Bent u van de Ku Klux Klan?

Melvin Johnson voor het 19de-eeuws ouderlijk huis in South-Carolina, zonder water of elektriciteit. Hij woonde er ruim vijftig jaar. Foto’s: Steve McCurry

‘De naam Paul Theroux zegt me niets. U kunt wel lid zijn van de Ku Klux Klan’. Het is een van de opmerkelijker gesprekken die de beroemdste reisschrijver van deze tijd voert wanneer hij door het Zuiden van de Verenigde Staten reist. Met Faulkner als reisgids onder de arm wordt hij in verschillende dorpen warm onthaald, in kerken uitgenodigd, ook al ziet hij eruit als een zondaar – niet omdat hij Theroux is overigens, de meeste mensen hebben geen idee wie hij is, maar omdat hij een vriendelijke gepensioneerde man uit het noorden lijkt. Maar deze dame, een inwoner van het plaatsje Eunaw, is boos op hem.

Theroux is namelijk een kwartier later in het stadarchief gearriveerd dan afgesproken was en hij heeft niet eens even gebeld. ‘U bent te laat, belt niet, puur en alleen uit white privilege. U denkt: die vrouw wacht wel op me, omdat ze zwart is.’ Theroux is verbaasd, en niet alleen vanwege de onnavolgbare redenering: hij zit tegenover een vrouw die helemaal niet zwart is, maar hoogstens een beetje Mediterraan lijkt. Als ze vraagt wat hij wil weten over het stadje, is zijn antwoord vrij eenvoudig: u heeft me alles verteld wat ik wilde weten. Uiteraard neemt hij de anekdote op in zijn nieuwste reisboek Deep South.

Het lijkt een wat brave opzet voor Theroux, die als fervent treinliefhebber van Cairo naar Kaapstad reisde. In zijn nieuwste boek reist hij in de vier seizoenen door het zuiden van de Verenigde Staten. De ‘gepensioneerde man uit het noorden’ ziet dat echter anders. Hij keek er inderdaad naar uit om een keer met een auto over comfortabele wegen te rijden, maar zag weinig verschillen met de landen waar hij eerder geweest was. Hij trof er armoede die niet onderdeed voor wat hij in Afrikaanse landen of in India had gezien (het zuiden doet hem het meest denken aan Zimbabwe).

Het zuiden van de Verenigde Staten is desolaat, armoedig en leeg. En ondertussen pompt de Amerikaanse regering miljoenen in de economie en nota bene de toeristenindustrie van Namibië, maar doet ondertussen niets aan de ontwikkeling van het zuiden, stelt Theroux. Terwijl het zuiden ondertussen lijdt onder een ingestorte economie, leegstand, verloedering, drugverslaafden, schoolverlaters en werkelozen. Het is een wat populistische redenatie van Theroux, maar de welzijnswerker die hij dit vertelt, heeft er oren naar. Geef ons een tiende van al die miljoenen en we kunnen ons bezighouden met praktische zaken in plaats van het betalen van de energierekening.

Jon Stewart

Het voorbeeld strookt ook met het beeld dat veel Amerikanen hebben: de rijke Amerikaan tegenover de arme Afrikaan. In de Amerikaanse Daily Show schoof ooit de Zuid-Afrikaanse komiek Trevor Noah aan bij de toen nog presenterende Jon Stewart. Hij toonde foto’s van vervallen wegen, overvolle scholen en armoedige ziekenhuizen. Het was aan Stewart om te zeggen wat de locatie was. Hij somde braaf de hoofdsteden op van Afrikaanse landen, maar kreeg elke keer te horen dat het ging om grote Amerikaanse steden. Flink wat van de foto’s waren genomen in het zuiden. Noah’s boodschap was duidelijk: jullie kunnen nu wel zingen ‘we are the world’ en ‘As God has shown us by turning stone to bread. So we all must lend a helping hand’, maar er is weinig reden om te denken dat jullie het uitverkoren volk zijn. Het is ook de conclusie die Theroux aan het slot van zijn reis trekt. Het zuiden – kapot gemaakt door de geschiedenis, maar rijk van cultuur – heeft te zwaar te lijden gehad onder de globalisering. Banen zijn naar India of China gegaan, wat ervoor is teruggekomen is armoede en diepere segregatie.

