerde afgelopen dinsdag voor de derde maal zijn Miljoenennota. Maar zo zuinig is die Rijksbegroting voor 2016 niet. Hoewel het begrotingstekort nog niet is weggewerkt, heeft het kabinet-Rutte II besloten om na jaren van bezuinigen nu eens geld uit te delen: een lastenverlichting van 5 miljard euro. Het ontlokte de nodige kritiek: potverteren, cadeautjes uitdelen, verjubelen.

Waar is de door u vorig jaar nog bepleitte behoedzaamheid gebleven?

„Het frame over de begroting was er al voor Prinsjesdag: feest, cadeautjes, slingers. Ik haal er m’n schouders over op. Alsof je het tekort op nul moet hebben om politieke prioriteiten te kunnen stellen. Dat doen we elk jaar, en in een jaar waarin het wat beter gaat kun je wat andere accenten zetten. Wij kiezen ervoor om iets structureels aan de Nederlandse economie te doen. De lasten op arbeid zijn te hoog, dat staat werkgelegenheid in de weg. Dus gaan we die lasten nu verlagen. Ik zie de kans dat we dit nog een keer kunnen doen, niet zo snel weer terugkomen.

„Een begroting dient altijd twee doelen: de overheidsfinanciën moeten op orde zijn, en we moeten de economie goed laten draaien. Daar moet je een balans in zoeken en dat hebben we dit jaar gedaan.”

Het Centraal Planbureau betwijfelt de effecten op de werkgelegenheid die het kabinet met de 5 miljard beoogt. Dat moet u toch serieus nemen?

Formeel: „Ik neem daar kennis van.”

U neemt daar kennis van?

„Ik kan niet alles verklaren wat er uit het CPB-model komt. Dat model laat óók zien dat de reële economische groei straks 0,3 procentpunt extra omhoog gaat. Het pakket van 5 miljard is dus ook een reële investering.

„Kritiek die meer hout snijdt is dat we niet toekomen aan de grote belastingherziening. Daar was niet voldoende steun voor. Toen we daar dit voorjaar met Tweede Kamerfracties achter gesloten deuren over spraken, hoorden we: belastinghervorming is echt nodig. Er bleek toen heel veel te kunnen: vergroening, de bezem door allerlei aftrekposten en óók de verschuiving van btw naar lastenverlichting. Later gingen fracties toch afwegen of ze nu echt een btw-verhoging zouden gaan verdedigen vlak voor de verkiezingen in 2017. Teleurstellend, maar zo werkt dat gewoon.”

Het structureel tekort – het begrotingstekort gecorrigeerd voor eenmalige mee- of tegenvallers – loopt volgens het CPB op. Zal Brussel daarmee instemmen?

„Objectief gezien voldoen we inderdaad niet aan dat criterium. Maar we mogen dat nu compenseren, omdat wij er in eerdere jaren dichterbij zaten. Aan de andere drie criteria van Brussel voldoen we wel. Ik verwacht dat het oordeel straks van de Europese Commissie zal zijn dat Nederland weliswaar afwijkt van de norm voor het structureel tekort, maar niet significant genoeg om terug op het strafbankje te komen.”

Wanneer gaat het kabinetsbeleid zich uitbetalen? De PvdA heeft, in de peilingen, nog altijd meer last van alle nare maatregelen uit de afgelopen jaren dan de VVD.

„De komende tijd zal het economisch herstel voor veel mensen heus concreter worden. Maar ik maak me geen illusies. Als we de economie op orde hebben, verschuift de agenda onmiddellijk naar andere thema’s.

„Dat is een les van het tweede paarse kabinet [1998-2002, een coalitie van PvdA, VVD en D66, onder premier Wim Kok, red.]. Economisch ging het toen allemaal crescendo. Kat in het bakkie, dachten we over de verkiezingen. Het leek alleen de vraag wie de premier zou worden: Dijkstal of Melkert. Maar de agenda had zich totaal verlegd [door ‘11 september’ en de opkomst van Pim Fortuyn, red.]. Als er nu verkiezingen zouden zijn, gaan die over: jihadisme, vluchtelingen, asielbeleid. Dan kan de PvdA straks wel zeggen: we hebben de economie weer op orde dus stem op ons! Dat heeft dan geen zin.”

Gaat het in de PvdA niet eerder om de strijd die Felix Rottenberg aanhaalde: de sociaal-democratische kernwaarden versus de volgens hem veel minder linkse koers van de realisten in de coalitie?

„Je vraagt aan een moralist of hij moralisme belangrijk vindt. Ik pleit al jaren voor links moralisme – veel meer praten vanuit de onderliggende waarden die je in de samenleving belangrijk vindt. Het ligt meer voor de hand dat de partijleider in de Tweede Kamer het PvdA-geluid laat horen en Lodewijk Asscher als onze teamchef in het kabinet. Dat doen ze dan ook.

