Audrey met zuigzoen

Joyce Roodnat

Over uitleg en of die hoeft. Anne de Vries. Michelangelo Antonioni. John Waters.

Op het grote scherm drijven plakken wolkenhemel op me af. Wolken zoals Michelangelo ze schilderde. Stijfselwit in helderblauw, met dikke billen en bollende buiken. Dit is een 3D-video. Een wormgat. Een korte afsteek naar een andere dimensie.

Het werk is van Anne de Vries, ik zie het op zijn expositie E_merge, in het Amsterdamse fotomuseum Foam. Even kijken hoe het heet. Forecast, 2011 staat er op het tekstbordje. Plus een forse, theoretisch-filosofische uitleg. Bijschriften kunnen verhelderen, uitleg kan meeslepen. Maar dit breng ik niet op. Ik stop met lezen. Voel me schuldig. Ik kijk weer naar de video. Voel me goed. De zwevende wolkenfoto’s tijgeren mijn hersens in.

Hetzelfde schuldgevoel kleefde voor mij aan de films van Michelangelo Antonioni. Al die theorie. Die ging over vervreemding. Verlies. Verelendung. Eenzaamheid. De tristesse van de moderne mens. Ja, maar ik zag vooral zulke móóie films. Mocht dat ook? Films van een cineast die zonder woorden liet weten dat mist even verloren maakt als een villa van beton en glas. Die Jack Nicholson opsloot in de architectuur van Gaudí. Die Monica Vitti smoorde in de oerkracht van haar gebrek aan mimiek. Over Antonioni zie ik in het filmmuseum EYE een ideale tentoonstelling – ‘de meester van de moderne film’ heet hij daar. Dat kun je zeggen. Zoals in zijn films, zó werd er gedacht over hoe we eraan toe waren. Op een vervlogen, moderne tijd wordt achteraf vertederd teruggekeken. Il grido – ach ja, de jaren vijftig; La Notte – och heden, de sixties; Professione: reporter – krijg nou wat, de jaren zeventig. Antonioni’s films zijn nostalgisch gesproken om van te smullen.

De verklarende teksten zijn verbleekt, ze doen er niet meer toe. Wat blijft, is Antonioni’s vermogen om te laten zien wat hij zag en wat hij dacht.

Dat klinkt overbodig en dubbelop, maar het betekent de wereld. Kijk naar zijn laatste film, uit 2004, hij duurt maar vijftien minuten: Lo sguardo di Michelangelo (De blik van Michelangelo). Michelangelo Antonioni, verlamd door een attaque en niet meer in staat te praten, toont zichzelf. Hij voert een zwijgend gesprek met die andere Michelangelo, via diens Mozes, de grote marmeren oude man uit 1515. Het beeld met de deuk in de knie, want, zo gaat het verhaal, Michelangelo beval dit beeld: Spreek! En toen Mozes zijn marmeren mond hield, smeet hij zijn beitel naar hem en raakte zijn knie.

Antonioni streelt en redeneert met een wijzende, tastende vinger, en vooral met zijn ogen. Zo kijkt Michelangelo. Ja, zegt de andere Michelangelo, zo gaat dat, zo doe ik dat ook. En zo verrijkten ze de wereld.

Alles wat ze maakten, maakten ze met een reden en baseerden ze op filosofie, op techniek, op ambachtelijkheid. Op ideeën die ze overal en nergens vandaan haalden en zich toe-eigenden. Hun werk helpt ons, hun toeschouwers, een stap verder doordat het ons persoonlijk aanspreekt. Niet door ons op te zadelen met een verantwoording die het kunstwerk opzij duwt en ons erbij.

Ik ben in Zürich en haast me naar het Kunsthaus voor de tentoonstelling How much can you take? van John Waters, cultfilmer, provocateur, de pope of trash. Ook als beeldend kunstenaar is hij speels en beledigend. Al zijn werk gaat over wat wij de celebrity’s aandoen en wat zij ons aandoen. Een installatie over zuigzoenen in de hals van Audrey Hepburn. De scalp van Jayne Mansfield. Lassie met botox. Rear projection (‘achtergrondprojectie’) opgevat als achterwerkprojectie. En élk tekstbordje bevat uitleg. Klein of uitgebreid of mal. Of eigenlijk heel serieus, zoals bij de reeks Lana Backwards uit 1994. Het is een serie shots van screen goddess Lana Turner terwijl ze af gaat. „Show the outfit, see the ass” schrijft Waters. En: „Leaving the room never looked so sexy. To hell with entrances”.

Interessant is dit, ook voor wie geen idee heeft van wie Lana Turner is. Dat hoeft namelijk niet. Die observatie over de achterkant van een actrice, eigenlijk ook niet, dat begrijpen we zo ook. Tot op die allerlaatste zin. Die is mooi, die hoeft

wel.