Bevrijd

In Benin worden psychiatrische patiënten gezien als bezeten en gevaarlijk. Als honden liggen ze aan de ketting. Gregoire Ahongbonon knipt al twintig jaar Afrikanen los. Hij vangt ze op en geeft ze medicijnen.

Het gezondheidscentrum Saint-Camille-de-Lellis van Gregoire Ahongbonon. De meest voorkomende ziektebeelden van patiënten zijn psychose, schizofrenie en epilepsie. Foto's Annemarie Haverkamp

Julien Adjaï kijkt op uit het kasboek. Bezoekers. Hij legt zijn pen naast de rekenmachine en staat op. Handen schudden. Verlegen blik naar beneden. Vier jaar geleden lag hij nog geketend in een hutje achter het huis van zijn ouders. Ja, knikt hij, dat was zo. Hij was een ‘fou’, een gek. Onhandelbaar en een gevaar voor zichzelf.

Toen kwam er een onbekende man met een ijzerschaar die zichzelf Gregoire noemde. „Ik neem uw jongen mee”, zei hij stellig tegen de ouders van Julien. „Ik geef hem medicijnen. Hij is niet behekst, hij is ziek.”

Daar ging Julien, 25 jaar oud, in de auto van Gregoire. Vier uur rijden naar Bohicon, een centrum voor mensen met psychiatrische problemen in het zuiden van Benin. Daar werd hij gewassen en kreeg hij schone kleren, net als alle andere nieuwe patiënten. En nu, vier jaar later, is hem de kas van het fonkelnieuwe gezondheidscentrum Saint-Camille-de-Lellis toevertrouwd. Het geld beheren is zijn baan.

„Als ik mijn medicijnen slik, gaat het goed met me”, vertelt hij. De eerste keer dat hij zijn ouders bezocht, ging Gregoire mee. „Mama omhelsde me.”

In twintig jaar tijd knipte Gregoire Ahongbonon (62) talloze geesteszieke Afrikanen los van kettingen. Vaak lagen ze als honden achter het huis. Naast een bak voer en geketend aan een boomstam, zodat ze niet konden weglopen. Het is voorgekomen dat Gregoire patiënten met boom en al in zijn 4x4 takelde, omdat het ledemaattechnisch te gevaarlijk was ze ter plekke los te zagen. Andere psychiatrisch patiënten plukte hij van straat, waar ze soms naakt rondzwierven. Verstoten; want wie gek is in Benin, is bezeten.

Natuurgenezers – Benin is de bakermat van de voodoo – schrijven de gekte toe aan kwade geesten. Bij een idioot kun je maar beter uit de buurt blijven.

Gregoire schudt zijn hoofd. Het bijgeloof is zo hardnekkig. Hij strijdt op zijn manier. „Ik heb die maraboes en tovenaars nooit zieken van de straat zien halen. Wij doen dat wel. Iemand die stemmen hoort in zijn hoofd, geef ik medicijnen.” Van het nieuwe gezondheidscentrum in Avrakou – „we doen hier geboortes en verlenen andere zorg, zo verdienen we geld waar we medicijnen van bekostigen” – rijdt hij zijn bezoek naar het psychiatrisch opvangcentrum in Bohicon.

Hier kwam kassier Julien vier jaar geleden ook terecht. Oorspronkelijk in 2004 ingericht voor tachtig patiënten, verblijven nu tweehonderd Beniners in de open gebouwen. De kapel – het centrum is christelijk – doet dienst als eetzaal en in de eetzaal slapen patiënten. Op matjes, kriskras door elkaar. „Ik weiger niemand”, zegt Gregoire. Nog deze week haalden zijn mensen patiënten op. De meest voorkomende ziektebeelden zijn psychose, schizofrenie en epilepsie. Ja, ook epilepsie – zelfs achtergelaten kinderen plukt hij van de straat. Niemand in Benin die begrijpt dat epilepsie niets met ‘gekte’ te maken heeft.

De charismatische man met het postuur van een bokser wordt in Bohicon als een held onthaald. De patiënten tikken hem op de schouder en buigen het hoofd als hij ze de hand schudt. Gregoire deelt complimenten uit. Enkele mannen tonen hun enkels. Kijk, de sporen van de ketenen staan nog altijd in hun vlees.

Een kaalgeschoren vrouw die woest danst op de muziek van een djembé wordt door medebewoners tot kalmte gemaand. Ze bedekken haar blote onderlijf met haar lange, gekleurde rok en duwen haar met zachte dwang op een bankje. Dat is het idee in St. Camille: patiënten letten op elkaar. En wie genezen is, maakt kans in dienst te komen van het centrum. „Ik hoor vaak reacties als ‘die mensen zijn toch gevaarlijk’”, verzucht Gregoire. „Toen ik begon kreeg ik het advies de patiënten niet met mes en vork te laten eten; ze zouden elkaar te lijf gaan met het bestek. Ik doe dit werk nu twintig jaar en heb nog nooit gewelddadige incidenten met ze gehad.”

