Activistische aandeelhouder is het beste voor staatsbedrijven

Tussen politiek en bedrijfsleven bestaan vanzelfsprekende tegenstellingen. Politici moeten publieke belangen behartigen en voldoende kiezerssteun zien te winnen. Bedrijven zijn particuliere organisaties die alleen overleven als zij in concurrentie om klanten winst maken en soms tegengestelde belangen (beleggers, werknemers) verenigen.

De tegenstelling is de afgelopen maanden pregnant zichtbaar geworden in de verhoudingen bij staatsbedrijven, zoals ProRail en NS. Onder commissarissen van diverse staatsbedrijven (ook Schiphol, Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie, Tennet) bestaat wrevel en onbegrip over de actieve, zo niet activistische rol van het ministerie van Financiën als aandeelhouder, zo bleek vorige week in deze krant. Op het ministerie mist men daarentegen het „maatschappelijk inlevingsvermogen” van commissarissen, van wie de meeste afkomstig zijn uit het kader van beursgenoteerde multinationals.

Vandaag publiceert deze krant een onthutsende reconstructie van de val van NS-topman Huges na de ontdekking van bedrijfsfraude en het foutenfestival dat volgde. Minister van Financiën Dijsselbloem (PvdA) zegt, ook vandaag, dat hij met de huidige president-commissarissen van staatsbedrijven om de tafel gaat zitten.

Voorop moet staan dat staatsbedrijven een publieke taak kennen, anders kan de samenleving hun activiteiten beter aan private bedrijven overlaten. Financiële dienstverlening is bijvoorbeeld geen staatstaak. Adequate regelgeving zou moeten volstaan om de belangen van klanten, medewerkers, concurrentie én van de samenleving in goede banen te leiden. Daarom kan ABN Amro gerust geprivatiseerd worden zoals eerder, in 1994, KPN, toen nog met een compleet postbedrijf, aan particuliere beleggers is verkocht.

Een echt staatsbedrijf heeft derhalve altijd een publieke taak. Commissarissen die klagen dat de minister alleen maar wil „dat de trein tussen Breda en Roosendaal op tijd rijdt” slaan de plank mis. NS pleegt, in dit voorbeeld, publiek wanbeleid als de trein naar Roosendaal structureel niet op tijd rijdt. Daarop zijn directie en commissarissen aanspreekbaar door de aandeelhouder, en die is aan het eind van de rit ook zelf aanspreekbaar door het parlement. Dat kan gevolgen hebben. De aftakeling van het tweede links-liberale kabinet-Kok (1998-2002) is mede veroorzaakt door maatschappelijk ongenoegen over de publieke dienstverlening.

Een minister wil niet struikelen over de punctualiteit van de NS. Dat moet voor elke commissaris van een staatsbedrijf de aansporing zijn voor de verwezenlijking van punctuele dienstverlening. Wie met zulke ‘politieke’ overwegingen niet overweg kan, moet geen commissaris worden bij een staatsbedrijf. Dat is een wezenlijk verschil tussen een beursgenoteerd bedrijf en een staatsbedrijf.

Dijsselbloem is in twee opzichten een activist. Begrijpelijk. De samenleving ziet graag minder uitbundige beloningen. Ook bij staatsbedrijven. Dat regelt de minister. En hij corrigeert ernstige misdragingen, zoals bij NS.

Zijn activisme moet evenwel ook ten dienste staan van de toekomst en de continuïteit van de staatsbedrijven. Daarin hebben de kritische commissarissen gelijk. Nieuwe (West-)Europese markten ontstaan voor spoor- en luchtvervoer, energie en elektriciteitsnetten. Hoe moeten Nederlandse staatsbedrijven zich daar staande houden? Hoe moeten nationale publieke belangen geborgd worden? Dat vraagt om een combinatie van ondernemerschap en ervaring in de publieke zaak. Ook ervaren commissarissen uit het bedrijfsleven moeten daarin hun rol spelen.