‘Alles blijft slecht zolang er geen toppers zijn’

Als Davis Cup-captain ziet hij de beste spelers afzeggen. Als technisch directeur zit hij te veel op kantoor. Toch vecht de oud-topspeler door. „Ik kan me heel goed voorstellen dat Nederlandse tennisliefhebbers graag betere resultaten zien.”

Davis Cup-captain Jan Siemerink: „ Mijn kwaliteiten liggen meer bij het echte tennis dan bij een achtmaandsrapportage.” Foto Hollandse Hoogte

Of Tim van Rijthoven twee kostuums wil meenemen naar Zwitserland, vraagt Jan Siemerink na de ochtendtraining in Almere. Niet begrijpend kijkt de achttienjarige debutant zijn Davis Cup-captain aan. Twee pakken? Siemerink werd gebeld door het bondsbureau, met de mededeling dat de andere debutant Tallon Griekspoor nog geen pak heeft, vandaar. „Voor het diner bij de Davis Cup hebben de nieuwe mensen nieuwe pakken nodig maar bij Tallon is er geen tijd meer om te passen”, legt Siemerink uit. De moeder van Van Rijthoven zal de kleding naar het vliegveld brengen, ook weer geregeld. „Praktische dingetjes.”

Ruim acht jaar is Siemerink (45) nu captain van het Nederlands Davis Cup-team. Niet eerder moest de voormalige nummer veertien van de wereld zo improviseren als voor het duel van dit weekend tegen Zwitserland, met de wereldtoppers Roger Federer en Stan Wawrinka. Kopman Robin Haase koos voor eigen belang en bedankte, Igor Sijsling acht zichzelf niet fit genoeg, dubbelspecialist Jean-Julien Rojer is geblesseerd. Dan blijkt hoe dun de spoeling is in het Nederlandse tennis. Van het huidige team staat alleen Thiemo de Bakker (144) bij de beste 435 spelers van de wereld. Deelt na een aantal goede optredens nu ook het Davis Cupteam in de malaise? „De Davis Cup is zichtbaar”, zegt Siemerink. Maar niet zijn grootste probleem. „Achter de schermen spelen de dingen die essentieel zijn.”

Gebrek aan topsportcultuur

Toen hij als Davis Cup-captain drie jaar geleden ook de functie van technisch directeur bij de tennisbond aanvaardde, stelde Siemerink het probleem direct scherp. Hij constateerde „een gebrek aan topsportcultuur”. Vooral de opleiding van talent moest anders. „Ik vind dat de topsportcultuur binnen het tennis in Nederland beter moet”, herhaalt hij nu. „Intern zijn er dingen verbeterd. Maar we hebben nog niet de cultuur om de topsporters op te leiden die we willen.”

De tennisliefhebber ziet nog altijd de veelal vroege uitschakelingen op grandslamtoernooien en gebrek aan talent. „Ik snap dat er zo wordt gedacht”, geeft Siemerink toe. „Ik kan alle dingen goed doen waarvoor ik verantwoordelijk ben, maar alles blijft slecht zolang er geen toppers zijn. Daar heb je elkaar voor nodig, moet je allemaal dezelfde kant op duwen. Consequent en vastberaden de strijd aangaan. Niet schommelen van links naar rechts, dan gaan we nergens uitkomen.”

Of hij als technisch directeur van bovenaf grip heeft op de piramide? „De eerste anderhalf jaar denk je: wat gebeurt hier, waar ben ik in beland? Je maakt fouten, moet er voor open staan om te leren. Nu heb ik meer overzicht. Dan zeg je: ik doe dat en dat, daar ligt mijn specifieke kracht. En voor andere dingen wil ik kunnen vertrouwen op andere mensen. Dat speelt nu. Voor mij is dat nu de eerste zorg.”