In het opvangcentrum werken drie psychiaters, vier verpleegkundigen, een aantal vrijwilligers en één arts. Gregoire spreekt een groep patiënten toe in de kapel annex eetzaal. „Jullie zijn geen duivels. Geen gekken of criminelen. Vertel dat aan iedereen die je tegenkomt! Gedraag je, zodat je de mensen geen kans geeft je slecht te behandelen. Neem je medicijnen, die zijn je eerste levensbehoefte.”

Veel zieken die hij overeind heeft geholpen vallen terug. Vaak is dat het gevolg van medicatie die niet wordt geslikt. Het beleid van St. Camille is patiënten – zodra het goed met ze gaat – terug te laten keren naar hun familie. Ouders, broers en zussen maken een belangrijk deel uit van het reïntegratieproces. „We hebben uitgezocht waarom het terugvalpercentage zo hoog was: blijkt dat de mensen geen geld hadden voor transport naar het centrum waar ze de medicijnen konden ophalen.”

Nu is er een samenwerking met zusterordes in Benin, die verspreid over het hele land vestigingen hebben. De dependances worden door St. Camille gebruikt als medicijnafhaalpunt. „De terugval neemt af. Mensen kunnen de draad van hun leven weer oppakken.”

Gregoire was ooit bandenreparateur

Gregoire Ahongbonon studeerde geen medicijnen, maar is bandenreparateur van beroep. In 1971 belandde hij in Bouaké, de tweede stad van Ivoorkust, om het bandenvak te leren. Een jaar later begon hij zijn eigen bedrijf. Hij maakte zich niet populair bij collega’s omdat hij onder de prijs werkte. Maar hij had succes en breidde zijn bedrijf uit met taxi’s. Totdat de inkomsten terugliepen en de taxichauffeurs veel brokken maakten, met hoge kosten aan zijn wagens tot gevolg. „Dat heeft me geruïneerd. Ik heb zelfs in de gevangenis gezeten omdat ik mijn schulden niet kon betalen.”

Gregoire gleed af. Uiteindelijk werd hij zo depressief dat hij zelfmoord wilde plegen. De pillen lagen klaar. Maar iets dreef hem naar de kerk. Daar deed hij zijn verhaal en een Franse missionaris stuurde hem op pelgrimstocht naar Jeruzalem. Eenmaal terug in Ivoorkust keek hij op een andere manier naar de wereld. De ‘kleine bandenreparateur van weleer’, zoals hij zichzelf graag noemt, ontdekte dat hij een missie had.

Gregoire richtte een gebedsgroep op en begon met het bezoeken van zieken. Zo kwam hij op een dag oog in oog te staan met een groep geesteszieken op een geïsoleerde ziekenzaal. Ze zaten in hun eigen uitwerpselen, herinnert hij zich, ontdaan van elke menselijke waardigheid. „Samen met mijn vrouw heb ik ze gewassen. We hebben een behandeling voor ze betaald, voor voedsel en medicijnen gezorgd. Langzaamaan bleken de meesten te kunnen functioneren. Sommigen waren niet meer te redden. Zij konden tenminste sterven als mens.”

De stichting St. Camille, vernoemd naar de beschermheilige van zieken en ziekenverzorgers, richtte Gregoire op in 1990. „Vroeger zag ik ze niet, de verwarde mensen in de straten”, vertelt hij als hij door het rode zand van Bohicon loopt. Het ‘kostuum van de gek’ noemen West-Afrikanen de naaktheid waarmee zwervers bedelend door het verkeer schuifelen of languit op straat liggen. „Net als iedereen negeerde ik ze.”

Tot zijn geloof hem dreef er achteraan te gaan. Hij wilde weten waar ze sliepen, die ‘naakten’. Legde de eerste contacten, raakte in gesprek. Hij kocht een koelkast. Elke nacht ging hij langs om fris en schoon drinkwater te brengen. Ten slotte haalde hij de geesteszieken over met hem mee te gaan, om uit te rusten. Via via kreeg hij een schuur tot zijn beschikking, die hij inrichtte als opvangcentrum.

De stichting professionaliseerde. Vanuit Ivoorkust verlegde hij zijn werk naar Benin en er zijn nu ook initiatieven in Togo, Burkina Faso en Ghana. De stichting draait op giften. Canada sponsort hem, maar ook het Nederlandse Liliane Fonds. Stukken grond voor een opvangcentrum krijgt hij aangeboden en in Bohicon betaalt de overheid tegenwoordig de elektriciteitsrekening.

