Column

Voordat er een bout in een balk was gedraaid zaten de hipsters al te snuiven

Rolinde Hoorntje spot trends en tipt. Deze week: het festival Burning Man, in de verzengende hitte van een woestijn in Nevada.

De verwachtingen waren hooggespannen. Burning Man zou een muziekfestival zijn, hadden we begrepen. Een tijdelijke stad van 70.000 man op een hoogvlakte in de woestijn. Overdag verzengend heet, met stoftornado’s, ’s nachts ijskoud. Er was veel kunst.

En, je kon er niet betalen met geld, maar moest er geven. Als een stel neo-kolonialen landden we de vrijdagavond voor het festival in San Francisco, beladen met zoethout en oogverkrachtend lelijke Hema-fietskralen – onze gift.

Daar wachtte Sean. Dit zou zijn negentiende ‘Burn’ worden. Hij keek meewarig naar onze schat. „Niemand doet dat tegenwoordig meer, realu.” Hij gaf ons een koelbox, een tent, twee fietsen en een complete kampeeruitzet. En wat ongevraagd advies. Ieder beleeft zijn eigen Burning Man, zei Sean. „Je krijgt de ervaring die je nodig hebt.”

Ons kamp bestond uit twee dj’s en wat roemgieren, een ijsjesmiljonair uit Los Angeles, de Australische Amazon-oprichter - een miljardair die frietjes uit ons Happy Meal jatte onderweg – en een stylist uit New York die een truck had omgebouwd tot walk-in-closet. Brooklyn, antwoordde de kampleidster op de vraag waar ze vandaan kwam. En ze laste een verwachtingsvolle pauze in, om te peilen of wij de reikwijdte van die geografische suprematie konden doorgronden.

Ze gaf ons een tour langs de ‘art car’ – een praalwagen met palmen, en bont. Ze was ‘over the moon’ met de ‘fully flushing’ wc’s. „Zelfs het licht gaat automatisch aan.” Ineens begrepen we waarom we 200 dollar aan campfees hadden betaald.

Wij sliepen in een tent. Onze koelbox was volgestouwd met zelfgekookte maaltijden, ingevroren in diepvrieszakken. „Very Dutch”, concludeerde een Brit.

Het programmaboekje beloofde vijftig workshops per dag met de tot de verbeelding sprekende titels als Making Fetish Gear from Recycled Rubber. Dat kwam later, beloofde het kamp. Eerst moest er worden opgebouwd. Nog voor er een bout in een balk was gedraaid, zaten de hipsters al gebroederlijk te snuiven. Ze debatteerden eindeloos over de hoek waarin de stof van de schaduwtent moest worden gedrapeerd. We kenden niemand. We hadden geen bereik. De wc’s waren tegen drie uur verstopt. We moesten plassen in een fles in de tent. We zagen geen dj’s in het programmaboekje. Ik wilde naar huis.

Tegen zonsondergang reed de art car uit. Verlichte praalwagens in allerlei vormen - een eenhoorn, een kwal , een gigantische driemaster- deinden stapvoets door het stof. De playa was veranderd in een sprookjeswereld, carnavalsoptocht en pretpark tegelijk. De rest van de week kwam er vooral kunst op ons pad. We lazen hartverscheurende hommages aan overleden dierbaren in de tempel, we ontmoetten een transgender tarotlezeres in de woestijn. Burning Man is geen muziekfestival, maar een andere wereld. Waar je niet op zoek gaat, maar gewoon ervaart. Of, zoals een rood verlicht neonkunstwerk in de lucht schreef: You are exactly where you need to be.