Vietnampetje

Dat idee een uitverkoren volk is er echter nog wel. Reclameborden met ‘Jesus Is Lord – We Buy and Sell Guns’ sieren de straten, waar op elke hoek wel een kerk te vinden is. Theroux bezoekt ze graag op de zondagen, de ene keer voor de zwarte bevolking, de andere keer die voor de blanken. Een ander favoriet uitstapje in de weekenden is het bezoeken van gunshows.

Die gunshows zijn fascinerend voor Theroux, omdat ze niet zijn wat ze lijken. Nergens vind je beleefder en geduldiger mensen dan daar (en niet alleen omdat je hier liever niet op iemands tenen gaat staan). Behalve alle mogelijke vuurwapens en messen (die minder in trek zijn) zijn er ook allerlei nazi- en Amerikaanse Burgeroorlogparafernalia te koop.

Bij een man die geweren repareert gaat hij een dag ‘lood’ schieten, zonder iets te kopen. Theroux voelt zich een tikkeltje schuldig, in het zuiden ben je weliswaar overal welkom (‘there ain’t no foreigners here’), maar hij heeft nu wel erg veel tijd van de man vermorst. Het blijkt echter onnodig, wanneer Theroux vertrekt, riep de man: ‘kom gerust nog eens lang, dan schieten we nog wat meer lood’.

De shows tonen ook het gefnuikte zelfvertrouwen van deze witte mannenwereld. Wanneer Theroux met een pistool in zijn handen staat, zegt hij tegen de man dat hij niet van hier is, maar uit het noorden komt. De verkoper vloekt zich een ongeluk, hoe kan hij zeker weten dat Theroux niet van de overheid is (het is in het zuiden een kleine stap van Ku Klux Klan-lid naar ambtenaar kennelijk) en stuurt hem weg. ‘De wapenshow ging niet over wapens of stoerdoenerij maar over het zelfvertrouwen van mannen: vooral blanke mannen, de dominante etnische groep in het zuiden, die zich laven aan het gevoel dat hen iets is aangedaan (‘het hart van de zuidelijke identiteit’, aldus een slimme historicus) die zich verslagen voelt, maar nog steeds vervolgd, die zich het slachtoffer weet van een samenzwering van vijandige krachten van buitenaf, die symbolisch standhoudt’.

Het gaat Theroux om de tweedeling tussen noord en zuid, tussen arm en rijk. Wie een verklaring zoekt voor de armoede en racisme in het zuiden moet de geschiedenis leren kennen, legt een werkeloze man aan Theroux uit. ‘En wie het over geschiedenis van het zuiden heeft, heeft het over slavernij’. In The Black belt – de zwarte gordel in het zuidoosten – zijn de wonden nog diep, merkt Theroux in Eunaw. Tegelijkertijd zijn het niet alleen wonden uit het verleden. Elders vertelt een vrouw in een pastorie over haar kerk die in 1996 nog door de Ku Klux Klan in brand is gestoken. Jaarlijks gebeurt dat nog met tientallen zwarte kerken. Het is vast niet voor niets dat Theroux uitgerekend nu een reisboek over racisme schrijft. Zo confronterend als Ta-Nehesi Coates is hij niet, maar ook bij Theroux gaat het erom dat hij mensen aan het woord laat die uitleggen waarom de segregatie nu nog even groot is als in het verleden (‘er wonen hier geen zwarte mensen, want dat willen de ouderen liever niet’).

‘Ik word met de nek aangekeken’, stelt een Vietnamveteraan, ‘en dat terwijl ik niet eens zwart ben’. Het is aan Theroux om fijne details op te merken dat deze Vietnam-veteraan een petje van de regering heeft gekregen waarop staat ‘Combat Veteran’ – het petje is made in Vietnam.

Onderwijs – de private schools en bijvoorbeeld een studentenvereniging in Alabama die uitsluitend voor blanke meisjes is – en globalisering zijn de belangrijkste factoren volgens Theroux voor de verschillen tussen blank en zwart. Hij toonde zich al vaker een anti-globaliseringsman, omdat dat ten koste ging van de eigenheid van een cultuur, maar nu is het vooral de Amerikaan Theroux die vier seizoenen lang te nadrukkelijk is geconfronteerd met de keerzijde ervan.

    • Toef Jaeger