Gregoire rijdt soms honderden kilometers over slechte wegen als hij heeft gehoord „dat ergens een gek aan een ketting ligt”.

Hij heeft niet alleen maar fans. Kritiek is er ook. Hoezo kan iemand die niet psychiatrisch onderlegd is dit werk doen? Hoe weet hij welke medicijnen hij moet voorschrijven? Gregoire ligt er niet wakker van. „In Benin zijn twaalf psychiaters, in Frankrijk 14.000. Alles is beter dan mensen aan hun lot overlaten en naakt te laten wroeten in het afval van de stad. Ik heb zo veel ervaring dat ik weet hoe ik mensen moet helpen.”

Via het netwerk dat hij in al die jaren opbouwde, komen regelmatig psychiaters uit Frankrijk en Canada langs om bij te springen.

Gergoire is – ondanks zijn verzoenende glimlach – geen doetje, beaamt hij. De manier waarop hij gezinnen overrompelt en geketende familieleden meeneemt, is niet altijd even subtiel. Toch loopt het nooit uit op ruzie en krijgt de breedgeschouderde christen altijd zijn zin. „Sommige ouders willen hun zieke kind niet aan mij meegeven omdat ze bang zijn dat ik een rekening stuur. Als ik ze ervan overtuig dat dat niet het geval is, zijn ze meestal opgelucht. Ze weten zelf ook niet wat ze met hun kind aan moeten.”

Onder elke boom in Benin zit een exorcist, zegt Gregoire. Hoe verder je naar het noorden reist, hoe sterker het bijgeloof. Families laten zich duizenden francs aftroggelen door tovenaars, zonder dat zich wonderbaarlijke genezingen voordoen.

Onderscheiding

De Wereldgezondheidsorganisatie gaf Gregoire al twee keer een onderscheiding voor zijn pionierswerk in West-Afrika. De voormalig bandenhandelaar reist de wereld over om lezingen te geven. In augustus was hij nog in Italië, waar hij ‘de zwarte Basaglia’ werd genoemd; een verwijzing naar de beroemde en ook niet onomstreden Italiaanse psychiater Franco Basaglia die onder meer pleitte voor het afschaffen van inrichtingen omdat niemand geholpen was met uitsluiting.

Gesloten instellingen, dwangbuizen, mensen die aan bomen zijn vastgemaakt, of het nou in Afrika of Europa gebeurt; het ‘mensonwaardige principe’ is hetzelfde, namelijk uitsluiting en isolement, vindt Gregoire. Hij redeneert vanuit de vraag: hoe zou ik zelf behandeld willen worden? Het antwoord: met respect. Onderdeel van zijn beproefde recept is werken.

Voor de ingang van het centrum in Bohicon staan een paar patiënten achter kraampjes. Ze verkopen mutsen of sieraden. Zelfgemaakt. „In St. Camille leren ze hoe ze straks, als ze weer thuis zijn, hun eigen bedrijf kunnen runnen”, zegt Gregoire. Op een kwartiertje rijden van het opvangcentrum, over zandwegen vol plassen en kuilen, is een sociale werkplaats. Het keurig aangeharkte terrein herbergt een naaiatelier, een weefwerkplaats en een bakkerij. Er werken zestig mensen.

Raymond Madou (35) is chef van de bakkerij. Op een houten tafel kneden acht mannen deeg. De rollen gooien ze met een zwiep op een bakplaat. Madou is zelf ex-patiënt. Zijn ouders wisten zich geen raad, vertelt hij. „Ze hebben zelfs een gebedsgenezer uit Ghana laten komen.” Madou liep soms tientallen kilometers achter elkaar zonder het te weten. Zag slangen die hem wilden doden. Een naam voor zijn ziekte heeft hij niet. Hij weet alleen dat het zwaar was. De politie en zijn ouders brachten hem in 2007 naar Gregoire. „Ik had een vriend verwond.”

Nu maakt hij het goed. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen. „Bevrijd”, noemt hij zichzelf. Gregoire slaat hem op de schouders en lacht. De houding ten opzichte van geesteszieken begint langzaam te veranderen in zijn land, merkt hij. „Vroeger werden verwarde mensen op straat geslagen, nu worden ze door brandweer of politie opgepakt en naar ons gebracht.” Zijn aandacht richt zich langzaam op Togo. Hij bezocht er een centrum waar meer dan tweehonderd psychiatrisch patiënten in zon en regen aan kettingen bij elkaar zitten – óók kinderen met epilepsie. Zonder enige vorm van therapie. Gregoire wil helpen. „Zolang er één mens geketend is op deze wereld, ligt de hele mensheid aan de ketting.”

    • Annemarie Haverkamp