Joop Buddingh', IJsselstein

Landgenoten, ter afsluiting van de Troonrede stel ik u op de hoogte van twee van mijn persoonlijke voornemens.

Ten eerste: zojuist heb ik de laatste rit per Gouden Koets gemaakt. Ik vind het niet passend mij nog te presenteren in een rijtuig dat zo duidelijk herinnert aan een donkere periode in onze geschiedenis.

Ten tweede: de thans niet bewoonde paleizen stel ik de eerstkomende jaren ter beschikking van vluchtelingen om in Nederland een nieuw bestaan op te bouwen. Op De Eikenhorst kunnen wij het nog wel even volhouden.