„Als minister van Financiën moet ik echt terughoudender zijn. Ik krijg mensen van beide partijen langs met financiële wensen. Dan moet ik boven de partijen staan. Ik ga niet ineens anders werken, omdat iemand zegt dat ik te weinig idealistische verhalen zou houden.”

Vorige week uitten enkele commissarissen van staatsdeelnemingen stevige kritiek in deze krant op toenemende bemoeizucht van het ministerie van Financiën. „Activistisch aandeelhouderschap”, noemden ze het, en een „PvdA-hobby”. Aanleiding voor het stuk waren recente affaires rond staatsbank ABN Amro over de omstreden salarisverhoging van de raad van bestuur, en de NS over het rommelige ontslag van topman Huges (zie ook: katern Economie, pagina E8-10).

Trekt u zich deze kritiek aan?

„Ik denk dat het vooral frictie in een overgangsfase is. Het waren overigens wel allemaal oud-commissarissen van vóór mijn tijd. Ik ken ze niet. Ze zijn kennelijk niet gewend dat Financiën inmiddels vrij precies meekijkt op sommige dingen.

„De samenleving heeft een enorm kapitaal zitten in zijn staatsbedrijven. Dat zijn grote ondernemingen met heel veel geld op de balans, miljarden. Het is in het belang van de publieke doelen die zij dienen – het produceren van gas, het beheren van het elektriciteitsnet, vervoer op het spoor – dat de minister van Financiën daar op hoofdlijnen greep op heeft. Die hoofdlijnen hebben we al eerder simpel en duidelijk gedefinieerd. Het gaat om benoemingen en beloningen, de strategie en daarbij passende investeringen en de rendementen die daar uitkomen.

„Ik vind het wel de moeite waard om de huidige president-commissarissen van de grote staatsbedrijven eens uit te nodigen om te horen of dit ook bij hun zo zit. Is er inderdaad misschien iets mis in de omgangsvormen? Dat zal overigens niet leiden tot een wijziging van mijn aanpak.”

Aan het einde van twee lange dagen debatteren bij de Algemene Beschouwingen haalt Dijsselbloem een stapeltje kaartjes uit zijn binnenzak. „Dit zijn alle wensen van de oppositie voor de begroting van volgend jaar”. Hij somt op: „Meer geld voor defensie, het openbaar ministerie, rechtbanken, passend onderwijs, de politie-CAO, eenverdieners, mantelzorgers, scholing voor asielkinderen, verpleeghuizen, chronisch zieken en het tegengaan van broeikasgassen. Allemaal zonder alternatieve dekking.” Met een veelzeggend lachje: „Ze zeggen dat het kabinet iets te veel cadeautjes uitdeelt, maar de oppositie kan er ook wat van.”

Hoe gaat het kabinet deze begroting door het parlement krijgen? De ‘constructieve drie’ – D66, SGP en ChristenUnie – bestaan niet meer en in de Eerste Kamer komt de coalitie zeventien zetels te kort.

„Het belangrijkste is dat het CDA zich ronduit voor onze belastingverlaging van 5 miljard heeft uitgesproken, dus die gaat er wel komen. Ze hebben nog wel twijfels over de aanpassing van de belasting op vermogens. Maar ook daar hoop ik ze nog te overtuigen. Het CDA stelde zich bij de Algemene Beschouwingen het constructiefst op van alle oppositiepartijen. En als je door alle ronkende teksten van Pechtold (D66) heenprikt, zie je dat ook hij dicht bij het kabinet zit.”

Maar de onzekerheid blijft dus groot tot het einde van het jaar, als er gestemd gaat worden in de senaat?

„Als het Belastingplan wordt weggestemd, is het niet zo dat we ineens geen inkomsten meer hebben; dan blijft de huidige belastingwetgeving van kracht. Dan zullen we moeten doen wat de Raad van State bepleit: de 5 miljard alsnog in het tekort stoppen. Dat zou ik betreuren.”

Premier Rutte zei deze week dat het geen doel op zich is dat dit kabinet het einde van de rit haalt. Uw partijleider Samsom zegt juist dat het belangrijk is dat een kabinet voor het eerst sinds 1998 de gehele termijn uitzit.

„In de eurogroep heb ik het belang gezien van politieke stabiliteit. Daar zitten negentien ministers in. Ik zit er nu een kleine drie jaar en ik ben nu al een van drie nestoren. Continue wisselingen van regering en ministers zijn niet goed. Dan krijg je minder gedaan.

„Het is zeker mijn ambitie om te blijven zitten tot maart 2017, maar niet koste wat kost. Als we niks meer tot stand zouden brengen en overal ruzie over krijgen, heeft het niet veel zin meer. Maar dat is niet zo. Ook tot míjn verbazing loopt de samenwerking in het kabinet nog steeds goed.”