Knelt de dubbelfunctie van Davis Cup-captain en technisch directeur? „Als het niet te doen zou zijn, gaf ik dat zelf als eerste aan.” Maar er is veel werk „met een andere dynamiek” dan op de tennisbaan, stelt Siemerink. „Dan zit ik tussen de Davis Cupvoorbereiding de begroting te doen, de ‘achtmaandsrapportage’. Er is de projectgroep permanente educatie voor tennisleraren, er is het nieuwe spelervolgsysteem. Belangrijke zaken, maar als ik bij de US Open ben om spelers te bekijken loopt intussen mijn agenda vol.”

Confrontatie

Niet de dubbelfunctie is volgens Siemerink het probleem, maar de invulling ervan. „Ja, ik vind dat ik te veel dingen doe op kantoor. Ik heb daar veel tijd en energie in gestopt, dat was hoogst noodzakelijk. Maar ik hoop dat het minder wordt. Mijn kwaliteiten liggen meer bij het echte tennis dan bij een achtmaandsrapportage. Ik geef het de tijd. Zonder te veel in details te treden heeft het te maken met mensen op de juiste plek. Daar moeten we slagen maken.”

Met meer dan gemiddelde belangstelling kijkt hij naar de situatie bij de voetballers van Ajax. „Daar was de conclusie dat het anders moest, onder leiding van Johan Cruijff. Oud-spelers gaan een rol spelen als coach, hoofd opleidingen, in de directie. Dan komt er een moment dat de een die kant op denkt en de ander de andere kant. Er ontstaat frictie. Juist dan moet je bij elkaar blijven, volhouden. ‘We gaan geen miljoenen meer uitgeven, dit is de lijn, we blijven investeren in de opleiding.’ Ook een club als Ajax kan niet ineens van links naar rechts gaan. Je gaat of linksaf of rechtsaf naar het doel. Maar je moet wel één lijn aanhouden. Dat soort dingen, daar ben ik ook mee bezig.”

Siemerink ziet een parallel tussen Ajax en de tennisbond KNLTB, waar hij samen met de ervaren bondscoach Martin Bohm en Fed Cup-captain Paul Haarhuis het Nederlands tennis vooruit wil helpen. „Maar wij kunnen het niet alleen. Meerdere mensen moeten bereid zijn de confrontatie aan te gaan met moeilijke situaties, met de weerstand die onvermijdelijk wordt opgeroepen. En vooral: dat een lange periode willen volhouden.”

Jammer dus dat oud-topper Raemon Sluiter de bond alweer verlaat en verder gaat als coach van Kiki Bertens. „Ik snap het wel maar het is niet wat je hoopt.” Wel is Siemerink blij dat de ervaren coach Alex Reijnders onlangs als ‘prestatiemanager tennisscholen’ is aangesteld. „In mijn tijd had je vijf scholen, nu 150. Het hele landschap is veranderd, daarom vonden wij het nodig om in te grijpen. De scholen zijn zeer belangrijk in de opleiding. Samenwerking was er vaak wel in woord, maar het moet ook in daad.” Certificering volgens strenge normen? „We willen een sluitend netwerk als topsportopleiding van het tennis in Nederland.”

Houdbaarheid

En dan nog is het afwachten wanneer de eerste wereldtopper doorbreekt. „Tennis is een wereldwijde sport met enorme concurrentie”, stelt Siemerink. „Je leidt niet elk jaar automatisch nieuwe spelers op die klaar zijn voor de wereldtop.” Als Davis Cup-captain geeft hij nu in Zwitserland Van Rijthoven en Griekspoor (19) de kans ervaring op te doen. „Maar ze zijn nog niet zover als de jongens waar ik in 2007 mee begon.”

Zijn eigen ‘houdbaarheid’ in zijn negende seizoen als captain? „Wat mij betreft is dat geen thema, maar ik ga er niet over. Stan (Franker) heeft het ook twaalf jaar gedaan. Ik ben er niet mee bezig, teken elk jaar een jaarcontract. Dat wordt nog steeds verlengd. Ik kan me heel goed voorstellen dat de Nederlandse tennisliefhebbers, die het allemaal op de voet volgen, graag betere resultaten zien. Tennis is mijn liefde, mijn passie. Maar dit soort zaken vergt een lange adem.”

    • Maarten Scholten